Martin Bosma heeft tijdens een debat in de Tweede Kamer stevig uitgehaald naar zowel Ongehoord Nederland als D66. Opvallend genoeg spaarde het PVV-Kamerlid de omroep zelf bepaald niet.

Hij zei weinig op te hebben met de manier waarop Ongehoord Nederland functioneert, maar zette tegelijkertijd grote vraagtekens bij de procedure die ertoe kan leiden dat de omroep zijn plek in het publieke bestel verliest. Vooral zijn uitspraak over D66 trok vervolgens veel aandacht.
Het debat vond op donderdag 24 september plaats in de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De toekomst van de landelijke publieke omroep stond centraal, met onder meer de besluitvorming rond aspirant-omroep Ongehoord Nederland op de agenda.
Tweede Kamer Bosma gebruikte het debat om niet alleen ON!, maar ook de NPO, het Commissariaat voor de Media en politieke invloed binnen het publieke bestel ter discussie te stellen. Geplakte tekst
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Bosma hard over Ongehoord Nederland
Wie verwachtte dat Bosma het volledig voor Ongehoord Nederland zou opnemen, kwam bedrogen uit. Hij begon zijn bijdrage juist met bijzonder stevige kritiek op de omroep.
Bosma zei dat Ongehoord Nederland wat hem betreft weinig reden geeft om enthousiast te worden. In de aangeleverde bron zegt hij zelfs dat hij van de omroep “walgt”, dat die hem “gestolen” kan worden en dat er volgens hem “een bende” van is gemaakt. Geplakte tekst
Daarmee maakte hij direct een belangrijk onderscheid. Zijn bezwaar richtte zich niet zozeer tegen kritiek op ON!, maar vooral tegen de manier waarop de mogelijke intrekking van de erkenning volgens hem tot stand komt.
Dat maakte zijn bijdrage opvallend: Bosma verdedigde niet de kwaliteit van Ongehoord Nederland, maar stelde de procedure en de politieke context eromheen ter discussie.
D66 krijgt harde uithaal
Het meest besproken gedeelte volgde toen Bosma zijn pijlen op D66 richtte. Hij stelde dat er volgens hem “maar één ding erger” is dan Ongehoord Nederland, waarna hij D66 noemde. Geplakte tekst
Daar bleef het niet bij. Bosma omschreef de mogelijke verwijdering van ON! uit het publieke bestel als een politieke “afrekening” binnen wat hij het “links-liberale circuit” noemde. Ook sprak hij over een volgens hem “selectieve D66-cancelcultuur”. Dat zijn politieke kwalificaties van Bosma zelf, niet vastgestelde feiten. Geplakte tekst
Juist die combinatie maakte zijn betoog opvallend. Aan de ene kant was hij uitgesproken negatief over ON!, terwijl hij aan de andere kant fel bezwaar maakte tegen de manier waarop de omroep mogelijk zijn erkenning kwijtraakt.
Waarom Ongehoord Nederland onder druk staat
De discussie komt niet uit de lucht vallen. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert maakte op 8 september bekend dat zij de procedure is gestart om de erkenning van Ongehoord Nederland in te trekken. Volgens het ministerie zijn daar drie afzonderlijke juridische gronden voor. Rijksoverheid
Het Commissariaat voor de Media concludeerde volgens het ministerie dat ON! structureel tekortschiet bij onder meer naleving van wet- en regelgeving, de rechtmatige besteding van publiek geld en journalistieke kwaliteitsnormen. Daarnaast heeft de NPO om ingrijpen gevraagd vanwege volgens de NPO structurele problemen met samenwerking. Ook kreeg ON! binnen één jaar twee sancties van het Commissariaat. Rijksoverheid
Minister Letschert benadrukte daarbij dat haar voorgenomen besluit volgens haar betrekking heeft op het functioneren van de organisatie en niet op het politieke of maatschappelijke geluid dat de omroep vertegenwoordigt. ON! krijgt gelegenheid om te reageren voordat een definitief besluit wordt genomen. Daarna staan bezwaar en beroep bij de rechter open. Rijksoverheid
Bosma ziet politieke afrekening
Bosma plaatst daar dus een heel andere interpretatie tegenover. Volgens hem moet de gang van zaken rond Ongehoord Nederland worden bekeken in een bredere discussie over politieke pluriformiteit.
Hij stelde tijdens het debat dat mensen met afwijkende politieke opvattingen volgens hem op verschillende plekken worden buitengesloten. Daarbij verwees hij specifiek naar PVV’ers en gebruikte hij zelfs de term “beroepsverbod”. Geplakte tekst
Dat is een politieke stelling van Bosma. De officiële onderbouwing van het ministerie voor de procedure tegen ON! verwijst juist naar de Mediawet, bevindingen van het Commissariaat voor de Media, sancties en het verzoek van de NPO. Rijksoverheid
Daarmee botsen tijdens deze discussie twee lezingen. Bosma legt nadruk op politieke uitsluiting en mogelijke ideologische invloed, terwijl het ministerie de kwestie presenteert als een bestuurlijke en wettelijke procedure rond het functioneren van een omroep.
Benoemingen bij NPO onder vuur
Bosma verbreedde zijn kritiek vervolgens naar organisaties rond de publieke omroep. Hij stelde dat politieke netwerken volgens hem een belangrijke rol spelen bij benoemingen en gebruikte daarvoor de omschrijving “ons kent ons”.
Ook beweerde hij dat de NPO volgens hem vol zit met “politieke vriendjes”. Geplakte tekst Het ging daarmee niet langer uitsluitend over Ongehoord Nederland, maar over de inrichting en onafhankelijkheid van het publieke bestel als geheel.
