de VVD, samen met D66 en het CDA, werkt nu echt toe naar een minderheidskabinet — een zeldzame vorm van regering in Nederland waarbij de partijen niet over een Kamermeerderheid beschikken.

Ze hebben deze weg gekozen omdat traditionele meerderheidsopties stokten en zowel links als rechts geen stabiel blok konden vormen zonder compromissen waar VVD en D66 niet achter konden staan.
Dat besluit staat haaks op eerdere uitspraken van de VVD en levert felle kritiek op van oppositiepartijen — en vooral van Geert Wilders. Deze blog duikt in de kern van die kritiek en waarom Wilders de VVD hard aanpakt.
Wat is er gebeurd: kabinet zonder Kamermeerderheid
Na weken van formatieonderhandelingen besloten de leiders van D66, CDA en de VVD begin januari om een minderheidskabinet te vormen.
Dat betekende dat zij met elkaar een kabinet willen vormen, maar zonder dat die drie partijen zelf een meerderheid van zetels in de Tweede Kamer hebben — er zijn namelijk 66 zetels, terwijl een meerderheid 76 is.
Dit kabinet zal dus voor elke belangrijke stap afhankelijk zijn van steun van andere partijen in de Kamer, wat politiek gezien een ongebruikelijke en kwetsbare situatie is. Het is in Nederland al lange tijd niet voorgekomen dat een kabinet zonder meerderheid werd gevormd.
Originally hadden verschillende scenario’s op tafel gelegen — inclusief een breder centrumblok met GroenLinks-PvdA én een combinatie met partijen als JA21 — maar VVD-leiderschap haalde die opties weg. Daardoor bleef alleen de minderheidsvariant over als realistische optie om snel een kabinet te vormen.
Waarom Wilders de VVD zwaar bekritiseert
Wilders is altijd al kritisch geweest op de traditionele partijen, maar de stap van de VVD richting een minderheidskabinet openbaart volgens hem een diep probleem: de VVD zegt één ding voor de verkiezingen, maar doet iets anders als het erop aankomt.
In het verleden had de VVD harde taal gebruikt over het vermijden van instabiele constructies zoals minderheidskabinetten.
Nu die koers alsnog gekozen wordt, ziet Wilders dat als bewijs dat men niet te vertrouwen is. Hij stelt dat deze handelwijze kiezersbelofte en werkelijke politiek uiteen doet lopen, waardoor vertrouwen in de partij ondergraaft wordt.
Wilders’ kritiek richt zich specifiek op:
de draai in standpunt van de VVD ten opzichte van minderheidsregeringen
het gevoel dat kiezers zijn misleid en dat beloften niet worden nagekomen
het idee dat de VVD liever aan de macht blijft dan principes volgt
Wilders redeneert dat een partij die voor de verkiezingen zegt tegen instabiele kabinetten te zijn, het niet ernstig meent als ze ze in de praktijk tóch omarmt. Dat is volgens hem precies waarom je de VVD niet moet vertrouwen.
Wat zegt de VVD zelf over deze keuze?
De VVD zelf verdedigt de stap als realistisch en pragmatisch in een politiek landschap waarin geen enkele traditionele meerderheid haalbaar bleek.
Volgens de onderhandelaars is het veel belangrijker om snel een werkende regering te hebben dan vast te blijven houden aan theoretische meerderheidsopties die de formatie dagenlang stilzetten.
Daarbij benadrukken de VVD-leiding en hun partners dat een minderheidskabinet juist nódig is om verder te kunnen met urgente thema’s zoals stikstof, woningbouw en economische stabiliteit.
Ze stellen dat dit geen teken van zwakte is, maar van compromisbereidheid en daadkracht.
Minderheidskabinet: een risico of nieuwe realiteit?
Een minderheidskabinet moet voor elk voorstel steun vinden in de Tweede Kamer.
Dat maakt het politiek onzeker en vaak precair — wetsvoorstellen kunnen sneller vastlopen als partijen besluiten niet mee te werken. Experts waarschuwen dat dit kabinet extra moet jongleren tussen oppositiepartijen en must build coalitions case-by-case.
Toch wijzen sommige analisten erop dat minderheidskabinetten in andere landen ook succesvol kunnen zijn als er bereidheid tot continu overleg is.
Dat vereist veel discipline van de coalitiepartijen én een oppositie die mee wil denken in plaats van alleen blokkeren.
Interne crisis binnen Wilders’ partij versterkt het debat
Tegelijkertijd staat Wilders zelf onder druk. Recent verlieten zeven Kamerleden Geert Wilders’s fractie en vormden een nieuwe groep — deels omdat zij constructiever willen samenwerken met het nieuwe kabinet, in tegenstelling tot Wilders’ harde oppositiehouding.
Deze interne breuk verzwakt de PVV politiek gezien en geeft de oppositiepositie van Wilders een extra uitdaging. Voor Wilders versterkt dit juist zijn kritiek op traditionele partijen: hij zegt dat zelfs zijn eigen partij confronteerd wordt met de harde realiteit van oppositie versus machtsparticipatie.
Wat betekent dit voor de Nederlandse politiek?
Deze hele ontwikkeling is symptomatisch voor een complex politiek speelveld:
Geen enkele partij heeft een duidelijke meerderheid;
Formatie ondervond maandenlange vertraging;
Traditionele uitspraken van partijen worden nu op de proef gesteld;
Oppositiepartijen moeten kiezen tussen blokkeren of constructief meewerken;
De VVD krijgt kritiek van zowel rechts als midden vanwege koerswijziging.
Wilders gebruikt dit allemaal als politieke troef om zijn eigen positie te versterken en de VVD neer te zetten als partij die beloften breekt. Of dat gelukt is, zal afhangen van hoe het nieuwe kabinet functioneert en hoe kiezers deze keuzes ervaren.
Met dit minderheidskabinet lijkt de Nederlandse politiek een nieuwe fase in te gaan: meer flexibel, meer afhankelijk van issue-by-issue meerderheden en minder traditioneel gebonden aan klassieke meerderheidscoalities.
Dat is wat VVD, D66 en CDA beogen, maar Wilders noemt het — om zijn eigen redenen — een bewijs dat de VVD niet te vertrouwen is.





