De positie van Ongehoord Nederland binnen de publieke omroep staat opnieuw zwaar onder druk. Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat de omroep te vaak de regels heeft overtreden en onvoldoende heeft laten zien dat structurele verbetering mogelijk is. Daarmee komt een mogelijk vertrek van Ongehoord Nederland uit het publieke bestel steeds nadrukkelijker in beeld.

D66, VVD, CDA en PRO spreken zich kritisch uit over de aspirant-omroep. Zij vinden dat vrijheid van meningsuiting belangrijk is, maar benadrukken tegelijkertijd dat een plek binnen de door belastinggeld gefinancierde publieke omroep geen vanzelfsprekend recht is.
Na het zomerreces moet mediaminister Rianne Letschert duidelijk maken hoe zij naar de toekomst van de omroep kijkt.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Kamermeerderheid wil vertrek ON
Uit een rondgang blijkt dat meerdere partijen geen toekomst meer zien voor Ongehoord Nederland binnen het publieke bestel. De kritiek richt zich vooral op de manier waarop de omroep omgaat met journalistieke regels, interne afspraken en de samenwerking met andere omroepen.
VVD-Kamerlid Erik van der Maas stelt dat er binnen de publieke omroep geen plaats hoort te zijn voor een organisatie die met belastinggeld wordt gefinancierd, maar zich volgens hem stelselmatig niet aan de geldende regels houdt. Daarbij speelt niet alleen het aantal overtredingen een rol, maar ook de vraag of ON voldoende bereidheid toont om haar werkwijze aan te passen.
Ook D66 is bijzonder kritisch. Kamerlid Ouafa Oualhadj benadrukt dat vrijheid van meningsuiting een fundamenteel recht is, maar dat dit volgens haar niet automatisch betekent dat iedere organisatie toegang moet hebben tot het publieke bestel. Wie publiek geld ontvangt, moet zich volgens haar houden aan dezelfde voorwaarden als alle andere omroepen.
Minister Letschert staat onder druk
De politieke uitspraken leggen flinke druk op minister Rianne Letschert, die verantwoordelijk is voor het mediabeleid. Zij moet uiteindelijk een besluit nemen over de toekomst van Ongehoord Nederland binnen de publieke omroep.
Op 24 september staat een uitgebreid mediadebat gepland in de Tweede Kamer. De verwachting is dat de positie van ON daar een belangrijk onderdeel van zal zijn. Voor die tijd willen meerdere partijen duidelijkheid over de manier waarop de minister tegen de situatie aankijkt.
Letschert heeft laten weten dat zij de zorgen serieus neemt, maar wil nog geen definitieve conclusie trekken. Zij wacht eerst op een reactie van het bestuur van de NPO. Die reactie moet volgens haar duidelijk maken welke mogelijkheden zij juridisch en bestuurlijk heeft.
Ongehoord Nederland nog aspirant
Ongehoord Nederland maakt op dit moment als aspirant-omroep deel uit van het publieke bestel. Die status geldt als een soort proefperiode waarin een nieuwe omroep moet aantonen dat zij duurzaam kan functioneren binnen het Nederlandse omroepstelsel.
De huidige erkenningsperiode loopt tot eind 2028. Daarna zou ON onder normale omstandigheden definitief kunnen worden toegelaten, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan. De minister heeft echter ook de mogelijkheid om te besluiten dat de omroep niet langer binnen het bestel kan blijven.
Juist omdat ON nog geen definitieve plek heeft, is de komende beoordeling belangrijk. Het besluit kan bepalen of de omroep verdergaat binnen de NPO of haar activiteiten zelfstandig buiten het publieke bestel moet voortzetten.
Kritiek op journalistieke werkwijze
De kritiek op Ongehoord Nederland komt niet alleen uit de politiek. Ook verschillende toezichthouders en commissies hebben vraagtekens gezet bij de journalistieke werkwijze van de omroep.
