Nederland wil de komende decennia massaal van het aardgas af, maar juist daardoor kan er een opvallend probleem ontstaan voor de mensen die níét kunnen overstappen. Wie in 2050 nog aangesloten is op het gasnet, betaalt mogelijk een veelvoud van wat huishoudens nu kwijt zijn aan het transport van gas.

De Autoriteit Consument & Markt waarschuwt dat de jaarlijkse transportkosten voor een gemiddeld huishouden kunnen oplopen van ongeveer 200 euro nu naar maar liefst 790 euro.
Dat is bijna vier keer zoveel. En het pijnlijke is dat juist huishoudens die niet vrijwillig op gas blijven zitten hierdoor geraakt kunnen worden. Huurders zijn bijvoorbeeld afhankelijk van hun verhuurder, terwijl het overvolle elektriciteitsnet een snelle overstap naar volledig elektrisch verwarmen niet overal mogelijk maakt.
Zo dreigt een steeds kleiner wordende groep achterblijvers uiteindelijk een steeds groter deel van de rekening voor het Nederlandse gasnet te betalen.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Gastransport kan fors duurder worden
Op een gemiddelde jaarlijkse gasrekening van ongeveer 1.680 euro bestaat momenteel zo’n 200 euro uit kosten voor het transport van gas.
Dat bedrag lijkt misschien relatief beperkt, maar volgens de ACM kan daar de komende decennia behoorlijk verandering in komen. Richting 2050 zouden de jaarlijkse gastransportkosten voor een gemiddeld huishouden kunnen stijgen naar ongeveer 790 euro.
Het gaat daarbij dus niet om de prijs van het gas zelf. Het bedrag heeft betrekking op het netwerk dat nodig is om aardgas bij woningen en bedrijven te krijgen.
Leidingen moeten worden onderhouden, aansluitingen moeten worden beheerd en netbeheerders moeten ervoor zorgen dat het systeem veilig blijft functioneren.
Ook wanneer steeds minder mensen gebruikmaken van dat systeem, verdwijnen veel van die kosten niet automatisch.
Steeds minder mensen gebruiken gasnet
Daar zit precies het probleem waar de ACM nu voor waarschuwt.
Nederland is bezig met een energietransitie waarbij huishoudens en bedrijven steeds minder afhankelijk moeten worden van aardgas. Woningen krijgen bijvoorbeeld warmtepompen, worden aangesloten op warmtenetten of stappen op andere manieren over op duurzame energie.
Dat betekent dat steeds meer aansluitingen uiteindelijk verdwijnen.
Voor de energietransitie is dat precies de bedoeling. Financieel ontstaat alleen een lastige situatie voor het netwerk dat achterblijft.
De kosten van dat gasnet moeten namelijk over steeds minder gebruikers worden verdeeld.
Wanneer een straat honderd gasaansluitingen heeft, kunnen bepaalde kosten over honderd klanten worden verspreid. Als daar uiteindelijk nog maar twintig aansluitingen van overblijven, wordt die verdeling compleet anders.
Achterblijvers krijgen hogere rekening
ACM-bestuurslid Manon Leijten waarschuwt dan ook specifiek voor de gevolgen voor huishoudens en bedrijven die op het gasnet moeten achterblijven. Het woord ‘moeten’ is daarbij belangrijk.
Het is gemakkelijk om te denken dat iedereen tegen die tijd simpelweg kan besluiten om van het gas af te gaan. In werkelijkheid is dat lang niet altijd mogelijk.
Een huurder kan bijvoorbeeld niet zelfstandig besluiten om een compleet nieuw verwarmingssysteem in een woning te installeren. Daarvoor is vaak medewerking en investering van de verhuurder nodig.
Ook technisch kan een overstap lastig zijn.
Nederland kampt nu al met een overvol elektriciteitsnet. Wanneer miljoenen woningen en bedrijven tegelijkertijd veel meer elektriciteit nodig hebben voor verwarming, stelt dat opnieuw hoge eisen aan het stroomnet.
Daardoor kan een situatie ontstaan waarin mensen wel van het gas af zouden willen, maar daar praktisch nog niet toe in staat zijn.
Gasnet blijft ondertussen geld kosten
Een gasleiding wordt niet gratis zodra minder mensen hem gebruiken. Netbeheerders blijven kosten maken voor beheer, onderhoud en veiligheid. Bovendien ontstaan er juist tijdens de afbouw van het gasnet extra kosten.
Ongebruikte aansluitingen moeten bijvoorbeeld worden verwijderd. Ook delen van het gasnet die uiteindelijk niet langer nodig zijn, moeten worden weggehaald of buiten gebruik worden gesteld. Dat kost geld.
Die rekening verdwijnt niet wanneer een huishouden zijn aansluiting opzegt. Onder het huidige systeem kunnen dergelijke kosten uiteindelijk terechtkomen bij de gebruikers die nog wel aangesloten blijven.
Daardoor ontstaat een opvallende tegenstelling: hoe succesvoller Nederland wordt in het verminderen van het aantal gasaansluitingen, hoe duurder het bestaande netwerk per overgebleven gebruiker kan worden.