Juist dat onderwerp ligt momenteel sowieso onder een vergrootglas. Het kabinet werkt aan een omvangrijke hervorming van de landelijke publieke omroep. In het voorstel moeten de huidige elf omroepverenigingen uiteindelijk plaatsmaken voor vier omroephuizen. Het huidige ledenmodel moet verdwijnen en NOS en NTR zouden worden samengebracht. Het nieuwe bestel zou volgens het kabinetsplan per 1 januari 2029 moeten ingaan.
Commissariaat voor de Media genoemd
Ook Amma Asante, voorzitter van het Commissariaat voor de Media, kwam ter sprake. Bosma wees op haar betrokkenheid bij BIJ1 en koppelde dat aan zijn kritiek op de procedure rond ON!.
Volgens Bosma is dat relevant omdat een deel van de gronden waarop de procedure tegen Ongehoord Nederland rust afkomstig is van het Commissariaat. Hij stelde vervolgens dat de minister volgens hem te sterk op het oordeel van de toezichthouder leunt. Geplakte tekst
Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen Bosma’s politieke kritiek en de formele positie van het Commissariaat. Het ministerie omschrijft het Commissariaat voor de Media als de onafhankelijke toezichthouder op de omroepen en verwijst naar diens bevindingen als onderdeel van de wettelijke onderbouwing voor de procedure. Rijksoverheid
De discussie gaat daarmee niet alleen over één omroep, maar ook over vertrouwen in instituties die toezicht houden op het publieke mediabestel.
Publieke omroep staat voor verandering
Het moment waarop deze discussie plaatsvindt is belangrijk. Het publieke omroepbestel staat namelijk voor een mogelijke grote verbouwing.
Het kabinet wil de versnippering verminderen en omroepen nauwer laten samenwerken. In het hervormingsvoorstel komen vier omroephuizen, terwijl het ledenaantal niet langer bepalend zou zijn voor de vraag welke omroepen mogen toetreden. Volgens het kabinet moet dat zorgen voor minder bestuurlijke drukte en een sterker en moderner publiek bestel.
Tegelijkertijd benadrukt de regering dat pluriformiteit behouden moet blijven. De vier omroephuizen zouden gezamenlijk verantwoordelijk worden voor media-aanbod waarin verschillende perspectieven en geluiden een plek krijgen.
Dat maakt de kwestie rond Ongehoord Nederland extra gevoelig. Terwijl wordt gesproken over een nieuw systeem waarin verschillende geluiden vertegenwoordigd moeten blijven, loopt tegelijkertijd een procedure waardoor een bestaande aspirant-omroep mogelijk zijn erkenning verliest.
Bosma stelt opvallende NPO-vraag
Aan het einde van zijn bijdrage maakte Bosma zijn onvrede over de publieke omroep nog eens duidelijk. Hij vroeg de minister op provocerende wijze hoe hij ervoor kon zorgen dat hij niet langer aan de NPO hoefde mee te betalen.
Hij vroeg onder meer waar hij zijn “abonnement” op de NPO kon opzeggen en wie hij daarvoor zou moeten bellen of mailen. Geplakte tekst
Letterlijk een NPO-abonnement opzeggen kan natuurlijk niet: de landelijke publieke omroep wordt publiek gefinancierd en is geen individueel abonnement. De uitspraak was daarmee vooral een politieke manier om zijn bredere kritiek op het systeem kracht bij te zetten.
ON-procedure is nog niet afgerond
Belangrijk is dat Ongehoord Nederland op dit moment niet simpelweg definitief uit het publieke bestel is gezet. De minister heeft een procedure gestart om de erkenning in te trekken.
Daar hoort hoor en wederhoor bij. Pas daarna neemt de minister een definitief besluit. Mocht dat besluit negatief uitpakken voor ON!, dan kan de omroep daartegen bezwaar maken en uiteindelijk naar de rechter stappen.
Het politieke debat loopt ondertussen gewoon door. De Tweede Kamer besprak op 24 september niet alleen ON!, maar ook de bredere toekomst en hervorming van de landelijke publieke omroep.
Dat verklaart waarom de bijdrage van Bosma verder ging dan alleen de vraag of Ongehoord Nederland goed functioneert.
Botsing over toekomst publieke omroep
Onder de felle uitspraken zit uiteindelijk een grotere discussie. Hoe moet de Nederlandse publieke omroep worden ingericht, wie houdt toezicht en hoe wordt gegarandeerd dat verschillende maatschappelijke en politieke geluiden ruimte krijgen?
Het kabinet kiest met de voorgenomen hervorming voor minder afzonderlijke organisaties en meer samenwerking. Tegelijkertijd zegt het kabinet onafhankelijke journalistiek, pluriformiteit en toegankelijkheid juist te willen versterken.
Bosma kijkt daar vanuit een andere politieke invalshoek naar en zet vraagtekens bij de neutraliteit en politieke samenstelling van delen van het bestel. Zijn uitspraken over D66, de NPO en het Commissariaat moeten in die context worden gelezen als zijn eigen politieke kritiek.
Wat de bijdrage vooral opvallend maakte, was dat Bosma Ongehoord Nederland zelf nauwelijks verdedigde. Integendeel: zijn oordeel over de omroep was bijzonder negatief. Zijn principiële punt was dat zelfs een omroep waar hij zelf weinig mee heeft volgens hem niet om politiek gekleurde redenen uit het bestel zou mogen verdwijnen.
Daarmee werd het debat ineens groter dan ON! alleen. Het ging over de grenzen van overheidsingrijpen, onafhankelijk toezicht, politieke pluriformiteit en de toekomst van de publieke omroep.
En juist omdat het kabinet tegelijkertijd werkt aan een ingrijpende hervorming van dat bestel, zal die discussie voorlopig nog niet verdwenen zijn.











