De Nederlandse autobezitter staat opnieuw in de schijnwerpers. Waar de afgelopen jaren vooral boeren het gevoel hadden dat beleid steeds strenger werd, lijkt nu een andere groep aan de beurt.

Dit keer gaat het om mensen die afhankelijk zijn van hun auto voor werk, gezin en dagelijks leven.
De aanleiding: uitspraken van Christianne van der Wal, die na haar ministerschap een nieuwe rol heeft gekregen, maar opnieuw stevige discussies losmaakt.
Van der Wal is tegenwoordig voorzitter van BOVAG, de belangenorganisatie voor autobedrijven. In die functie spreekt zij zich uit over de toekomst van autorijden in Nederland. Haar boodschap is helder, maar roept veel vragen en weerstand op: het huidige belastingsysteem voor auto’s moet volgens haar op de schop.
Van minister naar mobiliteit: andere rol, zelfde impact
Tijdens haar periode als minister werd Van der Wal hét gezicht van het strenge stikstofbeleid.
Kaarten, maatregelen en mogelijke onteigeningen maakten haar voor veel Nederlanders een beladen naam. Die politieke rol ligt achter haar, maar de maatschappelijke impact van haar woorden is gebleven.
In interviews en openbare optredens mengt zij zich nu in het debat over mobiliteit. Volgens haar is het huidige systeem van autobelastingen niet meer eerlijk en niet toekomstbestendig. Ze pleit voor een fundamentele verandering waarbij automobilisten gaan betalen op basis van gebruik.
Dat klinkt voor sommigen logisch, maar voor veel autobezitters vooral zorgwekkend. Want betalen naar gebruik betekent in de praktijk: betalen per gereden kilometer.
Betalen per kilometer: eerlijk of juist pijnlijk?
Het idee van een kilometerheffing is niet nieuw. Al jaren duikt het plan op in politieke discussies, om vervolgens weer te verdwijnen door maatschappelijke weerstand. Toch lijkt het onderwerp opnieuw aan momentum te winnen.
Volgens Van der Wal is het onvermijdelijk. Zij stelt dat zonder zo’n systeem de rekening uiteindelijk volledig bij benzinerijders terechtkomt. Die uitspraak, gedaan in een interview met De Telegraaf, zorgt direct voor onrust.
Veel automobilisten horen vooral een waarschuwing: wie blijft rijden, gaat meer betalen. Zeker mensen die dagelijks lange afstanden afleggen voor werk voelen zich aangesproken. Voor hen is autorijden geen luxe, maar noodzaak.
Platteland en onregelmatige werktijden zwaar geraakt
De grootste zorgen leven buiten de Randstad. In dorpen en kleinere steden is de auto vaak onmisbaar. Openbaar vervoer rijdt er minder frequent of helemaal niet. Werktijden sluiten bovendien lang niet altijd aan op trein- of bustijden.
Voor deze groep voelt betalen per kilometer als een straf voor hun woon- en werksituatie. Ze hebben weinig tot geen alternatieven, maar zouden wel extra moeten betalen. Dat maakt het voorstel gevoelig en emotioneel.
Critici wijzen erop dat een zogenaamd eerlijk systeem in de praktijk juist ongelijkheid kan vergroten. Wie weinig keuze heeft, betaalt relatief het meest.
Privacyzorgen nemen toe bij kilometerregistratie
Een ander punt dat veel weerstand oproept, is de manier waarop kilometerheffing wordt uitgevoerd. Van der Wal stelt dat dit technisch eenvoudig is, omdat kilometers nu ook al worden geregistreerd. Die opmerking valt bij veel mensen verkeerd.
Automobilisten vrezen dat er een systeem ontstaat waarin elke rit wordt gevolgd. Niet alleen om kosten te berekenen, maar ook om gedrag te monitoren. De stap van belasting naar controle voelt voor sommigen klein.
Daarnaast leeft de angst dat tarieven makkelijk kunnen worden verhoogd. Wat vandaag als eerlijk wordt gepresenteerd, kan morgen duurder worden zonder dat automobilisten daar grip op hebben.
Extra plannen raken ook de tweedehandsmarkt
Naast betalen per kilometer spreekt Van der Wal zich ook uit over de BPM, de belasting op personenauto’s en motoren. Zij wil deze belasting vervangen door een zogenoemde tenaamstellingsbelasting. Die zou betaald moeten worden bij elke wisseling van eigenaar.
Dat voorstel raakt vooral de tweedehandsmarkt. Veel gezinnen kopen geen nieuwe auto, maar zijn afhankelijk van occasions. Als bij elke overdracht extra belasting wordt geheven, worden gebruikte auto’s duurder.
Voor lagere inkomens kan dit grote gevolgen hebben. Elektrische auto’s zijn vaak te duur, terwijl oudere benzineauto’s juist vaker van eigenaar wisselen. Zo dreigt opnieuw dezelfde groep het zwaarst geraakt te worden.
Elektrisch rijden: subsidie weg, belasting blijft
Ook elektrisch rijden komt ter sprake in de plannen. Van der Wal noemt het afbouwen van subsidies een verkeerde keuze. Volgens haar ontstaat er een probleem als steeds meer mensen elektrisch rijden, omdat de overheid dan inkomsten misloopt.
In haar redenering blijven de belastingen dan hangen bij benzinerijders. Die boodschap komt bij veel automobilisten hard aan. Het voelt alsof welk systeem er ook komt, de overheid altijd een manier vindt om inkomsten veilig te stellen.
Of je nu fossiel of elektrisch rijdt, de rekening lijkt onvermijdelijk. Dat zorgt voor wantrouwen en frustratie.
Belangenbehartiger of verkapte beleidsmaker?
Hoewel Van der Wal geen minister meer is, ervaren veel mensen haar uitspraken als beleidsmatig. Dat maakt haar rol als voorzitter van BOVAG complex. Waar men verwacht dat zij opkomt voor automobilisten, voelen haar voorstellen voor sommigen juist als extra druk.
Die spanning zorgt voor debat, zowel binnen de autobranche als daarbuiten. Is dit een noodzakelijke hervorming of opnieuw een stap richting duurder en ingewikkelder autorijden?
Onzekerheid overheerst bij autobezitters
Voorlopig zorgen de uitspraken vooral voor onzekerheid. Concrete plannen zijn er nog niet, maar de richting lijkt duidelijk. Autobezitters voelen dat er opnieuw wordt gekeken naar hun portemonnee.
Het debat gaat daarbij niet alleen over geld. Het draait ook om vertrouwen, keuzevrijheid en privacy. Wie betaalt straks de rekening, en wie heeft daar echt invloed op?
Wat vaststaat: de discussie over autorijden in Nederland is allesbehalve voorbij. En voor miljoenen Nederlanders die dagelijks afhankelijk zijn van hun auto, voelt dit als een onderwerp dat hen direct raakt.





