De energierekening wordt voor steeds meer huishoudens in Nederland een serieus probleem. Sinds het wegvallen van het prijsplafond en de energietoeslag is het aantal mensen dat moeite heeft met het betalen van gas en stroom flink gestegen.
Uit recent onderzoek van het CBS en TNO blijkt dat meer dan een half miljoen huishoudens in energiearmoede leven. Dat zijn er bijna 180.000 meer dan vorig jaar. En de vooruitzichten zijn allesbehalve rooskleurig.
Prijsplafond en toeslag verdwenen, maar prijzen blijven hoog
In 2022 en 2023 konden huishoudens met een laag inkomen rekenen op een jaarlijkse energietoeslag van 1300 euro. Die toeslag werd ingevoerd nadat de gasprijzen explosief stegen door de oorlog in Oekraïne. Ook kwam er een tijdelijk prijsplafond, waardoor de kosten voor energie enigszins beperkt bleven.
Inmiddels zijn die maatregelen echter stopgezet. En hoewel de energieprijzen wat zijn gestabiliseerd, blijven ze structureel hoog.
Volgens TNO-onderzoeker Anika Batenburg zijn de gemiddelde energiekosten inmiddels opgelopen naar zo’n 170 euro per maand. Voor mensen met een krap budget is dat een enorme last. Vooral omdat veel van hen al worstelen met stijgende prijzen in de supermarkt, hogere huren en duurdere verzekeringen.
Wat is energiearmoede precies?
Energiearmoede betekent dat een huishouden relatief veel van het inkomen moet besteden aan gas en stroom, of dat men in een slecht geïsoleerd huis woont waardoor de energiekosten sowieso hoog zijn.
Vooral mensen met een laag inkomen – zoals alleenstaanden met een uitkering of een klein pensioen – worden hierdoor geraakt. Ze durven in de winter vaak de verwarming niet hoger te zetten, met als gevolg dat ze letterlijk in de kou zitten.
Volgens de cijfers gaat het vooral om huurders in grote steden en kwetsbare regio’s zoals Noordoost-Groningen en Zuid-Limburg.
Daar wonen relatief veel mensen in oude, slecht geïsoleerde woningen en is het inkomen vaak laag. Daardoor lopen ze extra risico op energiearmoede.
Aantal huishoudens in energiearmoede stijgt naar 510.000
Het onderzoek van het CBS en TNO laat zien dat circa 510.000 huishoudens in Nederland vorig jaar in energiearmoede leefden. In 2023 waren dat er nog 330.000.
Een enorme stijging, vooral veroorzaakt door het wegvallen van overheidssteun en het structureel hoog blijven van de energieprijzen.
Toch ligt het percentage energiearme huishoudens nog altijd lager dan in 2019, toen ruim 8 procent van de Nederlandse huishoudens onder deze definitie viel. Inmiddels is dat gedaald naar 6,1 procent. Die daling is te danken aan isolatiemaatregelen en een lager energieverbruik, maar het effect daarvan raakt nu duidelijk aan zijn grens.
Risicogroep van een miljoen huishoudens staat onder druk
Naast de mensen die officieel in energiearmoede leven, is er een nóg grotere groep die in de gevarenzone zit.
Volgens het CBS en TNO zijn dat ongeveer een miljoen huishoudens met een laag middeninkomen, vaak wonend in matig geïsoleerde huizen. Zij zijn niet direct energiearm, maar lopen bij nieuwe prijsstijgingen een groot risico.
Deze groep betaalt gemiddeld 193 euro per maand aan gas en stroom, wat bijna 8 procent van hun inkomen opslokt.
Ter vergelijking: bij een gemiddeld Nederlands huishouden is dat ongeveer 5 procent. En voor mensen in energiearmoede is het zelfs bijna 12 procent van het maandinkomen. Dat maakt duidelijk hoe zwaar de last op sommige huishoudens drukt.
Verduurzaming is deel van de oplossing, maar niet voor iedereen haalbaar
Het isoleren van woningen en investeren in duurzame oplossingen zoals warmtepompen en zonnepanelen wordt vaak gezien als dé oplossing tegen energiearmoede. En daar zit zeker wat in: beter geïsoleerde huizen verbruiken minder gas en stroom, en dus daalt de rekening.
Toch is verduurzamen niet voor iedereen een optie. Huurders zijn vaak afhankelijk van de woningcorporatie, en particuliere huurders hebben vaak weinig zeggenschap over de staat van hun woning.
Voor koopwoningen geldt dat verduurzaming flink in de papieren loopt, zeker voor mensen die al moeite hebben met rondkomen. Een warmtepomp of isolatieproject kost al snel duizenden euro’s – geld dat er gewoon niet is.
Oproep tot nieuw inkomensbeleid
Volgens TNO-onderzoeker Anika Batenburg is het onvermijdelijk dat er ook inkomenssteun nodig blijft voor de meest kwetsbare huishoudens.
Alleen verduurzaming is niet genoeg. Mensen met een laag inkomen en hoge energiekosten blijven anders achter, zelfs als hun woning energiezuiniger wordt.
De bal ligt daarmee bij de politiek. Moet er opnieuw een energietoeslag komen? Of is een nieuw prijsplafond nodig bij toekomstige prijsstijgingen? Volgens Batenburg is het belangrijk dat er structurele keuzes worden gemaakt. Anders blijven steeds dezelfde groepen in de knel zitten.
Noodfonds Energie overspoeld, kabinet grijpt (nog) niet in
Het eerder ingestelde Noodfonds Energie heeft inmiddels 210.000 aanvragen ontvangen, maar er komt voorlopig geen extra geld bij. Dat betekent dat hulp voor nieuwe aanvragen onzeker is. En dat terwijl de financiële stress bij steeds meer mensen toeneemt.
Driekwart van de Nederlanders geeft inmiddels aan zich zorgen te maken over de energierekening. Veel mensen geven aan steun nodig te hebben om hun huis te verduurzamen of simpelweg de rekeningen te blijven betalen. De maatschappelijke druk op de overheid neemt toe.
Conclusie: energiearmoede groeit, steun blijft achter
Energiearmoede is geen randverschijnsel meer. Meer dan een half miljoen huishoudens hebben nu al moeite om hun energienota te betalen, en nog eens een miljoen mensen lopen serieus risico. Zonder nieuwe steunmaatregelen dreigt deze groep alleen maar verder te groeien.
De energiemarkt mag dan wat rustiger zijn dan tijdens de piek in 2022, de gevolgen voor mensen met een laag inkomen zijn er nog altijd. Structurele oplossingen zijn nodig – en snel ook. Want kou, stress en financiële onzekerheid zijn voor steeds meer Nederlanders de dagelijkse realiteit geworden.
Bron: De Telegraaf