Elektrisch rijden wordt vaak gepresenteerd als de toekomst: stil, schoon en technisch superieur. Maar een groot Amerikaans onderzoek zet nu forse vraagtekens bij dat rooskleurige beeld. Volgens nieuwe cijfers blijken nieuwe elektrische auto’s vaker problemen te hebben dan benzine- en dieselauto’s. Niet zozeer door de elektromotor zelf, maar vooral door alles wat eromheen zit.

Het gaat om het jaarlijkse betrouwbaarheidsonderzoek van J.D. Power, een gerenommeerde naam in de autowereld. De uitkomsten zorgen voor discussie, ook in Europa en Nederland. Tijd om te kijken wat er precies misgaat, welke merken goed scoren en wat dit betekent voor wie een nieuwe EV overweegt.
Wat is het J.D. Power-onderzoek en waarom is het relevant?
J.D. Power ondervraagt elk jaar tienduizenden eigenaren van nieuwe auto’s in de Verenigde Staten. Daarbij wordt gekeken naar problemen in de eerste maanden van gebruik. Denk aan storingen, irritaties en defecten, uitgedrukt in het aantal problemen per 100 voertuigen.
Hoe hoger het aantal, hoe meer klachten. Het onderzoek kijkt nadrukkelijk niet alleen naar zware technische defecten, maar juist ook naar dagelijkse frustraties: software, bediening, meldingen en infotainment.
Hoewel het onderzoek Amerikaans is, zijn de conclusies ook voor Nederland interessant. Veel modellen zijn hier eveneens verkrijgbaar en de onderliggende technologie is grotendeels hetzelfde.
Elektrische auto’s scoren opvallend slecht
De cijfers zijn duidelijk. Nieuwe benzine- en dieselauto’s komen gemiddeld uit op ongeveer 180 problemen per 100 voertuigen. Elektrische auto’s en plug-in hybrides zitten daar ver boven, met gemiddeld rond de 266 problemen per 100 voertuigen.
Dat verschil is fors. En het meest opvallende: de elektromotor zelf is zelden het probleem. De aandrijflijn blijkt juist relatief betrouwbaar. De echte boosdoeners zitten elders.
Software en schermen zorgen voor frustratie
Het merendeel van de klachten heeft te maken met digitalisering. Moderne elektrische auto’s zitten vol schermen, menu’s en softwarefuncties. Dat klinkt futuristisch, maar in de praktijk blijkt het vaak ingewikkeld en storingsgevoelig.
Bestuurders klagen over:
Overdaad aan waarschuwingen en piepjes
Onduidelijke meldingen zonder uitleg
Functies die diep in menu’s verstopt zitten
Touchscreens die traag of onlogisch reageren
Waar vroeger een fysieke knop zat voor temperatuur of ventilatie, moet nu door meerdere menu’s worden geswiped. Dat leidt niet alleen tot irritatie, maar ook tot afleiding tijdens het rijden.
Updates maken het soms erger in plaats van beter
Een ander veelgehoord punt in het onderzoek: software-updates. Die moeten problemen oplossen, maar zorgen soms juist voor nieuwe verwarring. Menu’s veranderen, functies verplaatsen of reageren anders dan voorheen.
Bestuurders moeten opnieuw wennen aan hun auto, terwijl ze verwachten dat alles juist stabieler wordt. Vooral bij merken die sterk leunen op software blijkt dat een terugkerend pijnpunt.
Deze merken scoren opvallend goed
Niet alle elektrische en moderne auto’s doen het slecht. Enkele merken steken positief af, juist omdat ze voorzichtiger omgaan met digitalisering.
Zo scoren Hyundai en Kia opvallend goed, met rond de 162 tot 163 problemen per 100 voertuigen. Dat ligt zelfs onder het gemiddelde van het totale onderzoek.
Ook Nissan, Lexus en Porsche laten relatief lage foutcijfers zien. Deze merken combineren digitale functies met fysieke bediening en kiezen vaak voor een meer behoudende aanpak.
Tesla en Polestar krijgen flinke kritiek
Aan de andere kant van de lijst staan merken die bekendstaan als technologisch vooruitstrevend. Tesla scoort rond de 266 problemen per 100 voertuigen, precies op het EV-gemiddelde. Polestar zit zelfs nog hoger, met cijfers boven de 300.
De problemen bij deze merken zijn vrijwel volledig software-gerelateerd. Volledig touchscreen-bediening, frequente updates en weinig fysieke knoppen zorgen voor veel meldingen, ook al zijn het vaak geen ernstige defecten.
Bij Volkswagen en Audi spelen vergelijkbare problemen. Ook hier zorgen complexe infotainmentsystemen voor een bovengemiddeld aantal klachten.
Waarom meer problemen niet altijd ‘slechter’ betekent
Belangrijk om te benadrukken: meer problemen betekent niet automatisch dat een auto onbetrouwbaar of onveilig is. Veel klachten gaan over gebruiksgemak, niet over stilvallen of ernstige defecten.
Maar voor dagelijkse tevredenheid telt dat wel degelijk mee. Een auto die technisch prima rijdt, maar dagelijks irriteert door piepjes, foutmeldingen of onlogische bediening, wordt als onbetrouwbaar ervaren.
Wat betekent dit voor Nederlandse kopers?
Wie een nieuwe elektrische auto overweegt, doet er goed aan verder te kijken dan actieradius en laadvermogen. Dit onderzoek laat zien dat gebruikservaring minstens zo belangrijk is.
Praktische aandachtspunten:
Test tijdens een proefrit alle schermfuncties
Controleer hoe eenvoudig klimaat, radio en navigatie werken
Vraag naar software-updates en ondersteuning
Lees ervaringen van bestaande gebruikers
Een auto rijdt niet alleen op stroom, maar ook op software. En juist daar zit momenteel de meeste frictie.
De les uit dit onderzoek
Elektrische auto’s zijn niet per definitie slechter dan benzineauto’s, maar ze zijn wel complexer. Hoe meer functies via software lopen, hoe groter de kans op frustratie.
Merken die digitalisering combineren met eenvoud en fysieke bediening, scoren aantoonbaar beter. Dat is een belangrijke les voor fabrikanten én consumenten.
Conclusie: toekomst is elektrisch, maar niet foutloos
Het onderzoek van J.D. Power laat zien dat de EV-revolutie nog kinderziektes kent. Niet in de motor, maar in de bediening. Elektrisch rijden blijft aantrekkelijk, maar vraagt om kritisch kijken naar ontwerpkeuzes en gebruiksgemak.
Voor kopers geldt: laat je niet verblinden door techniek alleen. Een auto moet niet alleen vooruitstrevend zijn, maar ook prettig in het dagelijks gebruik. En precies daar valt voor veel elektrische auto’s nog winst te behalen.
Bron: Autogekte.nl





