Tweeverdieners met kinderen krijgen in 2027 met meerdere financiële veranderingen tegelijk te maken. Niet één regeling wordt aangepast, maar drie belangrijke regelingen voor werkende ouders worden versoberd of minder ruim dan eerder voorzien. Vooral gezinnen met een gezamenlijk inkomen boven de 60.000 euro kunnen daardoor merken dat hun financiële voordeel sneller afneemt.

Het gaat om de inkomensafhankelijke combinatiekorting, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. Los van elkaar lijken de wijzigingen misschien nog te overzien, maar juist de optelsom kan flink aantikken. Voor een gemiddeld tweeverdienersgezin met twee kinderen kan het verschil al snel oplopen tot honderden euro’s per jaar. En bij één van de regelingen wordt de versobering de komende jaren steeds groter.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Tweeverdieners voelen drie maatregelen tegelijk
Werkende ouders hebben de afgelopen jaren via verschillende regelingen financiële ondersteuning gekregen. Daarmee probeert de overheid werken te stimuleren en een deel van de kosten van kinderen en opvang te compenseren.
In 2027 verandert dat beeld. Drie regelingen worden tegelijk aangepast, waardoor vooral tweeverdieners met kinderen geraakt kunnen worden. Het gaat om gezinnen die juist vaak veel vaste lasten hebben, zoals kinderopvang, boodschappen, wonen en energie.
De maatregelen treffen niet ieder huishouden even hard. Ouders met een lager inkomen worden op sommige onderdelen grotendeels ontzien, terwijl de grootste gevolgen vooral terechtkomen bij midden- en hogere inkomens.
IACK wordt vanaf 2027 afgebouwd
De inkomensafhankelijke combinatiekorting, beter bekend als de IACK, is een belastingkorting voor werkende ouders met jonge kinderen. Bij een tweeverdienersgezin komt deze korting terecht bij de partner die het minst verdient.
In 2026 bedraagt de maximale IACK volgens de beschikbare cijfers 3.032 euro. Dat is een serieus belastingvoordeel dat jaarlijks direct invloed heeft op wat een huishouden netto overhoudt.
Vanaf 2027 begint de afbouw. Het maximale bedrag wordt dan in negen jaarlijkse stappen verlaagd. De eerste verlaging bedraagt ongeveer 134 euro op basis van prijspeil 2023.
Daarna wordt het bedrag jaarlijks met ongeveer 320 euro verder afgebouwd. Uiteindelijk moet de regeling in 2035 volledig zijn verdwenen.
Belastingvoordeel verdwijnt stap voor stap
De afschaffing van de IACK gebeurt dus niet in één keer. Dat maakt de financiële klap in het eerste jaar relatief beperkt, maar het effect wordt ieder jaar groter.
Voor ouders die nu recht hebben op het maximale bedrag betekent dit dat een belastingvoordeel van ruim 3.000 euro geleidelijk verdwijnt. Daardoor kan een gezin over meerdere jaren steeds minder netto overhouden, zelfs wanneer het bruto inkomen gelijk blijft.
Juist dat langzame proces maakt de maatregel minder opvallend dan een plotselinge lastenverhoging. Toch kan de totale financiële impact uiteindelijk aanzienlijk zijn.
Voor tweeverdieners die hun maandelijkse begroting strak hebben ingericht, kan iedere jaarlijkse verlaging merkbaar worden.
Kindgebonden budget sneller omlaag
Een tweede verandering raakt het kindgebonden budget. Het kabinet wil deze regeling nadrukkelijker richten op lagere en middeninkomens.
Daarom wordt het kindgebonden budget vanaf 2027 sneller afgebouwd voor gezinnen met een inkomen boven de 60.000 euro.
Het afbouwpercentage gaat volgens de plannen omhoog met 4,3 procentpunt. In 2027 komt dat uit op 12,35 procent en in 2028 op 12,80 procent.
Hoe hoger het inkomen boven de grens van 60.000 euro uitkomt, hoe groter het effect kan worden.
Vooral middeninkomens merken verschil
Een tweeverdienersgezin met bijvoorbeeld twee kinderen en een gezamenlijk inkomen van 75.000 euro kan hierdoor enkele honderden euro’s per jaar minder ontvangen.
