De coronaperiode blijft de politiek bezighouden. Deze week laaide opnieuw een felle discussie op in de Tweede Kamer, ditmaal over een bestaand medicijn dat volgens critici mogelijk levens had kunnen redden tijdens de pandemie.

Het gaat om lidocaïne, een middel dat al decennialang wordt gebruikt, maar volgens betrokkenen nooit serieus is onderzocht als behandeling voor ernstig zieke covid-patiënten. De kernvraag die nu rondzingt: als er signalen waren, waarom is er dan zo weinig mee gedaan?
Waar draait de politieke ophef om
Lidocaïne is geen onbekend medicijn. Het wordt al jaren toegepast als plaatselijke verdoving en bij bepaalde hartritmestoornissen.
Tijdens de coronajaren dook het echter ook op in gesprekken over mogelijke behandelingen voor covid, met name bij ernstig zieke patiënten. Volgens critici is die route nooit echt verkend.
Pepijn van Houwelingen van Forum voor Democratie stelde Kamervragen over deze kwestie.
Zijn zorg is dat alternatieve behandelopties onvoldoende aandacht kregen, omdat de focus vrijwel volledig lag op vaccinatie en preventie. De suggestie dat een bestaand medicijn mogelijk kansen bood, maar geen eerlijke kans kreeg, zorgt voor politieke onrust.
Aanleiding: uitspraken in De Nieuwe Wereld
De hernieuwde aandacht komt niet uit de lucht vallen. In een uitzending van De Nieuwe Wereld vertelde ondernemer Ruud Koornstra dat hij tijdens de pandemie sprak met hoogleraren over lidocaïne als mogelijke behandeling. Volgens Koornstra bleven die gesprekken niet beperkt tot medische kringen.
Hij suggereerde dat de ideeën zelfs “bij het Torentje” terecht zijn gekomen. Dat maakt het verhaal extra gevoelig. Als zulke signalen daadwerkelijk op het hoogste politieke niveau zijn besproken, rijst automatisch de vraag wat ermee is gebeurd en waarom daar nooit publiekelijk iets over is gecommuniceerd.
Minister bevestigt bezoek, maar niet de inhoud
De inmiddels aftredende minister van Volksgezondheid Jan Anthonie Bruijn bevestigde dat Koornstra twee keer op bezoek is geweest bij toenmalig premier Mark Rutte. Het ging om ontmoetingen op 25 oktober 2021 en 4 april 2022.
Opvallend is dat er volgens de minister geen verslagen zijn gemaakt en geen ambtelijke voorbereiding heeft plaatsgevonden. Daardoor is er geen dossier en geen officiële terugkoppeling. Met andere woorden: het is niet te reconstrueren wat er precies is besproken en welke afwegingen zijn gemaakt.
De suggestie van een blokkade
In dezelfde uitzending werd nog een zwaardere claim gedaan. Oud-topman van DSM Feike Sijbesma zou hebben gezegd dat veelbelovende medicijnen bewust zijn tegengehouden om de focus op vaccinatie niet te verstoren.
Van Houwelingen vroeg de minister expliciet om dit te onderzoeken.
Die oproep werd afgewezen. De minister noemde het “geen zinvolle exercitie” om dit na te gaan en stelde dat er geen sprake is geweest van het onderdrukken van geneesmiddelen. Daarmee blijft het bij een ontkenning, zonder dat zichtbaar is onderzocht waar deze uitspraken vandaan komen.
Welke middelen wél zijn bekeken tijdens corona
Volgens de minister is er tijdens de pandemie wel degelijk gekeken naar meerdere medicijnen. Hij noemde onder meer ivermectine, hydroxychloroquine en ook lidocaïne. De reden dat deze middelen niet breed zijn ingezet, was volgens hem het ontbreken van overtuigend wetenschappelijk bewijs.
Dat argument klinkt bekend, maar precies daar wringt het voor critici. Zij stellen niet dat middelen zomaar hadden moeten worden toegepast, maar dat er sneller en serieuzer onderzoek had moeten worden opgestart. Op die kritiek ging de minister niet inhoudelijk in.
