Het aantal wolvenaanvallen op vee in Nederland is het afgelopen jaar opnieuw flink toegenomen.

Waar eerdere jaren al records werden gebroken, lijkt ook het huidige jaar daar ruimschoots overheen te gaan. Schapen, geiten en ander vee worden steeds vaker slachtoffer van wolven, vooral in een aantal provincies waar de wolf zich stevig heeft gevestigd.
Tegelijkertijd is er één opvallende uitzondering: een provincie waar ineens helemaal geen meldingen meer zijn gedaan.
Uit een analyse van persbureau ANP, gebaseerd op gegevens van BIJ12, blijkt dat het aantal bevestigde aanvallen inmiddels ver boven het vorige record ligt. En dat terwijl nog niet alle meldingen volledig zijn onderzocht.
Bijna negenhonderd bevestigde aanvallen, en het jaar is nog niet voorbij
Tot en met oktober zijn er al 840 aanvallen op vee geregistreerd waarbij met zekerheid is vastgesteld dat een wolf de veroorzaker was.
Daarmee is het totale aantal van heel vorig jaar, toen er 770 aanvallen werden geteld, al ruim overtroffen. Ook de cijfers uit november laten zien dat de trend zich voortzet: van 48 meldingen is inmiddels bevestigd dat het om wolvenschade ging. Dat brengt het voorlopige totaal op 888 aanvallen.
Daar blijft het waarschijnlijk niet bij. Voor november en december samen liggen nog meer dan tweehonderd meldingen op de plank waarvan de oorzaak nog wordt onderzocht.
Een deel daarvan zal uiteindelijk mogelijk geen wolf blijken te zijn, maar ervaring leert dat een aanzienlijk percentage alsnog wordt bevestigd. Het werkelijke aantal aanvallen kan dus nog verder oplopen.
Gelderland blijft koploper met afstand
De meeste wolvenaanvallen vinden plaats in Gelderland. Ruim de helft van alle bevestigde incidenten gebeurde daar. In totaal sloeg de wolf in deze provincie in het afgelopen jaar zeker 434 keer toe.
Dat is opnieuw een stijging ten opzichte van het jaar ervoor, toen het aantal in Gelderland al op 403 lag.
Daarnaast zijn er in Gelderland nog tientallen meldingen waarvan de oorzaak nog niet definitief is vastgesteld.
Dat betekent dat het uiteindelijke aantal aanvallen in deze provincie mogelijk nog hoger uitvalt. Vooral schapenhouders in buitengebieden voelen de druk toenemen en spreken steeds vaker van een structureel probleem.
Opvallend: Zeeland ineens op nul
Tegenover de stijgende cijfers in onder meer Gelderland staat een opvallende uitzondering. In Zeeland is voor het eerst sinds 2019 geen enkele melding gedaan van vermoedelijke wolvenschade.
Dat betekent niet automatisch dat er geen wolven aanwezig zijn, maar wel dat er in deze provincie geen bevestigde of vermoede aanvallen op vee zijn geregistreerd.
Waarom Zeeland dit jaar buiten schot bleef, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk speelt de ligging een rol, of zijn preventieve maatregelen daar beter op orde. Het contrast met andere provincies maakt het in ieder geval een opvallende uitkomst in de landelijke cijfers.
Preventieve maatregelen vaak onvoldoende
Een belangrijk deel van de discussie rondom wolvenaanvallen draait om preventie. In veel provincies kunnen veehouders subsidie aanvragen om hun dieren beter te beschermen tegen wolven.
Denk aan speciale rasters en omheiningen die zo zijn geplaatst dat een wolf er niet onderdoor, tussendoor of overheen kan.
Uit de gegevens van BIJ12 blijkt echter dat deze maatregelen in de praktijk vaak ontbreken of niet goed zijn uitgevoerd.
Bij bijna 90 procent van de aanvallen was sprake van onvoldoende preventieve bescherming. Slechts bij 66 aanvallen stond er een correct geplaatst raster rondom het vee.
Dat betekent niet automatisch dat veehouders nalatig zijn. Het plaatsen van een goed raster kost tijd, geld en kennis, en niet elk terrein leent zich even goed voor stevige omheiningen. Toch laten de cijfers zien dat goede preventie de kans op een aanval aanzienlijk kan verkleinen.
Niet alle aanvallen worden gemeld
Een ander belangrijk punt is dat de geregistreerde cijfers waarschijnlijk niet het volledige beeld laten zien.
Boeren en andere landeigenaren zijn namelijk niet verplicht om een vermoedelijke wolvenaanval te melden bij BIJ12. Sommige incidenten worden daarom nooit onderzocht of vastgelegd.
Daarnaast worden alleen aanvallen meegeteld waarbij met zekerheid is vastgesteld dat een wolf de schade heeft veroorzaakt.
In gevallen waarin DNA-onderzoek geen duidelijk resultaat oplevert, of waarin het dier al is verdwenen voordat onderzoek mogelijk is, verdwijnen meldingen soms uit de statistieken. Het werkelijke aantal aanvallen kan daardoor hoger liggen dan de officiële cijfers suggereren.
Spanningen tussen natuur en veehouderij nemen toe
De terugkeer van de wolf in Nederland zorgt al jaren voor discussie. Aan de ene kant wordt de wolf gezien als een beschermde diersoort die een plek heeft in de Nederlandse natuur. Aan de andere kant ervaren veehouders steeds vaker directe schade en onzekerheid.
Vooral kleinere schapenhouders geven aan dat herhaalde aanvallen niet alleen financieel pijn doen, maar ook mentaal zwaar zijn. Dieren die gewond raken of worden gedood, zorgen voor stress en frustratie, zeker wanneer aanvallen zich blijven herhalen ondanks maatregelen.
De cijfers van het afgelopen jaar zullen die discussie waarschijnlijk verder aanwakkeren. Nu het aantal aanvallen opnieuw stijgt, klinkt de roep om duidelijker beleid en betere ondersteuning steeds luider.
Wat zeggen de cijfers over de toekomst?
Als de huidige trend zich voortzet, lijkt het waarschijnlijk dat het jaarlijkse aantal wolvenaanvallen voorlopig hoog blijft.
De wolf breidt zijn leefgebied langzaam uit en leert steeds beter omgaan met menselijke omgevingen. Tegelijkertijd loopt de implementatie van effectieve preventieve maatregelen achter.
Provincies staan daarmee voor een lastige opgave: hoe bescherm je zowel vee als een beschermde diersoort, zonder dat de spanningen verder oplopen? Subsidies voor rasters zijn een stap, maar de cijfers laten zien dat die alleen niet voldoende zijn.
Conclusie: record na record, maar geen simpele oplossing
De nieuwste cijfers maken duidelijk dat wolvenaanvallen op vee geen tijdelijk verschijnsel zijn, maar een structureel probleem dat groeit.
Met bijna negenhonderd bevestigde aanvallen en nog honderden meldingen in onderzoek, lijkt het record van vorig jaar slechts een tussenstation.
Dat één provincie ineens geen enkele melding meer heeft, laat zien dat verschillen mogelijk zijn. Tegelijkertijd toont het hoge percentage aanvallen zonder adequate bescherming aan dat er nog veel winst te behalen valt op het gebied van preventie.
Hoe Nederland hier de komende jaren mee omgaat, zal bepalend zijn voor zowel de toekomst van de wolf als voor het draagvlak onder veehouders. Eén ding is duidelijk: het onderwerp zal voorlopig niet uit het nieuws verdwijnen.





