De oorlog in Oekraïne sleept zich inmiddels al jaren voort, maar achter de schermen wordt de druk binnen de NAVO steeds groter. Terwijl Rusland doorgaat met aanvallen en Oekraïne blijft vragen om wapens, geld en militaire steun, ontstaat binnen Europa steeds meer discussie over wie de rekening moet betalen.

NAVO-chef Mark Rutte probeert nu met een opvallend voorstel de steun aan Oekraïne fors op te schalen. Hij wil dat alle NAVO-landen jaarlijks een vast deel van hun economie reserveren voor hulp aan Kyiv. Dat zou kunnen zorgen voor tientallen miljarden extra steun per jaar.
Maar nog voordat het plan officieel op tafel ligt, ontstaan er al flinke spanningen binnen de alliantie. Vooral grote landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk lijken weinig enthousiast.
Rutte wil structurele NAVO-steun
Volgens diplomaten besprak Mark Rutte eind april achter gesloten deuren een nieuw plan met NAVO-ambassadeurs. De bedoeling is dat alle NAVO-landen jaarlijks 0,25 procent van hun bruto binnenlands product beschikbaar stellen voor Oekraïne.
Dat klinkt misschien als een klein percentage, maar omgerekend gaat het om gigantische bedragen.
Wanneer alle NAVO-landen meedoen, zou de totale steun oplopen tot ongeveer 143 miljard dollar per jaar. Dat is ruim drie keer zoveel als Oekraïne vorig jaar ontving.
Rutte wil daarmee voorkomen dat steun aan Oekraïne afhankelijk blijft van politieke discussies of wisselende regeringen.
Volgens NAVO-bronnen draait het vooral om stabiliteit en voorspelbaarheid.
Europese landen raken verdeeld
Toch zorgt het voorstel direct voor onrust binnen de NAVO.
Vooral Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kijken kritisch naar een verplichte bijdrage. Binnen de alliantie geldt namelijk dat belangrijke besluiten alleen doorgaan wanneer alle lidstaten akkoord zijn.
Eén tegenstander kan dus voldoende zijn om het volledige plan te blokkeren.
En juist dat maakt de situatie ingewikkeld.
Steeds meer landen vinden dat de lasten ongelijk verdeeld zijn. Vooral Noord- en Oost-Europese landen ergeren zich eraan dat sommige grote economieën relatief weinig bijdragen aan Oekraïne.
Nederland behoort tot grootste bijdragers
Volgens cijfers van het Kiel Institute behoren Nederland, Polen, de Baltische staten en Scandinavische landen tot de grootste steunverleners wanneer gekeken wordt naar de omvang van hun economie.
Dat betekent dat kleinere landen relatief veel meer bijdragen dan sommige grotere Europese economieën.
Binnen de NAVO groeit daardoor frustratie.
Meerdere politici vinden dat landen niet langer achterover kunnen leunen terwijl andere staten steeds dieper in de buidel tasten.
Vooral in Noord-Europa klinkt die kritiek steeds harder.
Scandinavische frustratie groeit
De Zweedse minister Maria Malmer Stenergard uitte deze week openlijk haar irritatie over de situatie.
Volgens haar leveren Scandinavische landen met minder dan 30 miljoen inwoners samen ongeveer een derde van alle militaire NAVO-steun aan Oekraïne.
Dat vinden veel Noord-Europese landen niet langer houdbaar.
Ook EU-buitenlandchef Kaja Kallas wees op de scheve verdeling binnen Europa. Volgens haar laten de cijfers duidelijk zien dat sommige landen veel meer doen dan anderen.
En juist nu de oorlog blijft voortduren, wordt die discussie steeds gevoeliger.
Trump zet Europa onder druk
De druk op Europese landen is verder toegenomen sinds Donald Trump vrijwel alle nieuwe Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne heeft stilgezet.
Daardoor ontstaat een groot gat dat Europa nu grotendeels zelf moet opvangen.
Voor veel NAVO-landen is dat een serieus probleem.
Jarenlang konden Europese landen rekenen op enorme Amerikaanse militaire steun, maar die vanzelfsprekendheid lijkt langzaam te verdwijnen.
En dat zorgt voor zenuwachtigheid binnen de NAVO.
Want zonder Amerikaanse miljarden moeten Europese landen ineens veel meer verantwoordelijkheid nemen.
Rutte probeert NAVO bijeen te houden
Volgens diplomaten probeert Mark Rutte vooral te voorkomen dat de NAVO verder verdeeld raakt.