Het exacte verschil hangt af van de persoonlijke situatie en het uiteindelijke wetsvoorstel. De plannen liggen nog bij de Tweede Kamer en kunnen dus nog veranderen.
Toch is de richting duidelijk. Gezinnen die boven de inkomensgrens uitkomen, krijgen minder ondersteuning dan voorheen.
Daarmee wordt een groep geraakt die vaak te veel verdient voor maximale toeslagen, maar tegelijkertijd wel te maken heeft met hoge kosten voor kinderen, opvang en wonen.
Kinderopvangtoeslag stijgt minder snel
Ook de kinderopvangtoeslag wordt minder ruim dan eerder gepland. Voor 2027 was oorspronkelijk 700 miljoen euro beschikbaar om de vergoeding verder te verhogen.
Het kabinet heeft besloten de helft daarvan door te schuiven. Daardoor wordt in 2027 350 miljoen euro minder uitgegeven aan de verhoging van de kinderopvangtoeslag dan aanvankelijk was voorzien.
Voor ouders met een inkomen tot ongeveer 56.000 euro verandert er weinig. Zij krijgen nu al het maximale vergoedingspercentage van 96 procent.
Voor hogere inkomens ligt dat anders. Zij moeten langer wachten op de verhoging waarop eerder werd gerekend.
Hogere inkomens wachten langer
Daarmee ontstaat opnieuw een verschil tussen lagere en hogere inkomens. Ouders die al bijna het maximale percentage ontvangen, worden nauwelijks geraakt.
Tweeverdieners die boven de inkomensgrens zitten, krijgen daarentegen minder snel extra ondersteuning.
Dat kan vooral merkbaar zijn bij gezinnen die meerdere dagen per week kinderopvang gebruiken. De kosten daarvan kunnen flink oplopen en iedere procent minder vergoeding telt dan mee.
De maatregel betekent dus niet dat de kinderopvangtoeslag helemaal verdwijnt, maar wel dat de beloofde verbetering langzamer komt dan eerder gepland.
Optelsom loopt snel op
De grootste financiële impact ontstaat doordat de drie maatregelen tegelijkertijd ingaan.
Neem een tweeverdienersgezin met twee kinderen en een gezamenlijk inkomen van 75.000 euro. Alleen al de eerste stap in de afbouw van de IACK kost volgens de aangeleverde berekening ongeveer 134 euro per jaar.
Daarbovenop komt het lagere kindgebonden budget. Dat kan afhankelijk van de situatie meerdere honderden euro’s per jaar schelen.
Ook de minder sterke stijging van de kinderopvangtoeslag kan de portemonnee raken. Daarmee loopt het totale verschil al in het eerste jaar op tot honderden euro’s.
De jaren daarna wordt het duurder
Daar stopt het niet. De afbouw van de IACK wordt de jaren na 2027 steeds groter.
Waar de eerste stap nog relatief klein is, volgen daarna jaarlijkse verlagingen van ongeveer 320 euro. Daardoor neemt het financiële verlies voor gezinnen die recht hadden op de korting steeds verder toe.
Wie alleen naar 2027 kijkt, ziet dus slechts het begin van de verandering.
Op langere termijn verdwijnt de volledige belastingkorting. Voor huishoudens die nu maximaal profiteren van de IACK gaat het uiteindelijk om duizenden euro’s aan jaarlijks belastingvoordeel dat niet meer terugkomt.
Andere lasten stijgen ook verder
De versobering van deze drie regelingen staat bovendien niet op zichzelf. Gezinnen krijgen ook te maken met andere stijgende kosten.
Zo wordt rekening gehouden met een hogere zorgpremie en andere lasten die breder in de samenleving worden gevoeld.
Volgens eerdere berekeningen kunnen sommige huurders tientallen euro’s per maand extra kwijt zijn en kunnen zelfstandigen eveneens tegen hogere jaarlijkse lasten aanlopen.
Voor tweeverdieners met kinderen komt daar in 2027 dus nog een extra stap bovenop via de IACK, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag.