Bijna vier keer zoveel betalen
De bedragen die de ACM noemt maken duidelijk hoe groot dat effect uiteindelijk kan zijn. Nu betaalt een gemiddeld huishouden ongeveer 200 euro per jaar voor het transport van gas.
In 2050 kan dat volgens de waarschuwing ongeveer 790 euro zijn. Dat is een stijging van 590 euro per jaar en bijna een verviervoudiging ten opzichte van het huidige bedrag.
Belangrijk is wel dat het om een vooruitblik over een periode van ongeveer 25 jaar gaat. De precieze situatie in 2050 staat uiteraard nog niet vast.
Beleid kan veranderen, technieken kunnen goedkoper worden en de overheid kan besluiten de kosten op een andere manier te verdelen.
De waarschuwing van de ACM laat vooral zien wat er kan gebeuren wanneer het huidige systeem grotendeels blijft bestaan terwijl het aantal gebruikers sterk afneemt.
Vergelijkbaar probleem speelt bij PostNL
Het principe achter de stijgende gaskosten is eigenlijk verrassend eenvoudig en doet denken aan wat er momenteel gebeurt bij de traditionele post.
Nederlanders versturen steeds minder brieven. Toch moet er een netwerk blijven bestaan waarmee de resterende poststukken kunnen worden opgehaald, verwerkt en bezorgd.
Daardoor moeten vaste kosten over steeds minder brieven worden verdeeld. Het gevolg: een postzegel wordt steeds duurder. Bij het gasnet dreigt iets vergelijkbaars te gebeuren, maar dan met veel grotere bedragen.
Steeds minder mensen gebruiken aardgas, terwijl een groot deel van het netwerk voorlopig onderhouden moet blijven worden. De overgebleven gebruikers krijgen daardoor een groter deel van de kosten toegerekend.
Van gas afgaan kost ook geld
Daar komt nog een ingewikkeld onderdeel bij. Wanneer een huishouden definitief van het gas afgaat, moet de ongebruikte aansluiting worden verwijderd. Netbeheerders maken daarvoor kosten.
Je zou kunnen zeggen: laat degene die van het gas afgaat die rekening gewoon zelf betalen. Volgens de ACM kan dat echter averechts werken.
Wanneer het verwijderen van een gasaansluiting honderden of zelfs duizenden euro’s zou kosten voor de vertrekkende gebruiker, ontstaat er een financiële reden om de aansluiting juist te behouden.
Dat botst met het overheidsbeleid om Nederland minder afhankelijk te maken van aardgas.
Daarom worden de kosten nu breder verdeeld. Alleen betekent dat uiteindelijk dat een deel ervan terechtkomt bij mensen die nog aangesloten zijn.
Huurders kunnen moeilijker overstappen
Vooral huurders kunnen daardoor in een vervelende positie terechtkomen.
Een eigenaar van een koopwoning heeft relatief veel invloed op verduurzaming. Wie voldoende geld heeft en wiens woning daarvoor geschikt is, kan investeren in isolatie, zonnepanelen en een warmtepomp.
Een huurder heeft die vrijheid veel minder.
De woning is eigendom van een verhuurder of woningcorporatie. Grote aanpassingen aan het verwarmingssysteem zijn daardoor niet zomaar zelf te regelen.
Wanneer een verhuurder verduurzaming uitstelt, kan de huurder langer afhankelijk blijven van gas.
Als tegelijkertijd de transporttarieven stijgen, krijgt diezelfde huurder mogelijk wel de hogere rekening gepresenteerd.
Precies dat maakt de waarschuwing van de ACM politiek gevoelig.
Vol stroomnet maakt overstappen lastig
Ook woningbezitters kunnen tegen beperkingen aanlopen.
Een volledig elektrische woning vraagt namelijk aanzienlijk meer van het elektriciteitsnet, zeker wanneer een warmtepomp wordt gebruikt.
Nederland heeft ondertussen te maken met forse netcongestie. In verschillende delen van het land is de beschikbare capaciteit beperkt en bedrijven moeten soms lang wachten op een zwaardere aansluiting.
Voor huishoudens is de situatie anders dan voor grote zakelijke aansluitingen, maar ook daar moet het stroomnet de komende jaren flink worden uitgebreid.
Miljoenen woningen van aardgas naar elektriciteit verplaatsen betekent immers dat de vraag naar stroom verder stijgt.
Het is daarom niet vanzelfsprekend dat iedere Nederlander op exact hetzelfde moment probleemloos van het gas af kan.
ACM kan stijging niet zomaar stoppen
Je zou misschien verwachten dat de Autoriteit Consument & Markt simpelweg een maximum stelt aan de tarieven.
Zo eenvoudig werkt het volgens de toezichthouder niet.
Netbeheerders mogen noodzakelijke en gemaakte kosten via hun tarieven terugverdienen. Wanneer de kosten per resterende aansluiting stijgen, kan de ACM dat niet zomaar negeren door een kunstmatig laag maximumtarief vast te stellen.
