In het tv-programma Vandaag Inside heeft oud-politiecommissaris Sander Schaepman stevige waarschuwingen geuit over de invloed van de islam binnen westerse samenlevingen.

Volgens hem wordt het probleem structureel onderschat en is het in Nederland vrijwel onmogelijk geworden om er een open en eerlijk gesprek over te voeren.
Kritiek zou te snel worden weggezet als racisme of islamofobie, waardoor inhoudelijke discussie uitblijft.
Schaepman sprak vanuit zijn jarenlange ervaring binnen politie en veiligheidsdiensten en benadrukte dat het debat volgens hem niet alleen gevoelig ligt, maar ook actief wordt gesmoord. Juist dat maakt de situatie volgens hem gevaarlijk.
Kritiek op islam wordt snel taboe verklaard
Volgens Schaepman heerst er in Nederland een klimaat waarin het benoemen van problematische aspecten van de islam nauwelijks nog wordt geaccepteerd.
Zodra iemand zich kritisch uitlaat, volgt al snel het verwijt dat die persoon racistisch of islamofoob zou zijn. Dat mechanisme zorgt er volgens hem voor dat discussies niet inhoudelijk worden gevoerd, maar voortijdig worden afgekapt.
Die reflex heeft volgens Schaepman grote gevolgen. Niet alleen blijft het maatschappelijke debat oppervlakkig, ook worden diepere spanningen niet aangepakt. Problemen verdwijnen daardoor niet, maar blijven onder de oppervlakte sudderen.
Voorbeeld uit Noorwegen zet aan tot nadenken
Tijdens de uitzending verwees Schaepman naar een recente toespraak van een imam in Noorwegen. In die speech werden harde standpunten ingenomen over onderwerpen als homoseksualiteit en overspel.
Wat Schaepman vooral opviel, was dat de imam niet sprak namens een kleine radicale groep, maar juist benadrukte dat zijn opvattingen breed gedeeld zouden worden binnen de gemeenschap.
Volgens Schaepman reageerde het publiek instemmend, wat volgens hem aantoont dat deze ideeën niet marginaal zijn.
Hij waarschuwde ervoor om dergelijke signalen weg te wuiven als extremisme van enkelingen. Juist dat zou een gevaarlijke onderschatting zijn.
Debat onmogelijk door sociale druk
Schaepman stelde dat niet alleen gesprekken met moslims moeilijk zijn, maar ook met mensen die hen automatisch in bescherming nemen.
Zodra iemand kritische vragen stelt, wordt de discussie volgens hem moreel gemaakt in plaats van inhoudelijk. Door iemand te labelen als fout, hoeft men zich niet meer te verhouden tot de inhoud van diens argumenten.
Dat zorgt ervoor dat lastige vragen niet worden gesteld en dat men elkaar niet meer confronteert met ongemakkelijke feiten. Volgens Schaepman is dat geen teken van tolerantie, maar juist van zwakte.
Geen ruimte voor confrontatie vergroot risico’s
Het ontbreken van open debat heeft volgens Schaepman directe gevolgen voor de veiligheid en stabiliteit van de samenleving.
Wanneer ideeën niet worden besproken of bekritiseerd, krijgen radicale stromingen juist meer ruimte. Zonder tegenspraak kunnen extreme opvattingen zich ontwikkelen en normaliseren.
Hij benadrukte dat gematigde stemmen vaak zwijgen of wegkijken, waardoor extremisten het podium krijgen. Volgens Schaepman leert de geschiedenis dat dit patroon vaker heeft geleid tot ontsporing.
Historische lessen worden genegeerd
Schaepman verwees naar historische voorbeelden waarin problematische ideologieën te lang onbevraagd bleven.
In die situaties konden radicale groepen uiteindelijk naar voren stappen, zonder dat er voldoende weerstand was vanuit de samenleving. Volgens hem is dat geen theoretisch risico, maar een reëel gevaar.
Wanneer goedbedoelende mensen blijven hopen dat problemen vanzelf verdwijnen, ontstaat er een vacuüm. Dat vacuüm wordt volgens Schaepman vaak opgevuld door de meest extreme stemmen.
Vrijheid van meningsuiting onder druk
Volgens Schaepman staat ook de vrijheid van meningsuiting onder druk. Niet door formele censuur, maar door sociale sancties.
Mensen durven zich minder uit te spreken uit angst voor reputatieschade, uitsluiting of professionele gevolgen.
Dat leidt tot zelfcensuur en een verschraling van het publieke debat. Volgens Schaepman is een samenleving zonder open meningsvorming kwetsbaar, juist omdat problemen dan niet meer worden benoemd.
Onderschatting van structurele verschillen
Een ander punt dat Schaepman aansneed, is dat culturele en religieuze verschillen vaak worden gebagatelliseerd. Volgens hem is het naïef om te denken dat alle waarden vanzelf verenigbaar zijn. Sommige opvattingen botsen fundamenteel met westerse kernwaarden zoals gelijkheid, vrijheid en individuele autonomie.
Door die botsingen niet te benoemen, ontstaat er volgens hem verwarring en onduidelijkheid. Dat kan leiden tot spanningen in wijken, scholen en instellingen, waar men dagelijks met die verschillen wordt geconfronteerd.
Radicalisering gedijt in stilte
Volgens Schaepman groeit radicalisering niet alleen door openlijke propaganda, maar juist ook door het ontbreken van kritisch tegengeluid. Wanneer extreme ideeën niet worden weersproken, kunnen ze wortel schieten bij mensen die zich niet gehoord voelen of zich afkeren van de samenleving.
Dat proces voltrekt zich vaak geleidelijk en onzichtbaar, totdat het te laat is om nog effectief in te grijpen. Juist daarom pleit Schaepman voor vroegtijdige confrontatie en eerlijk debat.
Pleidooi voor open en eerlijk gesprek
Schaepman benadrukte dat zijn waarschuwingen niet voortkomen uit haat of afkeer, maar uit zorgen over de toekomst van de samenleving. Volgens hem is het mogelijk om respectvol te zijn én kritisch tegelijk. Die twee sluiten elkaar niet uit, maar versterken elkaar juist.
Een open gesprek betekent volgens hem dat niets bij voorbaat onbespreekbaar is. Alleen door moeilijke onderwerpen niet te mijden, kan een samenleving veerkrachtig blijven.
Slot: wegkijken is geen oplossing
De kern van Schaepmans boodschap is duidelijk: problemen die niet worden benoemd, verdwijnen niet vanzelf. Integendeel, ze groeien in stilte. Door kritiek te smoren en debat te blokkeren, wordt het risico groter dat extreme ideeën uiteindelijk de overhand krijgen.
Volgens Schaepman is het tijd om het gesprek weer aan te durven, zonder labels en zonder taboes. Alleen dan kan worden voorkomen dat spanningen verder escaleren en dat de samenleving zichzelf verzwakt door weg te kijken.





