Een 29-jarige man uit Leeuwarden heeft zich voor de rechter moeten verantwoorden na het plaatsen van ernstige bedreigingen aan het adres van Frans Timmermans in een Telegramgroep. De zaak zorgt opnieuw voor discussie over online haat, vrijheid van meningsuiting en de grenzen van satire. De politicus zelf kreeg de berichten onder ogen en reageerde volgens betrokkenen geschokt.

Wat begon als berichten in een besloten Telegramgroep, eindigde in een strafzaak met taakstraf en een voorwaardelijke celstraf.
Bedreigingen in Telegramgroep “Nederlander voor Altijd”
De man uit Leeuwarden plaatste zijn berichten in de Telegramgroep “Nederlander voor Altijd”. In die groep deelde hij meerdere teksten waarin hij Frans Timmermans direct bedreigde. Daarbij werd niet alleen een gewelddadige boodschap verspreid, maar ook een foto van Timmermans met zijn dochters, afkomstig van sociale media.
Bij de foto schreef de man onder meer dat Timmermans aan het “shoppen was met zijn dochters” terwijl een meisje genaamd Lisa op brute wijze zou zijn vermoord. Ook legde hij een verband tussen de politicus en migratiebeleid.
Daarnaast plaatste hij zinnen als: “Kogeltje door Frans Timmermans” en “De kogel komt altijd van links. Waarom dit keer niet van rechts?” Dat soort teksten werd door het Openbaar Ministerie aangemerkt als ernstige bedreigingen.
Timmermans diep geraakt door berichten
Hoewel Frans Timmermans zelf geen aangifte deed, gebeurde dat namens hem door een medewerker. Volgens de rechter is dat inmiddels een trieste realiteit: politici worden zo vaak bedreigd dat het vaak via hun team verloopt.
De bedreigingen werden wel aan Timmermans voorgelegd. Volgens de rechtbank was hij “zeer geraakt” door de koppeling tussen hem en het overlijden van het genoemde slachtoffer. Het betrekken van zijn dochters in het bericht maakte het extra persoonlijk en pijnlijk.
De zaak laat zien hoe online uitingen een directe impact kunnen hebben op mensen in de publieke arena.
Verdachte spreekt van emotie en schaamte
Tijdens de zitting kon de man geen duidelijke uitleg geven voor zijn uitspraken. Hij verklaarde dat hij niet goed had nagedacht en dat het “vanuit emotie” was geschreven. Tegen de rechter zei hij dat hij zich schaamde voor zijn woorden.
Bij de politie had hij eerder aangegeven dat het satire zou zijn geweest. Die uitleg viel niet in goede aarde bij de rechtbank. De rechter reageerde fel en zei dat satire een goede grap is – en dat dit daar niet onder valt.
De term satire wordt vaker gebruikt in rechtszaken rond online uitingen, maar niet elke kwetsende of bedreigende tekst kan daaronder worden geschaard.
Verwijzing naar zaak rond Jan Roos
De advocaat van de verdachte, Paul Logemann, verwees naar een andere recente rechtszaak waarbij Jan Roos werd vrijgesproken. Roos had in die zaak ook aangevoerd dat zijn uitspraken satire waren.
Volgens de advocaat had zijn cliënt zich daardoor mogelijk gesterkt gevoeld in het idee dat scherpe uitlatingen onder satire vallen. De rechter liet echter duidelijk merken dat elke zaak op zichzelf wordt beoordeeld en dat satire niet zomaar als schild kan dienen tegen strafbaarheid.
Het juridische onderscheid tussen meningsuiting en bedreiging blijft daarmee een belangrijk discussiepunt.
Licht verstandelijke beperking speelde rol
Tijdens de zitting kwam naar voren dat de verdachte een licht verstandelijke beperking heeft. Volgens zijn advocaat begrijpt hij bepaalde maatschappelijke en juridische nuances niet goed. Hij zou zelfs moeite hebben om het begrip satire uit te leggen.
De advocaat sprak over een “internetfuik” waarin zijn cliënt terecht zou zijn gekomen. Online kan iemand gemakkelijk worden meegesleept in extreme groepen of discussies zonder goed te beseffen wat de gevolgen zijn.
Volgens de verdediging begreep de man aanvankelijk niet waarom zijn berichten strafbaar waren. Hij stelde dat Nederland toch een vrij land is met vrijheid van meningsuiting.
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen
De rechter maakte duidelijk dat vrijheid van meningsuiting niet betekent dat alles gezegd kan worden zonder gevolgen. Bedreigingen, zeker aan het adres van een politicus, vallen daar niet onder.
De rechtbank benadrukte dat mensen achter een toetsenbord zich ook aan de wet moeten houden. Online dreigen met geweld is strafbaar, ongeacht de context waarin het wordt geplaatst.
De uitspraak moet volgens de rechter ook een signaal zijn naar de samenleving: digitale bedreigingen worden serieus genomen.
Strafeis en uiteindelijke uitspraak
Het Openbaar Ministerie eiste 80 uur taakstraf tegen de man. Daarbij werd zwaar meegewogen dat het slachtoffer een politicus is en dat de verdachte al een strafblad heeft, met onder meer een eerdere veroordeling voor poging tot doodslag.
De rechtbank kwam uiteindelijk tot een straf van 60 uur taakstraf. Daarnaast kreeg de man een maand voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Die voorwaardelijke straf moet als waarschuwing dienen.
De rechter gaf aan dat de man “in zijn handjes mocht knijpen” met een advocaat die hem goed had begeleid en uitleg had gegeven over de ernst van zijn daden.
Politici steeds vaker doelwit van online dreiging
Deze zaak staat niet op zichzelf. Politici krijgen steeds vaker te maken met bedreigingen via sociale media, berichtenapps en online platforms. Telegramgroepen worden daarbij regelmatig genoemd als plek waar radicale of opruiende teksten worden gedeeld.
De drempel om iets online te plaatsen is laag, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Zeker wanneer familieleden worden betrokken bij de uitingen, wordt het persoonlijk en ingrijpend.
Het juridische systeem probeert hierin een balans te vinden tussen bescherming van publieke figuren en het waarborgen van vrijheid van meningsuiting.
Conclusie: duidelijk signaal vanuit de rechtbank
De zaak tegen de 29-jarige man uit Leeuwarden onderstreept dat online bedreigingen niet zonder consequenties blijven. Het argument van satire hield geen stand, en ook emotie bleek geen vrijbrief.
Met een taakstraf en een voorwaardelijke celstraf wil de rechtbank een signaal afgeven: dreigen met geweld, ook digitaal, is strafbaar en wordt serieus genomen.
De uitspraak laat zien dat vrijheid van meningsuiting grenzen kent – en dat wie die overschrijdt, ook achter een toetsenbord, daarvoor verantwoordelijk wordt gehouden.





