Het nieuwe kabinet onder leiding van Rob Jetten is nog maar net begonnen, of het eerste grote conflict dient zich al aan.

De plannen om de AOW-leeftijd sneller te verhogen zorgen voor forse weerstand. Vakbonden spreken van contractbreuk, oppositiepartijen roeren zich en ook binnen de polder klinkt stevige kritiek. De kans is groot dat dit dossier uitgroeit tot een van de zwaarste politieke gevechten van het jaar.
Snellere verhoging AOW-leeftijd zet kwaad bloed
In het regeerakkoord van D66, VVD en CDA staat dat de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller moet stijgen dan nu het geval is.
Concreet betekent dit dat mensen die rond 2060 de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, pas met ongeveer 70 jaar en zes maanden kunnen stoppen met werken. Dat is ruim een jaar later dan onder de huidige afspraken.
Volgens doorrekeningen van het Centraal Planbureau is deze versnelling nodig om de overheidsfinanciën op lange termijn houdbaar te houden.
Maar juist die redenering wordt door critici fel betwist. Zij wijzen erop dat er bij eerdere pensioenafspraken al uitgebreid is gerekend en dat toen bewust is gekozen voor een gematigder tempo.
Vakbonden spreken van afspraakbreuk
De felste tegenstand komt van de vakbonden. De FNV stelt dat het kabinet eenzijdig tornt aan het pensioenakkoord uit 2019.
In dat akkoord was juist vastgelegd dat de AOW-leeftijd minder snel zou stijgen, om mensen met zware beroepen te beschermen.
FNV-voorzitter Dick Koerselman noemt het plan ronduit onrechtvaardig. Volgens hem leven hogeropgeleiden
gemiddeld aanzienlijk langer en blijven zij ook langer gezond dan mensen met een lagere opleiding. Die laatste groep werkt vaker in fysiek zware beroepen en loopt een grotere kans om voor de AOW-leeftijd uit te vallen. Dat juist zij nu nóg langer moeten doorwerken, zorgt voor veel woede.
De bonden wijzen daarnaast op cijfers waaruit blijkt dat oudere werkzoekenden nauwelijks nog aan de bak komen. Slechts een klein deel van de werkloze zestigplussers vindt een nieuwe baan. Langer doorwerken klinkt in beleidstaal misschien logisch, maar in de praktijk blijkt het voor veel mensen simpelweg niet haalbaar.
Dreiging van acties en stakingen
De toon vanuit de vakbonden is ongebruikelijk scherp.
Als het AOW-plan niet van tafel gaat, worden acties niet uitgesloten. Daarmee hangt er direct een sociaal conflict boven het prille kabinet. De boodschap is duidelijk: dit dossier wordt niet gezien als onderhandelingsmateriaal dat later kan worden ingeruild voor andere maatregelen.
Daarbij speelt ook mee dat het kabinet tegelijkertijd wil bezuinigen op uitkeringen voor werklozen en arbeidsongeschikten. In de ogen van de bonden is dat een dubbele klap voor dezelfde groep: langer werken én minder vangnet als het misgaat.
Werkgevers zien noodzaak, maar niet zonder voorwaarden
Aan werkgeverszijde klinkt een ander geluid. Organisaties als MKB-Nederland en VNO-NCW erkennen dat de plannen pijnlijk zijn, maar wijzen op de demografische realiteit.
Door de vergrijzing komen er steeds minder werkenden tegenover steeds meer gepensioneerden te staan. In de richting van 2050 zou de verhouding kunnen dalen naar twee werkenden per AOW’er.
Volgens werkgevers is het huidige stelsel op termijn simpelweg te duur. Tegelijkertijd geven zij aan dat het niet alleen om de AOW-leeftijd zou moeten draaien.
Meer mobiliteit op de arbeidsmarkt, omscholing en het tijdig wisselen van functie bij zwaar werk worden gezien als minstens zo belangrijk. Langer doorwerken zonder aanpassing van het werk zelf, is volgens hen vragen om problemen.
Kritiek vanuit de polder: ‘Afspraak is afspraak’
Ook binnen de polder klinkt kritiek op de koers van het kabinet. Sociaal-Economische Raad-voorzitter Kim Putters heeft zich uitgesproken tegen de manier waarop de AOW-verhoging nu wordt gepresenteerd.
Volgens hem is er jarenlang intensief onderhandeld over het pensioenakkoord, waarbij alle partijen water bij de wijn deden.
Dat een nieuw kabinet die afspraken zo snel openbreekt, schaadt volgens Putters het vertrouwen in het overlegmodel. Bovendien stelt hij dat de financiële aannames die destijds zijn gemaakt, niet wezenlijk zijn veranderd. In dat licht roept hij op tot meer zorgvuldigheid en overleg.
Politiek mijnenveld voor premier Jetten
Voor premier Jetten komt het debat over de AOW op een ongelukkig moment. Het is een van zijn eerste grote optredens in de Tweede Kamer als regeringsleider. Vrijwel de hele oppositie heeft al laten weten weinig te voelen voor het plan.
Dat maakt de kans op een meerderheid onzeker, zeker omdat ook in de Eerste Kamer de steun allesbehalve vanzelfsprekend is.
De AOW-verhoging dreigt daarmee een symbooldossier te worden: niet alleen inhoudelijk gevoelig, maar ook politiek explosief.
Voor tegenstanders staat het plan symbool voor een kabinet dat te weinig oog heeft voor mensen met zware beroepen en lagere inkomens. Voor voorstanders gaat het juist om verantwoordelijkheid nemen voor toekomstige generaties.
Maatschappelijke onrust groeit
De discussie raakt een gevoelige snaar bij veel Nederlanders. Online en in reacties onder nieuwsartikelen stapelen de persoonlijke verhalen zich op.
Mensen die op jonge leeftijd zijn begonnen met werken, vaak in onregelmatige diensten of fysiek zwaar werk, vragen zich af hoe zij gezond de eindstreep moeten halen.
Anderen wijzen erop dat plezier in het werk en goede arbeidsomstandigheden veel verschil kunnen maken, maar erkennen tegelijk dat dit lang niet voor iedereen geldt.
Wat opvalt is dat het vertrouwen in de politiek bij dit onderwerp snel afbrokkelt. Veel mensen hebben het gevoel dat de spelregels halverwege worden veranderd. Dat gevoel van onzekerheid maakt het debat extra fel.
Onzekere uitkomst, grote gevolgen
Hoe dit afloopt, is nog volledig open. Het kabinet houdt vast aan de noodzaak van hervormingen, terwijl bonden en oppositie de druk opvoeren.
Eén ding is duidelijk: de AOW is allang niet meer alleen een technisch financieel vraagstuk. Het is een onderwerp geworden dat draait om rechtvaardigheid, vertrouwen en de vraag wie uiteindelijk de rekening betaalt.
Voor het kabinet-Jetten wordt dit dossier een eerste grote test. Niet alleen in de Kamer, maar ook in de samenleving.
De komende weken zullen uitwijzen of het plan standhoudt, wordt aangepast of alsnog sneuvelt onder de toenemende druk. Eén ding staat buiten kijf: het debat over langer doorwerken is voorlopig nog lang niet voorbij.





