Iedereen kent wel zo’n situatie. Een gesprek op een verjaardag, een buurtbarbecue of een borrel waar mensen luchtig aan elkaar vragen: “Wat doe jij voor werk?”
Bij sommige beroepen knikken mensen instemmend of tonen ze bewondering. Maar als Anita antwoord geeft, gebeurt er iets anders.
“Zodra ik zeg dat ik schoonmaakster ben, krijg ik óf een ongemakkelijke stilte, óf een flauwe opmerking. ‘Oh, dat is zwaar werk!’ of ‘Nou, iemand moet het doen, hè?’ En altijd met een lachje erbij.”
Het is niet de eerste keer dat ze zo’n reactie krijgt. “Mensen doen alsof schoonmaken een soort laatste redmiddel is. Iets wat je alleen doet als je geen andere opties hebt. Maar ondertussen werk ik hard, verdien ik goed en rijd ik in een auto waar zij alleen maar van kunnen dromen.”
“Ze snappen niet hoe goed dit betaalt”
Toen Anita als jong meisje stopte met school, hadden mensen al hun oordeel klaar. “Ik was nooit een studiebol. Lange dagen in de schoolbanken? Niks voor mij. Dus toen ik op mijn zeventiende in de schoonmaak belandde, was dat voor mij een prima keuze.”
Wat begon als een baantje voor wat extra geld, groeide al snel uit tot een fulltime bestaan. “Ik werkte in kantoren, hotels, en later kwam ik bij particulieren terecht. Vooral in de privéschoonmaak ligt het echte geld.”
De mensen om haar heen keken er altijd een beetje op neer. “Ze zagen het als iets tijdelijks, iets waar je snel uit moet groeien. Maar ik had daar geen behoefte aan. Ik zag al snel hoeveel geld erin zat als je slim was. Particulieren betalen goed, en als je een netwerk opbouwt, kun je het zo druk maken als je zelf wilt.”
Anita hanteert uurtarieven waar menig kantoormedewerker jaloers op zou zijn. “Sommige mensen denken dat schoonmakers voor een paar tientjes per dag werken. Maar ik reken vijftig euro per uur bij vaste klanten. En dat tikt lekker aan.”
“Mijn Mercedes? Die heb ik cash betaald”
Haar succes bleef lang onopgemerkt. “Ik ben niet iemand die loopt te pronken met wat ik verdien. Maar toen ik vorig jaar een nieuwe Mercedes kocht, werd het ineens een gespreksonderwerp.”
Op een familiebijeenkomst liep ze naar haar auto en haalde haar sleutels uit haar tas. “Mijn neef keek me aan en zei: ‘Wacht even… jij rijdt in een Mercedes?’ Alsof dat onmogelijk was. Alsof een schoonmaakster niet in een dure auto mag rijden.”
Ze lacht bij de herinnering. “Ik zag de verbazing in zijn gezicht. ‘Hoe betaal je dat dan?’ vroeg hij. Dus ik zei heel droog: ‘Gewoon, cash.’”
De reacties die volgden waren een mix van verbazing en ongeloof. “Mensen verwachten niet dat iemand in mijn vak een luxe auto kan betalen. Ze denken dat je daar een universitaire opleiding voor nodig hebt. Maar ik heb gewoon hard gewerkt en slimme keuzes gemaakt.”
“Mijn klanten behandelen me als een hulpje, maar ze hebben geen idee”
Hoewel ze veel vaste klanten heeft die haar waarderen, zijn er ook mensen die haar werk niet serieus nemen. “Sommige klanten behandelen me alsof ik een soort onzichtbare kracht ben. Ze praten over me in de derde persoon terwijl ik er gewoon bij sta. ‘Kun jij even snel de badkamer doen?’ zonder me eens fatsoenlijk aan te kijken.”
Dat raakt haar niet meer. “Wat ze niet weten, is dat ik per maand meer verdien dan zij. Ik kom in huizen waar mensen klagen over hun financiële situatie, terwijl ze denken dat ik krap bij kas zit. Maar ik heb mijn zaken beter op orde dan de meesten.”
“Mensen werken zich kapot voor een baas, ik werk voor mezelf”
Het grootste verschil tussen Anita en de mensen die op haar neerkijken? Ze is haar eigen baas. “Veel mensen werken zich kapot voor een salaris waar de helft naar belastingen en pensioenpremies gaat. Ik bepaal zelf hoeveel ik werk en wat ik vraag.”
Ze is niet afhankelijk van een werkgever en heeft geen last van ontslagrondes of salarisonderhandelingen. “Ik weet wat mijn werk waard is. En ik laat me niet onderbetalen.”
Sommige vrienden hebben haar wel eens gevraagd of ze geen ‘echte baan’ wilde proberen. “Dan zeggen ze: ‘Waarom ga je niet in loondienst? Dan heb je zekerheid.’ Maar zekerheid is relatief. Ik heb een vast klantenbestand, een goed inkomen en alle vrijheid die ik wil. Wie heeft hier nou de betere deal?”
“Ik ga lachend met pensioen”
Terwijl veel mensen tegen hun pensioen opzien, kijkt Anita er met een gerust hart naar uit. “Ik heb gespaard, ik heb geïnvesteerd en ik heb geen schulden. Als ik wil stoppen, kan dat morgen.”
Veel leeftijdsgenoten maken zich zorgen over hun financiële toekomst. “Ik hoor ze klagen over hun pensioenpot die niet groot genoeg is, over de stijgende kosten van het leven. En ik denk alleen maar: dát probleem heb ik gelukkig niet.”
Ze weet dat mensen haar baan nooit echt zullen begrijpen. “Ze blijven denken dat ik het minder goed heb dan zij, gewoon omdat ik schoonmaak. Maar als ik in mijn Mercedes stap en wegrijd, weet ik beter.”
Anita glimlacht. “Ze mogen blijven lachen om mijn werk. Maar uiteindelijk lach ik het hardst in mijn Mercedes.”