Het debat over de toekomst van politieke partijen in Nederland krijgt een nieuw hoofdstuk. Een omstreden voorstel om politieke partijen wettelijk te verplichten leden toe te laten, wordt namelijk toch doorgezet.

Vooral de PVV van Geert Wilders staat daardoor opnieuw volop in de politieke schijnwerpers. De partij is al jaren uniek georganiseerd, omdat Wilders officieel het enige lid is.
Hoewel het oorspronkelijke voorstel eerder stevige kritiek kreeg van de Raad van State, hebben de initiatiefnemers het plan aangepast.
Daarmee hopen zij alsnog voldoende steun in de Tweede Kamer te krijgen. De discussie draait niet alleen om de PVV, maar ook om de vraag hoeveel invloed de overheid mag hebben op de interne organisatie van politieke partijen.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Voorstel krijgt een tweede kans
Het initiatief komt van Kamerleden van D66 en GroenLinks-PvdA (voorheen ingediend met PvdA, inmiddels onderdeel van GroenLinks-PvdA). Zij willen dat politieke partijen die deelnemen aan verkiezingen verplicht worden om leden toe te laten en een minimale vorm van interne democratie te organiseren.
Volgens de initiatiefnemers vervullen politieke partijen een belangrijke rol binnen de Nederlandse democratie. Daarom vinden zij dat partijen ook intern aan bepaalde democratische basisregels moeten voldoen.
Het voorstel leidde eerder al tot veel discussie in Den Haag en daarbuiten. Na kritiek van de Raad van State leek de kans klein dat het plan zou doorgaan, maar inmiddels ligt er een aangepaste versie op tafel.
Waarom de PVV centraal staat
De discussie richt zich vooral op de PVV van Geert Wilders.
De partij heeft namelijk een uitzonderlijke structuur. Officieel is Geert Wilders al jarenlang het enige lid van de PVV. Kamerleden, Statenleden en andere gekozen vertegenwoordigers zijn wel actief namens de partij, maar zijn formeel geen lid.
Daardoor kent de PVV geen ledenvergaderingen waarin over de koers, kandidatenlijsten of het partijprogramma wordt gestemd.
Juist dat is volgens de initiatiefnemers niet langer wenselijk wanneer een partij deelneemt aan verkiezingen en publieke financiering ontvangt.
Wat moet er veranderen?
Volgens het aangepaste voorstel moeten politieke partijen beschikken over een vorm van ledendemocratie.
Dat betekent onder meer dat leden invloed moeten kunnen uitoefenen op belangrijke beslissingen binnen de partij. Denk daarbij aan het kiezen van bestuurders, het vaststellen van kandidatenlijsten of het meepraten over de politieke koers.
De initiatiefnemers benadrukken dat zij geen volledige bemoeienis van de overheid willen, maar slechts een minimale democratische ondergrens.
Volgens hen hoort dat bij partijen die een centrale rol spelen binnen de parlementaire democratie.
Kritiek van de Raad van State
Toch kreeg het oorspronkelijke voorstel stevige kritiek van de Raad van State.
Het belangrijkste adviesorgaan van de overheid erkende wel dat er ruimte bestaat om regels te stellen aan politieke partijen, maar vond de voorgestelde sancties veel te zwaar.
In de eerste versie konden partijen die niet aan de nieuwe regels voldeden zelfs worden uitgesloten van deelname aan verkiezingen onder hun eigen partijnaam.
Volgens de Raad van State vormt zo’n maatregel een zeer vergaande beperking van het democratische proces.
Daarnaast waarschuwde de Raad dat een toezichthouder mogelijk voortdurend terecht zou komen in discussies over de vraag hoeveel invloed partijleden precies moeten krijgen.
Initiatiefnemers passen voorstel aan
Om tegemoet te komen aan de kritiek is het voorstel aangepast.
De grootste wijziging zit in de sancties. Waar partijen eerder direct risico liepen op zware gevolgen, krijgen zij straks veel meer tijd om zich aan de nieuwe regels aan te passen.