Gemiddelde koopkracht vertelt niet alles
Op papier lijkt de schade voor huishoudens met kinderen mee te vallen. Het CPB raamt dat deze groep er in 2027 gemiddeld ongeveer 0,2 procent op achteruitgaat.
Dat is minder dan de 0,5 procent koopkrachtdaling die voor huishoudens zonder kinderen wordt genoemd.
Zo’n gemiddelde zegt echter weinig over individuele gezinnen. Binnen de groep huishoudens met kinderen zitten grote verschillen in inkomen, woonlasten, opvangkosten en toeslagen.
Een gezin met een lager inkomen kan veel sterker worden ondersteund dan een tweeverdienersgezin dat net boven meerdere inkomensgrenzen uitkomt.
Boven 60.000 euro minder voordeel
Juist rond de grens van 60.000 euro ontstaat in 2027 een opvallend verschil.
Gezinnen boven dat bedrag krijgen te maken met de snellere afbouw van het kindgebonden budget. Daarnaast profiteren zij minder van maximale toeslagen en moeten zij langer wachten op ruimere kinderopvangvergoeding.
Daarmee zit deze groep financieel in een lastige positie. Het inkomen is te hoog om overal maximaal van te profiteren, maar de kosten van kinderen en opvang blijven wel volledig aanwezig.
Dat verklaart waarom de gemiddelde koopkrachtcijfers mogelijk een ander beeld geven dan wat sommige tweeverdieners daadwerkelijk op hun bankrekening merken.
Werkende ouders voelen de druk
De maatregelen zijn opvallend omdat ze juist terechtkomen bij gezinnen waarin beide ouders werken.
De IACK was oorspronkelijk bedoeld om werken aantrekkelijker te maken, vooral voor de minstverdienende partner. Door die korting af te bouwen verandert de financiële prikkel geleidelijk.
Tegelijkertijd wordt het kindgebonden budget sterker gericht op lagere inkomens en komt de verhoging van de kinderopvangtoeslag voor hogere inkomens later.
Voor werkende ouders kan dat voelen alsof verschillende voordelen tegelijk verdwijnen.
Niet ieder gezin verliest hetzelfde
Het is belangrijk om te benadrukken dat niet elk tweeverdienersgezin automatisch honderden euro’s kwijtraakt.
De gevolgen hangen sterk af van inkomen, aantal kinderen, leeftijd van de kinderen, gebruik van kinderopvang en de vraag of er recht bestaat op de IACK en het kindgebonden budget.
Ook kunnen de plannen nog veranderen tijdens de politieke behandeling.
Toch is duidelijk dat gezinnen met een inkomen boven de 60.000 euro relatief vaak met meerdere versoberingen tegelijk te maken krijgen.
2027 wordt belangrijk financieel jaar
Voor tweeverdieners met kinderen wordt 2027 daarmee een jaar om de eigen financiële situatie goed opnieuw te bekijken.
Niet alleen belastingen en toeslagen veranderen, maar ook de verhouding tussen inkomen en ondersteuning verschuift.
Wie nu gewend is aan een bepaalde hoogte van de IACK of het kindgebonden budget, kan volgend jaar merken dat het nettoresultaat minder gunstig uitvalt.
En omdat de afbouw van de IACK daarna nog acht jaar doorgaat, blijft het effect niet beperkt tot één begrotingsjaar.
De harde financiële tik zit dus vooral in de combinatie. Eén maatregel levert misschien nog geen groot probleem op, maar drie veranderingen tegelijk kunnen een duidelijk verschil maken. Zeker voor gezinnen die al veel kwijt zijn aan kinderopvang en andere vaste lasten kan het verstandig zijn om ruim voor 2027 te bekijken wat de nieuwe regels ongeveer betekenen.
Wat op papier wordt gepresenteerd als een beperkte gemiddelde koopkrachtdaling, kan voor bepaalde tweeverdieners uiteindelijk een stuk steviger uitpakken. Vooral gezinnen boven de 60.000 euro krijgen te maken met minder belastingvoordeel, minder kindgebonden budget en een minder snelle verbetering van de kinderopvangtoeslag. Daardoor kan de financiële ruimte de komende jaren langzaam maar merkbaar verder afnemen.