De brief die buiten de Kamer blijft
Koornstra verklaarde dat hij destijds een brief ontving waarin het ministerie lidocaïne ongeschikt verklaarde voor de behandeling van covid.
Van Houwelingen vroeg of deze brief met de Kamer gedeeld kon worden, zodat Kamerleden zelf konden beoordelen op welke gronden die conclusie was gebaseerd.
Ook dat verzoek werd afgewezen. Kamerleden zouden volgens de minister zelf contact kunnen opnemen met Koornstra om de brief in te zien. Daarmee blijft een mogelijk relevant document buiten de officiële Kamerstukken, terwijl transparantie juist centraal staat in deze discussie.
Het Gommers-citaat dat blijft rondzingen
Een extra gevoelig punt is een uitspraak die wordt toegeschreven aan ic-arts Diederik Gommers. Koornstra stelde dat Gommers zou hebben gezegd: “Het zou best eens kunnen werken, maar we volgen nu een narratief.” Van Houwelingen vroeg de minister om te controleren of dit citaat klopt.
Ook hier volgde geen onderzoek. De minister verwees opnieuw naar direct contact met betrokkenen. Gommers zelf gaf aan geen vragen te beantwoorden vanwege de lopende parlementaire corona-enquête. Het gevolg is dat het citaat blijft circuleren zonder bevestiging of ontkenning.
Ironie: lidocaïne nu ingezet bij long-covid
Wat de zaak extra pijnlijk maakt, is dat lidocaïne inmiddels wél wordt gebruikt bij de behandeling van long-covid. De minister erkende dat er een observationele studie loopt bij het Amsterdam UMC, waarin positieve resultaten worden gezien.
Zorgverzekeraars bekijken momenteel of deze behandeling vergoed kan worden. Daarnaast wordt gewerkt aan een gerandomiseerde, dubbelblinde vervolgstudie, de wetenschappelijke standaard om effectiviteit betrouwbaar vast te stellen.
Kan het ook helpen bij acute covid
Een logische vraag is of een middel dat mogelijk helpt bij long-covid ook relevant kan zijn bij acute covid, bijvoorbeeld op de intensive care. Dat verband is niet vanzelfsprekend, maar ook niet onlogisch om te onderzoeken.
De minister wil zich daar niet aan wagen en verwijst naar medisch specialisten. Daarmee blijft een belangrijk deel van de discussie onbeantwoord: niet alleen of lidocaïne werkt, maar ook of het beleid destijds voldoende open stond voor nieuwe inzichten.
Waarom dit debat vooral over vertrouwen gaat
Los van de medische vraag raakt deze kwestie aan iets groters: vertrouwen in bestuur en transparantie. Als gesprekken op hoog niveau plaatsvinden zonder verslaglegging, zonder voorbereiding en zonder verantwoording, is het achteraf onmogelijk om beleid te toetsen.
Juist in een crisis verwachten burgers niet alleen beslissingen, maar ook inzicht in hoe die tot stand zijn gekomen. Welke opties lagen op tafel? Welke signalen zijn serieus genomen? En waarom zijn sommige routes afgesloten?
Wat er nu te verwachten valt
Vooralsnog lijkt het ministerie niet van plan om alsnog documenten openbaar te maken of aanvullend onderzoek te doen naar de besluitvorming rond lidocaïne. Tegelijkertijd gaat het wetenschappelijke onderzoek bij long-covid wel door.
Als vervolgstudies positieve resultaten laten zien, zal de discussie over de coronajaren opnieuw oplaaien. Dan komt onvermijdelijk de vraag terug: was dit destijds te vroeg, of juist een gemiste kans?
Conclusie
De ophef rond lidocaïne laat zien dat de coronaperiode nog lang niet is afgesloten. Niet vanwege nieuwe besmettingen, maar vanwege onbeantwoorde vragen. Het debat gaat inmiddels minder over één medicijn en meer over transparantie, afwegingen en vertrouwen.
Of lidocaïne daadwerkelijk levens had kunnen redden, blijft voorlopig onbewezen. Maar dat het gevoel leeft dat niet alle opties serieus zijn verkend, is duidelijk. En zolang die vragen blijven hangen, zal ook het politieke debat niet verstommen.