De rekening moet uiteindelijk ergens terechtkomen.
De belangrijke vraag is daarom niet alleen hoe hoog het tarief mag worden, maar vooral wie de kosten van de afbouw van het gasnet moet betalen.
En juist daar komen de politiek en de overheid in beeld.
Politiek kan rekening anders verdelen
Volgens de ACM hebben verantwoordelijke ministers en de Tweede Kamer meer mogelijkheden om in te grijpen.
Een optie is bijvoorbeeld om de kosten voor het verwijderen van ongebruikte gasaansluitingen en leidingen niet langer volledig via de tarieven van netbeheerders te laten lopen.
De overheid zou dergelijke kosten uit de algemene middelen kunnen betalen.
In gewone taal betekent dat dat de rekening wordt verdeeld over alle belastingbetalers, in plaats van uitsluitend over de mensen en bedrijven die nog op het gasnet aangesloten zijn.
Dat kan voorkomen dat een steeds kleiner wordende groep met extreem hoge transportkosten wordt geconfronteerd.
Daar staat natuurlijk tegenover dat de kosten daarmee niet verdwijnen. Ze worden alleen op een andere manier verdeeld.
Energietransitie krijgt lastig prijskaartje
De discussie laat daarmee een minder zichtbare kant van de energietransitie zien.
Bij verduurzaming gaat het vaak over de kosten van warmtepompen, zonnepanelen, isolatie en het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Minder vaak gaat het over de rekening voor infrastructuur die juist moet verdwijnen.
Maar ook het afbouwen van een netwerk kost geld.
Nederland heeft in tientallen jaren een enorm gasnet opgebouwd. Dat netwerk kan niet simpelweg van de ene op de andere dag worden uitgezet zodra voldoende huishoudens een warmtepomp hebben.
Zolang ergens nog woningen of bedrijven afhankelijk zijn van aardgas, moet een deel van het systeem veilig blijven functioneren.
Juist de laatste fase van de overgang kan daardoor relatief duur worden.
Gasrekening kan opnieuw onder druk komen
Voor huishoudens is de mogelijke stijging extra gevoelig omdat energiekosten de afgelopen jaren al veel aandacht hebben gekregen.
De uiteindelijke gasrekening bestaat uit verschillende onderdelen. De prijs van het gas zelf is daar één van, maar belastingen en netbeheerkosten spelen eveneens een belangrijke rol.
Een huishouden kan in 2050 bovendien veel minder gas gebruiken dan tegenwoordig en tóch relatief hoge vaste kosten hebben voor de aansluiting en het transport.
Dat maakt de ontwikkeling bijzonder.
Normaal gesproken verwacht je dat minder gebruik automatisch een veel lagere rekening betekent. Bij een infrastructuurnetwerk met hoge vaste kosten hoeft dat niet zo te zijn.
Hoe minder klanten overblijven, hoe groter het bedrag kan worden dat iedere afzonderlijke gebruiker moet bijdragen.
2050 is nog ver weg
Tegelijkertijd is het belangrijk om de waarschuwing in perspectief te plaatsen.
Het genoemde bedrag van 790 euro is geen rekening die huishoudens binnenkort automatisch op de mat krijgen.
2050 ligt nog tientallen jaren in de toekomst en in die periode kan er veel veranderen.
De politiek kan besluiten de kosten anders te verdelen. Het tempo waarin huishoudens van het gas afgaan kan veranderen. Ook kunnen delen van het netwerk mogelijk sneller worden afgebouwd dan nu wordt aangenomen.
De berekening laat vooral zien welk financieel probleem kan ontstaan wanneer steeds minder gebruikers verantwoordelijk blijven voor de kosten van een groot netwerk.
Juist omdat die ontwikkeling voorspelbaar is, wil de ACM dat er tijdig wordt nagedacht over een oplossing.
Vooral achterblijvers dreigen geraakt
Daarmee komt de discussie uiteindelijk terug bij de groep waarvoor de waarschuwing vooral bedoeld is: mensen en bedrijven die niet gemakkelijk van het gasnet kunnen verdwijnen.
Als het aantal aansluitingen de komende decennia sterk daalt en de kosten op dezelfde manier worden verdeeld als nu, kunnen hun jaarlijkse gastransportkosten oplopen van ongeveer 200 naar 790 euro.
Bijna vier keer zoveel dus.
Dat terwijl sommige huishoudens misschien helemaal niet bewust voor aardgas hebben gekozen, maar afhankelijk zijn van hun verhuurder, de technische mogelijkheden van hun woning of de capaciteit van het elektriciteitsnet.
De grote vraag richting 2050 wordt daarom niet alleen hoe Nederland zoveel mogelijk woningen van het gas krijgt. Minstens zo belangrijk wordt wat er gebeurt met de mensen die als laatste overblijven.
Want wanneer miljoenen huishoudens het gasnet verlaten, verdwijnt de rekening voor dat netwerk niet automatisch mee. Zonder nieuw beleid dreigt die rekening juist steeds zwaarder terecht te komen bij de groep die als laatste nog aangesloten is.











