Gemeenten in heel Nederland kampen met een groeiend probleem: een tekort aan personeel. Vooral de komende jaren dreigt een grote uitstroom van ervaren ambtenaren door pensioneringen, terwijl het steeds moeilijker wordt om nieuwe medewerkers te vinden.

In Assen denkt men een opvallende oplossing te hebben gevonden. De gemeente investeert namelijk in hoogopgeleide statushouders die graag aan het werk willen, maar vaak moeite hebben om een baan te vinden die aansluit bij hun opleiding en ervaring.
Het project zorgt voor veel reacties. Voorstanders zien het als een slimme manier om twee problemen tegelijk aan te pakken: het personeelstekort bij gemeenten én de moeizame positie van veel statushouders op de arbeidsmarkt.
Critici vragen zich juist af waarom gemeenten niet eerst meer investeren in Nederlandse werkzoekenden. Hoe dan ook: in Assen draait het programma inmiddels volop en de eerste resultaten lijken positief.
Tekort aan ambtenaren groeit
Nederland staat voor een flinke uitdaging als het gaat om personeel binnen gemeenten. Veel ervaren ambtenaren gaan de komende jaren met pensioen en tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker om nieuwe mensen aan te trekken.
Vooral functies op het gebied van ICT, techniek, infrastructuur, duurzaamheid en administratie blijken lastig in te vullen. Gemeenten concurreren steeds vaker met het bedrijfsleven, waar salarissen soms hoger liggen en carrièrekansen aantrekkelijker lijken.
Daardoor zoeken gemeenten naar creatieve oplossingen. Waar vroeger vooral werd geworven onder afgestudeerden uit Nederland, wordt nu ook gekeken naar talent dat al in Nederland aanwezig is maar nog onvoldoende wordt benut.
Volgens de gemeente Assen bevindt zich juist onder statushouders een grote groep hoogopgeleide mensen met kennis en ervaring die waardevol kan zijn voor de overheid.
Statushouders krijgen nieuwe kans
Het project in Assen richt zich specifiek op jonge statushouders met een hbo- of universitaire opleiding. Veel van hen hebben in hun land van herkomst al werkervaring opgedaan, maar lopen in Nederland tegen allerlei obstakels aan.
De Nederlandse taal blijkt vaak de grootste uitdaging. Daarnaast zijn diploma’s niet altijd direct vergelijkbaar met Nederlandse opleidingen en vragen werkgevers regelmatig om ervaring binnen Nederland.
Daardoor belanden veel hoogopgeleide nieuwkomers in een situatie waarin ze onder hun niveau werken of zelfs helemaal geen werk kunnen vinden. Volgens de gemeente is dat zonde, omdat daarmee veel talent verloren gaat.
Door middel van traineeships krijgen deelnemers nu de kans om werkervaring op te doen binnen de gemeente, terwijl ze tegelijkertijd intensief werken aan hun taalvaardigheid.
Van afwijzing naar werkplek
Een van de deelnemers is ICT’er Hussain al Alawa. Hij solliciteerde naar eigen zeggen bij verschillende bedrijven nadat hij naar Nederland kwam, maar kreeg telkens dezelfde reactie te horen. Werkgevers vonden hem enthousiast, maar zagen een gebrek aan Nederlandse ervaring.
Bij de gemeente Assen kreeg hij uiteindelijk wel een kans. Inmiddels ondersteunt hij collega’s met ICT-vraagstukken, beheert hij accounts en helpt hij bij technische werkzaamheden.
Voor hem betekent het traject veel meer dan alleen een baan. Naast het werk volgt hij Nederlandse lessen en leert hij hoe organisaties binnen Nederland functioneren.
Volgens hem voelt het traineeship als een belangrijke stap richting een stabiele toekomst in zijn nieuwe thuisland.
Taal blijft grootste uitdaging
Hoewel de deelnemers vaak beschikken over veel kennis en ervaring, blijft de Nederlandse taal een belangrijk aandachtspunt. Dat geldt ook voor Raghad Alhamdan uit Syrië, die binnen de gemeente actief is als trainee civiele techniek.
Zij houdt zich bezig met het inspecteren van wegen, bruggen en andere infrastructuurprojecten. Daarbij merkt ze dagelijks hoe belangrijk goede communicatie is.
Technische kennis blijkt vaak minder een probleem dan het begrijpen van vaktermen, procedures en gesprekken met collega’s. Daarom vormt taalonderwijs een belangrijk onderdeel van het programma.
De combinatie van werken en leren moet ervoor zorgen dat deelnemers sneller volledig kunnen meedraaien binnen Nederlandse organisaties.
Hoogopgeleid maar werkloos
Volgens begeleiders van het project zit er veel potentieel verborgen onder statushouders. Veel deelnemers hebben een universitaire opleiding afgerond of beschikken over jarenlange werkervaring in hun vakgebied.
Toch lukt het hen vaak niet om direct aan de slag te gaan op hun eigen niveau. Dat leidt niet alleen tot frustratie bij de betrokkenen zelf, maar betekent ook dat Nederland waardevolle kennis misloopt.
