Het kabinet geeft toe dat de nieuwe vrachtwagenheffing de prijzen in de supermarkt omhoog drijft. Dat staat in een interne beslisnota van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van VVD-minister Vincent Karremans, die begin oktober is opgesteld. Ambtenaren schrijven daarin dat transporteurs de extra kosten meestal doorberekenen, waardoor boodschappen en andere producten duurder worden. Hoeveel duurder precies, is niet ingevuld. Ondertussen waarschuwen supermarkten en vervoerders al langer dat de rek eruit is.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Kabinet erkent effect op consumentenprijzen
In de ambtelijke voorbereiding staat zwart op wit dat de vrachtwagenheffing niet alleen een probleem is voor de transportsector, maar ook voor iedereen die boodschappen doet.
Ambtenaren schrijven letterlijk dat zowel de stijgende brandstofkosten als de vrachtwagenheffing “in de meeste gevallen worden doorberekend aan de opdrachtgevers van transport en daarmee veelal impact hebben op de consumentenprijzen”.
Daarna voegen ze er meteen aan toe dat dit effect volgens hen beperkt blijft, omdat transportkosten maar een klein deel zijn van de totale prijs van een product. Een concreet bedrag of percentage ontbreekt echter. Er is dus geen duidelijk beeld hoeveel een gemiddeld huishouden hierdoor extra kwijt is aan boodschappen of andere aankopen.
Wel duidelijk is: het kabinet ontkent niet langer dat de heffing uiteindelijk bij de kassa terechtkomt.
Wat is de vrachtwagenheffing precies
De vrachtwagenheffing is een bedrag per gereden kilometer dat eigenaren van zware vrachtwagens betalen op een groot deel van de Nederlandse snelwegen en een aantal belangrijke N-wegen. De heffing geldt sinds 1 juli 2026.
Het gaat om een tarief per kilometer, dat afhankelijk is van onder meer:
- het gewicht van de vrachtwagen
- de uitstootklasse (hoe schoner de motor, hoe lager het tarief)
- het soort weg dat wordt gebruikt
Het idee achter de heffing is dat buitenlandse en Nederlandse vrachtwagens meebetalen aan het gebruik van de wegen en dat er geld vrij komt om de sector schoner te maken. Een deel van de opbrengst gaat namelijk naar subsidies voor elektrische vrachtwagens, laadpalen en andere maatregelen om het vervoer te verduurzamen. Ook de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens is tegelijk aangepast.
Voor wie dagelijks met de auto naar de supermarkt gaat, verandert de heffing niet direct aan de pomp. Maar alle producten die met een vrachtwagen zijn vervoerd, krijgen wel te maken met die extra kosten.
Oude berekening, nieuwe werkelijkheid
Het ministerie liet al in 2018 onderzoeken wat de vrachtwagenheffing ongeveer zou doen met de prijzen in de winkel. Toen werd geschat dat de consumentenprijzen maximaal 0,06 procent zouden stijgen. In sectoren waar wegtransport een groot deel van de kosten is, werd een mogelijke stijging van maximaal 0,2 procent genoemd.
Die cijfers komen uit een rapport van november 2018, dus van vóór:
- de invoering van de heffing
- de recente forse stijging van de dieselprijzen
- de huidige economische onzekerheid
In de recente beslisnota staat niet of het ministerie een nieuwe berekening heeft gemaakt die rekening houdt met de hogere brandstofprijzen en de huidige tarieven van de heffing. De vraag is dus of de inschatting van destijds nog wel aansluit bij de werkelijkheid van nu.
Ook de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, wees eerder op de financiële gevolgen. In een advies werd geschat dat de kosten voor de vervoersector door de heffing met ongeveer 1 tot 3 procent stijgen. Hoeveel daarvan uiteindelijk wordt doorgegeven aan consumenten, hangt af van de kracht van transportbedrijven om hogere tarieven te vragen én van de bereidheid van opdrachtgevers om die te betalen.
Supermarkten slaan alarm over duurdere boodschappen
Supermarkten waarschuwen al langer voor oplopende kosten. In juni stuurde het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de belangenorganisatie van Nederlandse supermarkten, een brandbrief aan het kabinet.
Daarin wees de organisatie op verschillende factoren die de prijzen in de supermarkt opdrijven:
- hogere energieprijzen (koeling, verlichting, distributiecentra)
- hogere brandstofprijzen
- overheidsmaatregelen zoals de vrachtwagenheffing
Volgens het CBL kan de totale voedselprijs volgend jaar met maximaal 10 procent stijgen, mede door de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten. Die 10 procent gaat dus over de brede voedselinflatie, niet alleen over de vrachtwagenheffing. Maar die heffing komt daar bovenop.
Belangrijk detail uit de brief: prijsstijgingen door hogere kosten zijn vaak pas na vier tot twaalf maanden merkbaar in de winkel. Met andere woorden: wat nu wordt besloten, zie je mogelijk pas volgend jaar echt terug op het bonnetje.
Supermarkten vroegen het kabinet daarom om voorzichtig te zijn met extra maatregelen die boodschappen nog verder omhoog duwen.
Transportbedrijven onder druk
Aan de andere kant staan de transportbedrijven zelf, die de vrachtwagenheffing rechtstreeks betalen. Voor hen is het geen theoretische discussie, maar een rekening die per kilometer oploopt.
Bij de start op 1 juli 2026 lag het gemiddelde tarief op 19,1 cent per kilometer. Omdat de dieselprijzen al fors waren gestegen, besloot minister Karremans tot een tijdelijke korting van 22,3 procent. Sinds 1 september betalen vervoerders daardoor gemiddeld 14,8 cent per kilometer.