De NPO Ombudsman heeft meerdere keren kritiek geuit op uitzendingen van ON. Daarbij ging het onder meer om journalistieke zorgvuldigheid, feitelijke onderbouwing en de manier waarop bepaalde onderwerpen werden gepresenteerd.
Ook een evaluatiecommissie concludeerde dat Ongehoord Nederland zich herhaaldelijk niet aan de Code Journalistiek Handelen heeft gehouden. Volgens de commissie heeft dat niet alleen gevolgen voor ON zelf, maar kan het ook het vertrouwen in de publieke omroep als geheel beschadigen.
Uitspraken zorgen voor ophef
Een voorbeeld dat vaak wordt aangehaald, is een uitspraak van presentatrice Raisa Blommestijn. Zij stelde in een uitzending dat steeds meer kinderen op school te maken zouden krijgen met zogenoemde transgenderpropaganda.
Volgens de evaluatiecommissie was die bewering onvoldoende onderbouwd. De commissie noemde dat ernstig, omdat een journalistieke omroep volgens de geldende normen stevige uitspraken met controleerbare feiten moet kunnen ondersteunen.
Voor critici is dit incident illustratief voor een breder probleem. Zij vinden dat ON regelmatig stellige conclusies presenteert zonder dat daar voldoende journalistiek bewijs tegenover staat. De omroep en haar achterban zien dat anders en stellen juist dat onderwerpen worden besproken die bij andere media onvoldoende aandacht krijgen.
Belangenverstrengeling binnen de omroep
Naast inhoudelijke kritiek is er ook discussie ontstaan over mogelijke belangenverstrengeling binnen Ongehoord Nederland. Het Commissariaat voor de Media, dat toezicht houdt op de naleving van de Mediawet, stelde vast dat daarvan sprake is geweest.
Belangenverstrengeling ligt gevoelig binnen de publieke omroep, omdat omroepen onafhankelijk moeten kunnen functioneren. Bestuurders, presentatoren en andere betrokkenen mogen hun publieke positie niet gebruiken voor onduidelijke commerciële, persoonlijke of politieke belangen.
De vaststelling van het Commissariaat heeft de druk op ON verder opgevoerd. Tegenstanders van de omroep zien hierin opnieuw bewijs dat de organisatie niet goed binnen de bestaande regels functioneert. Ongehoord Nederland zal daar tegenover moeten aantonen dat problemen zijn opgelost en niet opnieuw zullen ontstaan.
Andere omroepen sturen brandbrief
De kritiek beperkt zich niet tot politici en toezichthouders. Vrijwel alle andere ledenomroepen hebben zich in een gezamenlijke brief uitgesproken over de positie van ON. Ongehoord Nederland zelf was de enige ledenomroep die de brief niet ondertekende.
In de brandbrief schrijven de omroepen dat zij zich ernstige zorgen maken over de aanwezigheid van ON binnen het publieke bestel. Volgens hen brengt de omroep schade toe aan de publieke omroep en maakt zij normale samenwerking moeilijk.
De omroepen vragen minister Letschert daarom om passende maatregelen te nemen. Zolang de huidige situatie blijft bestaan, ontbreekt volgens hen de basis voor volwaardige deelname van ON aan het bestel.
Dat vrijwel alle ledenomroepen gezamenlijk deze stap zetten, is uitzonderlijk. Het laat zien dat het conflict inmiddels verder gaat dan een aantal losse incidenten en ook de dagelijkse samenwerking binnen de NPO raakt.
CDA ziet weinig verbetering
CDA-Kamerlid Harmen Krul vindt dat Ongehoord Nederland meerdere kansen heeft gekregen om de werkwijze te verbeteren. Volgens hem heeft de omroep echter onvoldoende structurele vooruitgang laten zien.
Daarom acht het CDA het goed mogelijk dat ON op korte termijn uit het bestel verdwijnt. Tegelijkertijd wil de partij eerst de officiële reactie van de NPO op de brandbrief afwachten.
Die terughoudendheid heeft waarschijnlijk ook een juridische reden. Een besluit om een omroep uit het bestel te verwijderen moet zorgvuldig worden onderbouwd. Als ON naar de rechter stapt, zal de minister moeten aantonen dat het besluit op objectieve criteria is gebaseerd.