Hij weet dat de oorlog in Oekraïne niet alleen een militair conflict is, maar inmiddels ook een politieke stresstest voor Europa is geworden.
Tijdens een bezoek aan Montenegro benadrukte Rutte dat Oekraïne centraal zal staan tijdens de komende NAVO-top in Ankara.
Volgens hem moet de alliantie sterk blijven en Oekraïne blijven ondersteunen.
Maar achter die woorden schuilt een ingewikkelde realiteit.
Want hoe langer de oorlog duurt, hoe groter de financiële en politieke druk wordt.
Steeds meer twijfel binnen Europa
In meerdere Europese landen groeit ondertussen de twijfel over de eindeloze steunpakketten.
Door hoge inflatie, stijgende energieprijzen en economische onzekerheid vragen steeds meer burgers zich af hoeveel miljarden Europa nog kan blijven uitgeven.
Dat sentiment speelt vooral bij regeringen die intern al onder druk staan.
Politici merken dat steun aan Oekraïne niet meer automatisch populair is onder kiezers.
En juist daarom zijn sommige landen voorzichtig met nieuwe financiële verplichtingen.
Plan van Zelensky
Opvallend is dat het idee voor de 0,25 procent-regel oorspronkelijk afkomstig is van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky.
Hij stelde vorig jaar al voor dat partnerlanden structureel een deel van hun economie zouden reserveren voor de Oekraïense defensie-industrie.
Volgens Kyiv is langdurige zekerheid essentieel.
Oekraïne wil voorkomen dat militaire steun plotseling stilvalt door verkiezingen of politieke ruzies in andere landen.
Maar precies daar wringt het nu binnen de NAVO.
Want veel landen willen wel steun blijven geven, maar liever zonder harde verplichtingen.
Nieuwe ruzie over NAVO-geld
Naast Ruttes voorstel speelt er nog een tweede financiële discussie.
Verschillende EU-landen willen namelijk dat hun bijdragen aan de nieuwe Europese lening van 90 miljard euro voor Oekraïne worden meegeteld in toekomstige NAVO-afspraken.
Van dat enorme Europese steunpakket gaat ongeveer 60 miljard euro naar militaire uitgaven.
Sommige landen vinden daarom dat zij al voldoende bijdragen.
Andere NAVO-landen denken daar heel anders over.
En zo ontstaat opnieuw discussie over wie precies hoeveel moet betalen.
Militaire steun blijft prioriteit
Officieel blijft de NAVO benadrukken dat steun aan Oekraïne prioriteit heeft.
Een woordvoerder van de organisatie wilde niet inhoudelijk reageren op de interne onderhandelingen, maar benadrukte wel dat de alliantie Oekraïne zal blijven steunen.
Toch wordt steeds duidelijker dat achter de schermen flinke spanningen ontstaan.
Want hoe langer de oorlog duurt, hoe moeilijker het wordt om alle NAVO-landen volledig op één lijn te houden.
Vooral nu economische problemen in Europa steeds zichtbaarder worden.
NAVO-top wordt belangrijk moment
Volgende week praten NAVO-ministers verder tijdens een bijeenkomst in het Zweedse Helsingborg.
Daar moet duidelijk worden hoeveel steun Ruttes plan daadwerkelijk krijgt.
Veel diplomaten verwachten stevige discussies.
Vooral omdat landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kritisch blijven over vaste financiële normen.
En zonder unanieme steun lijkt het voorstel moeilijk uitvoerbaar.
Toch zal Rutte blijven proberen om de alliantie richting één gezamenlijk plan te duwen.
Europa staat voor moeilijke keuzes
De discussie laat vooral zien hoe ingewikkeld de situatie rondom Oekraïne inmiddels is geworden.
Enerzijds willen Europese landen voorkomen dat Rusland terrein wint. Anderzijds groeit de druk op begrotingen, economieën en publieke steun.
Daar komt nog bij dat veel burgers zich zorgen maken over koopkracht, energieprijzen en stijgende belastingen.
Nieuwe miljarden voor Oekraïne liggen daardoor politiek steeds gevoeliger.
Voor Mark Rutte wordt het de komende maanden een ingewikkelde evenwichtsoefening.
Hij probeert de NAVO sterk en eensgezind te houden, terwijl de verschillen tussen lidstaten juist steeds zichtbaarder worden.
En precies dat maakt de komende NAVO-top mogelijk één van de belangrijkste momenten van dit jaar voor Europa en Oekraïne.





