Vliegen binnen Europa wordt mogelijk flink duurder. Er ligt een voorstel op tafel om een zogeheten solidariteitsheffing in te voeren op vliegtickets.
Deze extra belasting wordt gesteund door de Europese Commissie en zou kunnen betekenen dat reizigers tot wel 120 euro extra gaan betalen voor een retourtje. Het doel? Meer gelijkheid, minder uitstoot – maar voor de gemiddelde vakantieganger betekent het vooral een hogere rekening.
Wat is die solidariteitsheffing eigenlijk?
De solidariteitsheffing is een belastingvorm die in eerste instantie werd voorgesteld door Frankrijk, en inmiddels ook steun krijgt van Duitsland en andere EU-lidstaten.
De gedachte erachter is simpel: wie vliegt, draagt financieel bij aan het compenseren van milieuschade én helpt landen die economisch minder profiteren van luchtvaart.
Het geld dat met de heffing wordt opgehaald, zou volgens de plannen onder meer gebruikt worden voor klimaatmaatregelen, de vergroening van de luchtvaart en hulp aan armere landen. Een nobel doel, maar de vraag is of het eerlijk is dat de rekening volledig bij de reiziger terechtkomt.
Tot 120 euro extra per ticket – geen kleinigheid
De exacte hoogte van de heffing verschilt per type vlucht. Korte Europese vluchten zouden enkele tientjes duurder worden, maar voor langeafstandsvluchten kan het bedrag oplopen tot 120 euro extra. Dat is fors, zeker voor gezinnen of reizigers met een krap budget.
Een vlucht naar Spanje van 80 euro? Met de heffing erbij kan dat zomaar boven de 100 euro uitkomen. Een retourtje naar New York?
Dan tikt de toeslag flink aan. Vakanties, familiebezoek of zakenreizen worden hierdoor voor veel mensen een stuk minder aantrekkelijk – of simpelweg onbetaalbaar.
Waarom juist de luchtvaart aangepakt wordt
Vliegen is relatief goedkoop en populair geworden, maar het is ook een sector die verantwoordelijk is voor een aanzienlijke CO₂-uitstoot.
In tegenstelling tot auto’s of treinen is kerosine in veel landen nog steeds belastingvrij. Dat zorgt voor scheve verhoudingen, vindt de Europese Commissie.
Met de solidariteitsheffing wil men die ongelijkheid deels rechtzetten. Het idee is dat luchtvaart niet langer buiten schot blijft, en dat ook deze sector een ‘eerlijke bijdrage’ levert aan de transitie naar een duurzamere economie.
Reiziger draait op voor de kosten
Hoewel het doel misschien begrijpelijk is, wringt het voor veel mensen dat juist de reiziger opnieuw de dupe is. Al eerder gingen ticketprijzen omhoog door toeslagen voor CO₂-compensatie, luchthavengelden en brandstoftoeslagen. Nu komt daar mogelijk een structurele heffing bij bovenop.
En het is niet alleen de prijs van een ticket die stijgt. Hogere kosten voor luchtvaartmaatschappijen kunnen zich ook vertalen in duurdere vakanties, hogere prijzen voor goederen die per vliegtuig worden vervoerd en minder concurrentie op routes. Wie het zich kan veroorloven, vliegt gewoon door – wie minder te besteden heeft, blijft thuis.
Alternatieven? Niet voor iedereen haalbaar
Critici van het voorstel wijzen op het gebrek aan haalbare alternatieven voor vliegen. De trein is in Europa lang niet overal een volwaardig vervanger. Tickets zijn vaak duurder dan een vlucht, de reistijd is langer, en overstappen zijn niet altijd logisch of efficiënt.
Voor bestemmingen buiten Europa is er meestal helemaal geen alternatief. En wie familie heeft in een ander werelddeel of voor werk moet reizen, heeft weinig keus. De solidariteitsheffing treft dus niet alleen vakantiegangers, maar ook migranten, studenten en zakelijke reizigers.
Nederland: extra gevoelig voor deze maatregel
Nederland is een echt luchtvaartland. Met Schiphol als een van de drukste luchthavens van Europa en miljoenen reizigers per jaar, zou de invoering van deze heffing grote gevolgen kunnen hebben.
Niet alleen voor consumenten, maar ook voor de luchtvaartsector zelf, die al onder druk staat door strengere stikstofregels en discussies over krimp.
Een extra belasting op vliegen kan ertoe leiden dat mensen uitwijken naar luchthavens net over de grens – zoals Düsseldorf of Brussel – waar de regels mogelijk minder streng zijn. Dat zorgt niet alleen voor minder inkomsten in Nederland, maar verplaatst het probleem simpelweg naar een ander land.
Voorstanders: eerlijker en duurzamer systeem
Toch zijn er ook voorstanders van de maatregel. Zij zien het als een stap richting een eerlijker belastingsysteem, waarin de vervuiler betaalt.
De opbrengst van de heffing zou gebruikt kunnen worden voor verduurzaming van de luchtvaart, bijvoorbeeld door te investeren in biobrandstoffen, elektrisch vliegen of betere infrastructuur voor treinen en bussen.
Ook zou een deel van het geld kunnen gaan naar landen die nu minder profiteren van globalisering of onder klimaatverandering lijden. Op die manier wordt solidariteit niet alleen een woord, maar ook een financiële realiteit.
Wat betekent dit voor de toekomst van vliegen?
Als de solidariteitsheffing daadwerkelijk wordt ingevoerd, is dat een belangrijke verandering voor de luchtvaartindustrie én voor reizigers.
Goedkope vluchten worden zeldzamer, en de vraag naar duurzame alternatieven zal groeien. Luchtvaartmaatschappijen zullen hun strategie moeten aanpassen en mogelijk vaker inzetten op duurdere, maar groenere tickets.
Voor consumenten betekent het vooral: keuzes maken. Is die citytrip écht nodig? Is er een alternatief per trein? En hoe vaak stap je eigenlijk in het vliegtuig? Vliegen zal nooit verdwijnen, maar het onbezorgde karakter van een tientje naar Barcelona lijkt verleden tijd.
Besluitvorming nog in gang, maar richting is duidelijk
De solidariteitsheffing is op dit moment nog geen definitieve maatregel, maar de steun van de Europese Commissie is een duidelijk signaal. Steeds meer landen vinden dat de luchtvaartsector moet meebetalen aan de klimaattransitie. De kans is groot dat een vorm van deze belasting de komende jaren realiteit wordt.
Of het echt 120 euro extra per ticket wordt, hangt af van de invulling, de politieke druk en de economische situatie. Maar dat vliegen structureel duurder gaat worden? Daar lijkt niemand meer omheen te kunnen.