Volgens het aangepaste plan kan een zware sanctie pas worden opgelegd wanneer een partij vijf jaar na de invoering van de wet nog steeds niet voldoet aan de wettelijke eisen.
Daarmee hopen de initiatiefnemers twijfelende Kamerleden alsnog over de streep te trekken.
Nog geen gelopen race
Ondanks de aanpassingen is het nog allerminst zeker dat het voorstel daadwerkelijk wet wordt.
Het wetsvoorstel over politieke partijen wordt naar verwachting pas later dit jaar behandeld in de Tweede Kamer.
Pas wanneer een meerderheid instemt met het amendement, wordt het onderdeel van de nieuwe wet.
Daarna moet ook de Eerste Kamer zich nog over het voorstel buigen.
Met andere woorden: er moeten nog meerdere politieke hobbels worden genomen voordat de regels daadwerkelijk veranderen.
Voor- en tegenstanders lijnrecht tegenover elkaar
De discussie over het voorstel verdeelt politiek Den Haag.
Voorstanders vinden dat politieke partijen een voorbeeldfunctie hebben en daarom intern ook democratisch georganiseerd moeten zijn.
Zij wijzen erop dat organisaties in andere sectoren eveneens aan wettelijke regels moeten voldoen. Volgens hen is het daarom niet vreemd dat ook politieke partijen aan minimale democratische eisen worden gehouden.
Tegenstanders zien dat heel anders.
Volgens hen bepaalt iedere partij zelf hoe zij georganiseerd wil zijn en moet de overheid zich daar niet mee bemoeien.
Zij vrezen dat de overheid op deze manier steeds meer invloed krijgt op de interne inrichting van politieke partijen.
Waarom spreken sommigen van een anti-PVV-plan?
Hoewel het voorstel officieel voor alle politieke partijen geldt, wordt het in de praktijk vooral gekoppeld aan de PVV.
Geen enkele andere grote landelijke partij kent immers een vergelijkbare organisatiestructuur.
Daardoor spreken critici regelmatig over een zogenoemde “anti-PVV-wet”.
Volgens hen wordt de wet vooral aangepast om één specifieke partij te dwingen haar organisatie te veranderen.
De initiatiefnemers wijzen die kritiek van de hand.
Zij benadrukken dat dezelfde regels voor iedere politieke partij zullen gelden, ongeacht de politieke kleur.
Wat betekent dit voor Geert Wilders?
Mocht de wet uiteindelijk worden aangenomen, dan zal ook de PVV haar interne organisatie moeten aanpassen om aan de nieuwe wettelijke eisen te voldoen.
Dat betekent mogelijk dat de partij leden moet toelaten en hen inspraak moet geven bij belangrijke besluiten.
Of Geert Wilders daarvoor openstaat, is op dit moment niet duidelijk.
De PVV heeft zich in het verleden vaker kritisch uitgelaten over voorstellen die de interne partijstructuur zouden veranderen.
Politieke discussie nog lang niet voorbij
De komende maanden zal het debat ongetwijfeld verder oplaaien.
Voorstanders zullen blijven benadrukken dat politieke partijen een democratische voorbeeldfunctie hebben.
Tegenstanders zullen juist waarschuwen voor te veel overheidsbemoeienis en aantasting van de vrijheid van politieke partijen.
Juist omdat het voorstel raakt aan de fundamenten van de Nederlandse democratie, verwachten veel politieke waarnemers dat de behandeling uitgebreid zal worden besproken.
Spannende stemming in het najaar
Later dit jaar wordt duidelijk of het aangepaste voorstel voldoende steun krijgt in de Tweede Kamer.
Hoewel meerdere partijen positief staan tegenover het idee van meer interne democratie, bestaat er ook veel terughoudendheid vanwege de juridische bezwaren die eerder naar voren zijn gebracht.
Daardoor blijft het onzeker of het voorstel uiteindelijk een meerderheid behaalt.
Eén ding is wel duidelijk: de discussie over de organisatie van politieke partijen is voorlopig nog niet voorbij. De behandeling van de nieuwe wet kan grote gevolgen hebben voor de manier waarop politieke partijen zich in Nederland in de toekomst organiseren.