Gemeenten zien daarin een kans. Door deze groep actief te begeleiden, ontstaat een nieuwe bron van personeel op een arbeidsmarkt die steeds krapper wordt.
Voor organisaties die moeite hebben om vacatures te vervullen, kan dat op termijn een belangrijk verschil maken.
Investeren in de toekomst
De gemeente Assen benadrukt dat het project niet alleen draait om het oplossen van personeelstekorten. Volgens de initiatiefnemers gaat het ook om participatie en integratie.
Werk speelt namelijk een belangrijke rol bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Mensen leren sneller de taal, bouwen sociale contacten op en raken beter bekend met de Nederlandse samenleving.
Voor veel deelnemers voelt het daarom als een kans om echt onderdeel te worden van hun nieuwe omgeving. Verschillende trainees geven aan dat zij graag iets willen terugdoen voor het land waar zij een nieuwe toekomst hebben opgebouwd.
Dat zorgt volgens begeleiders voor extra motivatie en betrokkenheid op de werkvloer.
Niet iedereen is overtuigd
Zoals bij veel onderwerpen rondom migratie roept ook dit project discussie op. Op sociale media verschijnen zowel positieve als kritische reacties.
Voorstanders wijzen erop dat het logisch is om gebruik te maken van talent dat al aanwezig is. Zij vinden het onbegrijpelijk dat hoogopgeleide mensen jarenlang langs de zijlijn staan terwijl werkgevers personeel tekortkomen.
Critici stellen juist vragen over prioriteiten. Zij vinden dat gemeenten eerst meer moeten investeren in Nederlandse werkzoekenden voordat zij zich richten op statushouders.
De discussie raakt daarmee aan een veel bredere maatschappelijke vraag: hoe moet Nederland omgaan met integratie, arbeidsmarkttekorten en de rol van nieuwkomers binnen de samenleving?
Personeelstekort vraagt om oplossingen
Feit blijft dat het tekort aan personeel binnen gemeenten steeds groter wordt. Vrijwel iedere gemeente zoekt medewerkers op uiteenlopende vakgebieden.
Daarbij gaat het niet alleen om administratieve functies, maar ook om specialisten op het gebied van techniek, ICT, duurzaamheid en infrastructuur. Juist die functies blijken vaak moeilijk te vervullen.
Veel experts verwachten dat de arbeidsmarkt de komende jaren krap zal blijven. Daardoor zullen werkgevers steeds vaker buiten traditionele doelgroepen moeten kijken om voldoende personeel te vinden.
Het project in Assen past precies binnen die ontwikkeling.
Baangarantie is er niet
De deelnemers krijgen overigens geen automatische vaste baan bij de gemeente. Wel worden zij behandeld als interne medewerkers en kunnen zij reageren op vacatures die binnen de organisatie beschikbaar komen.
Daardoor ontstaat voor zowel de gemeente als de trainee een interessante situatie. De organisatie leert de medewerker goed kennen en de trainee krijgt de kans om ervaring op te bouwen binnen Nederland.
Als beide partijen tevreden zijn, kan dat uiteindelijk uitmonden in een langdurige samenwerking. Maar ook wanneer deelnemers elders aan de slag gaan, beschouwt de gemeente het project als succesvol.
Het belangrijkste doel blijft immers dat mensen duurzaam deelnemen aan de arbeidsmarkt.
Assen als voorbeeld?
De komende jaren zal blijken of andere gemeenten het voorbeeld van Assen volgen. De uitdagingen waarvoor gemeenten staan verdwijnen immers niet vanzelf.
Personeelstekorten nemen toe, de vraag naar gespecialiseerde kennis groeit en tegelijkertijd bevindt zich binnen Nederland een groep hoogopgeleide statushouders die graag aan het werk wil.
Voorstanders zien daarom veel potentie in vergelijkbare projecten. Zij wijzen erop dat zowel gemeenten als deelnemers hiervan kunnen profiteren.
Tegenstanders blijven kritisch en zullen nauwlettend volgen welke resultaten daadwerkelijk worden behaald.
Twee problemen tegelijk aanpakken
Wat de meningen ook zijn, het project in Assen laat zien hoe gemeenten zoeken naar nieuwe oplossingen voor een veranderende arbeidsmarkt. Door hoogopgeleide statushouders op te leiden en werkervaring te bieden, probeert de gemeente twee maatschappelijke uitdagingen tegelijk aan te pakken.
Enerzijds ontstaat er nieuw talent voor functies die moeilijk vervulbaar zijn. Anderzijds krijgen mensen die vaak jarenlang moeite hebben om passend werk te vinden een nieuwe kans.
Of dit model uiteindelijk op grotere schaal wordt uitgerold, zal afhangen van de resultaten in de komende jaren. Maar één ding lijkt duidelijk: in een tijd waarin personeel schaars is, kijken steeds meer organisaties naar talent dat vroeger misschien over het hoofd werd gezien.





