De politieke formatie houdt Nederland opnieuw in zijn greep en dit keer komt de kritiek niet alleen uit Den Haag.

In het televisieprogramma De Oranjewinter liet Gerard Joling zich opvallend scherp uit over de plannen voor een mogelijk minderheidskabinet van D66, VVD en CDA.
Volgens de zanger en tv-persoonlijkheid is deze combinatie vragen om problemen en ontbreekt het aan samenhang en stabiliteit.
Zijn opmerkingen zorgden direct voor reuring, zowel aan tafel als op sociale media. Joling verwoordde daarmee een gevoel dat bij veel kijkers leeft: kan een minderheidskabinet met zulke uiteenlopende partijen überhaupt goed functioneren?
Geen vertrouwen in de onderlinge samenhang
Tijdens de uitzending nam Gerard Joling geen blad voor de mond.
Hij stelde dat D66, VVD en CDA inhoudelijk te ver uit elkaar liggen en vooral “bij elkaar worden gepropt” om maar tot een regering te komen.
In zijn ogen ontbreekt het aan een gezamenlijke visie en is de kans groot dat elk dossier opnieuw strijd oplevert.
Volgens Joling is het risico van deze constructie duidelijk: eindeloos onderhandelen, weinig rust en voortdurend zoeken naar steun bij andere partijen. Dat zou niet alleen leiden tot politieke instabiliteit, maar ook tot vertraging bij belangrijke besluiten die burgers direct raken.
Oproep voor een extra partij aan tafel
Een belangrijk punt in Jolings betoog was dat hij een vierde partij mist in de beoogde samenwerking.
Hij noemde geen namen, maar maakte wel duidelijk dat een extra partner volgens hem noodzakelijk is om het kabinet steviger te maken. Meer draagvlak zou kunnen zorgen voor snellere besluitvorming en minder politieke spanning.
Die gedachte sluit aan bij een bredere discussie binnen de politiek: hoe compacter een coalitie, hoe overzichtelijker, maar hoe kleiner de basis in de Kamer, hoe kwetsbaarder het bestuur. Volgens Joling is die balans met slechts drie partijen zoek.
Wat is een minderheidskabinet precies?
Een minderheidskabinet is een regering die zelf geen meerderheid heeft in de Tweede Kamer.
De coalitiepartijen leveren ministers en staatssecretarissen, maar komen samen niet aan de benodigde zetels om beleid automatisch door te voeren. Voor elk wetsvoorstel en voor de begroting moet steun worden gezocht bij andere partijen.
Dat kan voordelen hebben. Het dwingt tot overleg en kan leiden tot bredere steun per onderwerp. Tegelijkertijd is het ook risicovol.
Zonder vaste meerderheid is elk groot dossier een potentieel struikelblok en kunnen conflicten sneller escaleren.
Verschillen tussen D66, VVD en CDA
Dat Joling twijfelt aan de combinatie, komt niet uit de lucht vallen. D66, VVD en CDA verschillen op meerdere cruciale thema’s. D66 staat bekend om een progressieve koers, met nadruk op klimaat, onderwijs en democratische vernieuwing.
De VVD richt zich vooral op economie, veiligheid en een kleinere rol van de overheid. Het CDA positioneert zich traditioneel in het midden, met aandacht voor gemeenschapszin, stabiliteit en betaalbaarheid.
Op onderwerpen als klimaatbeleid, stikstof, migratie, woningbouw en koopkracht lopen de accenten uiteen. Samenwerking is mogelijk, maar vraagt om intensieve onderhandelingen en duidelijke afspraken. Zonder meerderheid in de Kamer wordt die uitdaging nog groter.
Politieke lenigheid als vereiste
Voor een minderheidskabinet is politieke flexibiliteit essentieel. De drie partijen zullen per onderwerp andere bondgenoten moeten vinden.
Soms kan dat links zijn, soms rechts, afhankelijk van het dossier. Dat vereist niet alleen inhoudelijke compromissen, maar ook onderling vertrouwen en een stabiele samenwerking binnen het kabinet zelf.
Critici wijzen erop dat juist dat laatste kwetsbaar is. Als één partij structureel onder druk komt te staan, kan het hele kabinet in gevaar komen. Dat risico is groter wanneer de onderlinge verschillen groot zijn en de steun van buitenaf onzeker.
Talkshows als spiegel van het publieke sentiment
De uitspraken van Gerard Joling passen in een bredere trend waarbij talkshows een belangrijke rol spelen in het politieke debat.
Bekende Nederlanders spreken zich vaker uit over actuele kwesties en verwoorden daarbij gevoelens die bij het publiek leven. Dat maakt politiek toegankelijker, maar kan ook de toon verharden.
In dit geval raakte Joling een snaar door te benoemen wat veel mensen denken: als partijen elkaar nauwelijks kunnen vinden, hoe houdbaar is zo’n kabinet dan?
Tegelijkertijd wijzen anderen erop dat compromissen de kern vormen van het Nederlandse poldermodel.
Minderheidskabinetten in een versnipperd landschap
Het idee van een minderheidskabinet ontstaat vaak in tijden van politieke versnippering.
Wanneer een klassieke meerderheid moeilijk te vormen is, kiezen partijen soms voor een kleinere kern die per onderwerp steun zoekt. Dat kan verfrissend werken, maar alleen als de spelregels helder zijn.
Een duidelijk regeerprogramma, concrete prioriteiten en afspraken over conflictbeheersing zijn daarbij cruciaal. Zonder dat dreigt incidentenpolitiek, waarbij de aandacht verschuift van lange termijnbeleid naar korte termijn crises.
Wat staat er de komende weken te gebeuren?
Als D66, VVD en CDA serieus werk maken van een minderheidskabinet, volgen intensieve gesprekken over inhoud en verdeling van posten.
De belangrijkste thema’s liggen voor de hand: de begroting, koopkracht, klimaat en stikstof, migratie, woningbouw, zorg en veiligheid.
Daarnaast zal moeten worden verkend welke partijen bereid zijn om op cruciale momenten steun te verlenen. Vooral de begroting is daarbij een lakmoesproef. Zonder voldoende steun kan een kabinet al snel vastlopen.
Scepsis versus politieke realiteit
De kritiek van Gerard Joling is scherp, maar niet uniek. In een periode waarin vertrouwen in de politiek onder druk staat, kijken burgers kritisch naar nieuwe constructies.
Tegelijkertijd is de realiteit dat regeren in Nederland vrijwel altijd neerkomt op compromissen sluiten.
Of Jolings scepsis terecht is, zal afhangen van de afspraken die de partijen maken en hun vermogen om samen te werken.
Een minderheidskabinet kan effectief zijn als de onderlinge verhoudingen goed zijn en er open lijnen bestaan naar andere fracties. Lukt dat niet, dan groeit de kans op politieke instabiliteit en mogelijk nieuwe verkiezingen.
Conclusie: een experiment met hoge inzet
De mogelijke samenwerking tussen D66, VVD en CDA als minderheidskabinet roept veel vragen op. Gerard Joling verwoordde die twijfels op duidelijke en ongefilterde wijze. Volgens hem ontbreekt samenhang en is extra steun noodzakelijk om rust en stabiliteit te creëren.
De komende weken worden bepalend. Dan moet blijken of de partijen erin slagen om hun verschillen te overbruggen en voldoende steun te organiseren.
Slaagt dat, dan kan het minderheidskabinet verrassend effectief blijken. Zo niet, dan blijft de kritiek hangen en wordt de roep om een andere politieke oplossing alleen maar luider.





