De eerste doorrekeningen van de kabinetsplannen onder aanstaand premier Rob Jetten zorgen voor stevige discussies.

Uit cijfers van het Centraal Planbureau blijkt dat de koopkracht van vrijwel alle huishoudens minder hard stijgt dan eerder verwacht. In sommige gevallen gaat men er zelfs op achteruit. Vooral mensen met lagere inkomens en kwetsbare groepen lijken de rekening te betalen.
Volgens de CPB-analyse blijft de gemiddelde koopkrachtstijging beperkt tot 0,2 procent. Zonder nieuw beleid zou dat circa 0,6 procent zijn geweest. Dat verschil lijkt klein, maar op huishoudniveau kan het honderden euro’s per jaar schelen.
Vooral lagere inkomens voelen de pijn
De cijfers laten zien dat huishoudens met een inkomen tot ongeveer 32.000 euro er nauwelijks op vooruitgaan. In veel gevallen blijft de koopkracht gelijk of daalt deze zelfs licht. Tegelijkertijd laten hogere inkomens, vanaf circa 115.000 euro per jaar, juist een stijging zien van rond de 0,3 procent.
Dat contrast zorgt voor onrust, omdat juist lagere inkomens al jaren te maken hebben met stijgende kosten voor wonen, energie en boodschappen. De verwachting was dat het nieuwe kabinet deze groep extra zou ontzien, maar daar lijkt in de huidige plannen weinig van terecht te komen.
Zorgkosten spelen sleutelrol in koopkrachtverlies
Een van de belangrijkste oorzaken van de beperkte koopkrachtgroei is te vinden in de zorg. Het kabinet wil het eigen risico de komende jaren stapsgewijs verhogen. In 2027 stijgt het bedrag van 385 euro naar 460 euro. Vervolgens loopt dit op tot 520 euro in 2030. Dat betekent een stijging van 135 euro ten opzichte van nu.
Hoewel de zorgpremies licht zouden dalen, heeft dit voor veel huishoudens weinig positief effect. Doordat de zorgtoeslag eveneens omlaag gaat, blijft het nettoresultaat vaak negatief. Vooral mensen die regelmatig zorg nodig hebben, merken deze verhoging direct in hun portemonnee.
Belastingtarieven omhoog en nieuwe heffing ingevoerd
Naast de zorgmaatregelen worden ook belastingtarieven aangepast. Diverse schijven gaan omhoog en daarnaast introduceert het kabinet een nieuwe zogenoemde vrijheidsbijdrage. Deze extra heffing moet bijdragen aan investeringen in onder andere klimaat en defensie.
Voor veel burgers voelt dit als een extra belasting bovenop bestaande lasten. Zeker omdat tegelijkertijd wordt bezuinigd op sociale zekerheid en zorg, terwijl andere uitgaven juist stijgen.
Werklozen en arbeidsongeschikten het zwaarst getroffen
Volgens het CPB worden mensen die hun baan verliezen of arbeidsongeschikt raken relatief het hardst geraakt door de plannen. De hoogte en duur van uitkeringen worden aangepast, wat leidt tot een sterk negatief koopkrachteffect.
Opvallend is dat deze gevolgen grotendeels buiten de standaard koopkrachtberekeningen zijn gehouden. In de praktijk kan de impact voor deze groep dus aanzienlijk groter uitpakken dan de cijfers suggereren.
Meer overheidsuitgaven, maar ook hogere staatsschuld
De overheid trekt de komende kabinetsperiode jaarlijks netto zo’n 2,7 miljard euro extra uit. Op korte termijn betekent dit meer investeringen, maar op lange termijn leidt het tot een oplopende staatsschuld.
Tegelijkertijd wordt er bezuinigd op sociale voorzieningen, terwijl defensie-uitgaven juist fors toenemen. Per saldo stijgen de lasten voor burgers, wat de discussie over prioriteiten binnen het kabinet verder aanwakkert.
Werkloosheid en armoede nemen toe
Het CPB verwacht dat de werkloosheid de komende jaren sneller oploopt dan eerder geraamd. Het aantal werklozen zou kunnen stijgen naar ruim 453.000 personen. Ook het aantal mensen onder de armoedegrens neemt toe.
Daarnaast waarschuwt het planbureau dat meer mensen arbeidsongeschikt zullen raken of in de bijstand terechtkomen. Dit komt mede doordat mensen langer moeten doorwerken en de AOW-leeftijd verder wordt verhoogd.
AOW-leeftijd richting 70 jaar
Een ander gevoelig punt in de plannen is de verdere verhoging van de AOW-leeftijd. Vanaf 2033 stijgt deze sneller dan nu het geval is. In 2060 zou de pensioenleeftijd uitkomen op 70 jaar en 6 maanden. Dat is vijftien maanden later dan onder de huidige regeling.
Voor veel Nederlanders voelt dit als een zware opgave, zeker voor mensen met fysiek zwaar werk. De vraag hoe haalbaar dit is, zorgt voor veel discussie op sociale media en in de politiek.
Felle reactie van Geert Wilders
De plannen van het kabinet leiden tot scherpe reacties vanuit de oppositie. Geert Wilders, leider van de Partij voor de Vrijheid, liet op X weten woedend te zijn over de verhoging van het eigen risico.
Hij noemde het besluit “knettergek” en wees erop dat er tegelijkertijd tientallen miljarden worden uitgetrokken voor windenergie op zee. Volgens Wilders worden de prioriteiten volledig verkeerd gelegd en draait de gewone burger op voor de rekening.
Zijn berichten werden massaal gedeeld en zorgden voor duizenden reacties, zowel steunend als kritisch.
Publieke discussie laait verder op
De kabinetsplannen hebben een brede maatschappelijke discussie losgemaakt. Veel Nederlanders vragen zich af waarom juist basisvoorzieningen duurder worden, terwijl grote investeringsprojecten doorgaan. Vooral de combinatie van hogere zorgkosten, belastingen en een stijgende pensioenleeftijd zorgt voor onrust.
De komende maanden zullen cruciaal zijn. De plannen moeten nog door het parlement, waar ongetwijfeld aanpassingen zullen worden voorgesteld. Of deze maatregelen daadwerkelijk ongewijzigd worden ingevoerd, is dus nog onzeker.
Wat wel vaststaat: het koopkrachtdebat is terug van nooit weggeweest en zal een centrale rol spelen in het politieke landschap van de komende jaren.





