Boer Jan is het zat. Al maanden voelt hij zich machteloos terwijl zijn schapen worden aangevallen door wolven. Nacht na nacht ligt hij wakker, luisterend naar de geluiden op zijn erf, bang dat er weer een dier wordt gegrepen.
En als het gebeurt, is het beeld altijd hetzelfde: een verscheurd schaap, achtergelaten in de modder. De frustratie loopt hoog op.
“Ik ben geen man die snel klaagt,” zegt Jan terwijl hij met een ruk zijn pet rechtzet. “Maar dit kan zo niet langer. Die wolven maken onze hele manier van leven kapot. En de overheid? Die doet niks. Ze praten, vergaderen, maken regeltjes… maar ik sta hier met de schade.”
Schapen verscheurd, nachtrust verdwenen
Jan runt al meer dan dertig jaar een boerderij in een landelijke regio waar veehouderij van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Zijn grootvader begon hier ooit met een paar schapen, en sindsdien is het erf altijd gevuld geweest met het geluid van blatende dieren. Maar de laatste jaren is er iets veranderd.
“Vroeger hoefde ik me hier nooit zorgen over te maken,” zucht hij. “Natuurlijk, je had vossen, een loslopende hond misschien. Maar dat is niks vergeleken met een wolf. Die beesten zijn sluw, sterk en ze stoppen niet. Eén aanval en je bent zo drie of vier schapen kwijt.”
Hij herinnert zich de eerste keer dat hij een dode ooi vond, twee jaar geleden. Eerst dacht hij aan een ongeluk, misschien een wilde hond. Maar na een paar weken volgde een tweede aanval. Toen wist hij het zeker: de wolf was terug in Nederland.
“Ik zag het op het nieuws,” knikt hij bitter. “Wolven keren terug in Nederland, prachtige natuur, hoort erbij, bla bla bla. Maar ze vertellen er niet bij dat wij boeren hier de rekening betalen. En geloof me, die rekening is hoog.”
De overheid laat boeren in de kou staan
Ondanks de toenemende problemen voelt Jan zich totaal niet gesteund door de overheid. Sterker nog, hij heeft het gevoel dat hij wordt tegengewerkt.
“Je moet eens proberen een schadevergoeding te krijgen,” zegt hij terwijl hij een sigaret uit zijn borstzak haalt. “Eerst moet je bewijzen dat het echt een wolf was. Dus daar sta je dan, met een half aangevreten schaap, foto’s maken, DNA-testen laten doen. En als je eindelijk alles hebt ingediend, krijg je een paar honderd euro. Maar daar koop je geen nieuw schaap voor, laat staan dat het de stress en ellende goedmaakt.”
Nog frustrerender vindt hij de suggesties die hij krijgt om zijn vee te beschermen.
“Ze zeggen: ‘Jan, zet een hek neer’. Nou, ik heb hekken. Ze zeggen: ‘Neem een waakhond’. Alsof een hond tegen een roedel wolven op kan. En het mooiste: ‘Slaap buiten bij je schapen’. Alsof ik geen ander werk heb. Ze snappen het gewoon niet.”
De grens is bereikt
Jan is niet de enige boer die zo denkt. In de regio wordt steeds vaker gefluisterd over drastische maatregelen. Sommige boeren praten er openlijk over dat ze de wolf liever vandaag dan morgen uit de weg ruimen.
“Ik zeg het zoals het is,” zegt Jan met een felle blik. “Als de overheid niks doet, dan jaag ik die wolf zelf van mijn erf. Punt. Ik laat mijn dieren hier niet afslachten terwijl ze in Den Haag thee zitten te drinken en over de biodiversiteit zitten te kletsen.”
Het probleem? De wolf is een beschermde diersoort. Het doden van een wolf kan hoge boetes en zelfs gevangenisstraf opleveren. Maar Jan haalt zijn schouders op.
“Moet ik dan maar blijven toekijken? Moet ik accepteren dat mijn dieren kapot worden gebeten, dat ik inkomsten verlies en dat ik zelf nauwelijks nog slaap? Dat kan toch niet? Ergens moet de grens liggen.”
De kloof tussen stad en platteland groeit
Wat Jan misschien nog het meest stoort, is de houding van mensen die niet op het platteland wonen. Op sociale media ziet hij mensen die de wolf verdedigen, die vinden dat boeren zich maar moeten aanpassen.
“Ja, in de stad is het makkelijk praten,” bromt hij. “Daar hebben ze geen schapen in de wei staan. Ze hebben geen idee wat het betekent om met dieren te werken, om ze elke dag te verzorgen en te beschermen. Maar ondertussen vertellen ze ons wel hoe wij ons werk moeten doen.”
Hij wijst naar een van zijn lammeren, nog geen week oud. “Moet ik dat dier dan maar gewoon opofferen? Moet ik wachten tot het wordt aangevallen? Dat voelt als verraad aan mijn eigen dieren.”
Wat moet er gebeuren?
Voor Jan is de oplossing simpel: de overheid moet boeren beter beschermen. Hij wil dat er ingegrepen wordt, dat er regels komen die het makkelijker maken om problematische wolven te verwijderen.
“Ik zeg niet dat we ze allemaal moeten uitroeien,” zucht hij. “Maar als er een wolf op mijn erf komt en hij begint aan mijn vee, dan moet ik het recht hebben om in te grijpen. Net zoals je een inbreker uit je huis mag zetten.”
Hij schudt zijn hoofd. “Maar ja, in dit land? Eerst moeten er natuurlijk rapporten komen, commissies, jarenlange discussies. En ondertussen zitten wij boeren hier met de problemen.”
Terwijl de avond valt, maakt Jan nog een laatste ronde over zijn erf. Hij checkt de hekken, controleert of de schapen veilig in de stal staan. Maar in zijn achterhoofd weet hij dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de wolf weer toeslaat.
“Ik hoop dat de overheid wakker wordt,” zegt hij. “Maar als dat niet gebeurt, dan regel ik het zelf wel. Hoe dan ook, die wolf gaat hier niet winnen.”