Volgens de schatting van het ministerie levert die korting de sector in totaal ongeveer 80 miljoen euro aan besparingen op. Dat klinkt als veel, maar de korting geldt alleen tot en met 31 december van dit jaar.
Brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) waarschuwde eerder dat de marges in het transport al jaren heel dun zijn. Voorzitter Elisabeth Post zei daarover: “De marges in het transport zijn al jaren flinterdun.” Dat maakt het voor bedrijven moeilijk om nog meer kosten zelf op te vangen, zonder prijzen te verhogen of te moeten snijden in personeel en investeringen.
Kredietverzekeraar Atradius meldde bovendien dat het aantal faillissementen in de sector transport en opslag in de eerste negen maanden van 2026 met 17 procent is gestegen. Dat komt niet alleen door de vrachtwagenheffing; ook hogere lonen, dure brandstof en algemene economische tegenwind spelen een rol. Maar de heffing is wel een extra last die daar bovenop komt.
Vanaf januari hogere rekening per kilometer
De echte spanning zit rond de jaarwisseling. Dan lopen er twee dingen tegelijk:
- op 31 december vervalt de tijdelijke korting van 22,3 procent
- op 1 januari worden de oorspronkelijke tarieven ook nog eens met 2,6 procent verhoogd vanwege inflatie
De RDW heeft de nieuwe tarieven voor 2027 al bekendgemaakt. Voor een gangbare dieselvrachtwagen van meer dan 32 ton in emissieklasse Euro 6 komt het tarief uit op 20,6 cent per kilometer. Dat is een stuk hoger dan de huidige 14,8 cent met korting én hoger dan het oorspronkelijke gemiddelde van 19,1 cent bij de start.
Voor lange ritten lopen de bedragen snel op. Bij duizenden kilometers per maand kan het verschil tussen 14,8 en 20,6 cent per kilometer voor een bedrijf in de duizenden euro’s per vrachtwagen per jaar lopen. Bedrijven zullen opnieuw moeten kiezen: zelf slikken, doorberekenen aan de klant, of een combinatie daarvan.
Politieke discussie over betaalbaarheid
De gevolgen van de vrachtwagenheffing kwamen opnieuw op de agenda door Kamervragen van Hidde Heutink (Groep Markuszower). Hij stelde op 21 september elf vragen aan minister Karremans over de financiële positie van transportbedrijven en de betaalbaarheid van boodschappen.
Heutink wilde onder meer weten:
- wat de extra lasten doen met kleine en middelgrote transportbedrijven
- of de minister erkent dat hogere vervoerskosten uiteindelijk bij de consument terechtkomen
- of er extra maatregelen nodig zijn om de sector te ontzien
Op 21 oktober stuurde Karremans zijn antwoorden naar de Tweede Kamer. De beslisnota van 5 oktober was bedoeld als voorbereiding op die beantwoording. Daarin staat voor het eerst zo duidelijk verwoord dat de vrachtwagenheffing “veelal impact” heeft op consumentenprijzen, ook al vindt het ministerie het effect nog “beperkt”.
Tegelijk laat de nota een belangrijk gat open: er is geen actuele, doorberekende raming hoeveel een gemiddeld huishouden extra betaalt door de heffing. De politieke discussie gaat daardoor niet alleen over de vraag óf de heffing doorwerkt, maar ook over hoe groot dat effect nou echt is.
Gevolgen voor je portemonnee
Wat betekent dit nu concreet als je elke week met een karretje door de supermarkt loopt?
Een paar dingen zijn duidelijk:
- vrijwel alle producten in de winkel zijn minstens één keer met een vrachtwagen vervoerd
- transporteurs berekenen hogere kosten meestal door aan hun opdrachtgevers
- supermarkten krijgen te maken met een optelsom van hogere loon-, energie-, brandstof- en transportkosten
- prijsverhogingen komen vaak pas maanden later in de schappen terecht
Voor één pak melk of een zak aardappelen gaat het niet om enorme bedragen per stuk. Maar als nagenoeg alle producten een beetje duurder worden, telt dat op tot een groter verschil in de wekelijkse of maandelijkse boodschappen.
Voor mensen met een vast pensioen of een uitkering, of wie al moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen, kunnen ook kleine verhogingen merkbaar zijn. De vrachtwagenheffing komt daar bovenop andere prijsstijgingen, zoals energie, gemeentelijke lasten en zorgkosten.
Wat er nu staat te gebeuren
Vanaf 1 januari 2027 stijgt de rekening voor vrachtwagens opnieuw: de tijdelijke korting vervalt en de tarieven gaan met 2,6 procent omhoog. Voor een zware dieselvrachtwagen in de hoogste klasse wordt dan 20,6 cent per kilometer gerekend.
De transportsector krijgt daarmee opnieuw hogere lasten voor de kiezen. Hoeveel daarvan wordt doorgeschoven naar supermarkten, bouwmarkten, webwinkels en andere afnemers, hangt af van contracten en de onderhandelingspositie van bedrijven. Maar dat het kabinet nu erkent dat de heffing “veelal impact” heeft op consumentenprijzen, maakt duidelijk dat een deel uiteindelijk in de prijs van dagelijkse boodschappen kan belanden.
De komende maanden zal moeten blijken of de politiek nog aan de knoppen wil draaien, bijvoorbeeld met nieuwe kortingen, aanpassingen van de tarieven of andere vormen van compensatie. Voorlopig staat de vrachtwagenheffing overeind, stijgen de tarieven in 2027 en blijft het effect op het kassabonnetje wel merkbaar, maar in exacte cijfers nog altijd onduidelijk.
Bron: NieuwRechts