PRO vindt grens bereikt
Ook PRO-Kamerlid Mohammed Mohandis is duidelijk over zijn standpunt. Volgens hem hoort Ongehoord Nederland niet langer thuis binnen de publieke omroep.
Dat betekent volgens hem niet dat ON volledig moet verdwijnen. De omroep zou zelfstandig kunnen doorgaan via internet, commerciële kanalen of andere vormen van mediaproductie. Het standpunt is vooral dat daarvoor geen plaats meer zou moeten zijn binnen een publiek gefinancierd systeem.
Dat onderscheid is belangrijk in de discussie. Tegenstanders van ON zeggen niet dat de omroep verboden moet worden, maar dat zij geen recht meer zou moeten hebben op zendtijd en middelen binnen de NPO.
Vrijheid van meningsuiting centraal
Voorstanders van Ongehoord Nederland zien het mogelijke vertrek juist als een bedreiging voor de pluriformiteit van de publieke omroep. Zij vrezen dat een afwijkend of rechts geluid op politieke gronden wordt buitengesloten.
ON-voorzitter Peter Vlemmix noemt zijn omroep de enige echt afwijkende stem binnen het publieke bestel. Als een politieke meerderheid die stem zou verwijderen, toont dat volgens hem juist aan waarom externe pluriformiteit beschermd moet worden.
Volgens Vlemmix moet de toelating van een omroep worden beoordeeld aan de hand van objectieve voorwaarden en niet op basis van politieke voorkeuren of tijdelijke sentimenten. Daarmee plaatst hij de discussie nadrukkelijk in het kader van persvrijheid en politieke onafhankelijkheid.
Forum steunt Ongehoord Nederland
Forum voor Democratie schaart zich achter Ongehoord Nederland. Kamerlid Pepijn van Houwelingen vindt niet dat ON een kleinere rol moet krijgen, maar juist een veel grotere positie binnen het bestel verdient.
Volgens FVD vertegenwoordigt de omroep een geluid dat bij andere publieke omroepen nauwelijks aan bod komt. Het verwijderen van ON zou volgens de partij daarom ten koste gaan van de diversiteit aan politieke en maatschappelijke opvattingen.
Die steun verandert voorlopig weinig aan de politieke verhoudingen. De partijen die kritisch zijn op ON lijken samen over een meerderheid te beschikken. Toch kan de discussie over vrijheid van meningsuiting het uiteindelijke debat ingewikkelder maken.
NPO neemt meer tijd
De NPO heeft nog geen definitieve reactie gegeven op de brandbrief van de omroepen. Een woordvoerder laat weten dat de organisatie de oproep zorgvuldig bestudeert en na de zomer met meer duidelijkheid verwacht te komen.
Die reactie is belangrijk voor minister Letschert. Zij wil weten hoe het NPO-bestuur de samenwerking met ON beoordeelt en welke stappen volgens de organisatie mogelijk of noodzakelijk zijn.
De NPO kan onder meer kijken naar eerdere waarschuwingen, opgelegde sancties, verbeterplannen en de mate waarin Ongehoord Nederland afspraken is nagekomen. Al die informatie kan worden gebruikt om een later besluit juridisch sterker te maken.
Besluit moet juridisch houdbaar zijn
Een omroep uit het publieke bestel verwijderen is geen eenvoudige politieke handeling. Het besluit moet voldoen aan de Mediawet en zal waarschijnlijk juridisch worden aangevochten.
Daarom lijkt de minister eerst zoveel mogelijk informatie en steun te willen verzamelen. Niet alleen de mening van politieke partijen, maar ook rapporten van toezichthouders, evaluaties en de reactie van de NPO kunnen een rol spelen.
Mocht Letschert besluiten dat ON moet vertrekken, dan zal zij duidelijk moeten maken dat het niet om de politieke inhoud van de programma’s gaat. Het besluit moet gebaseerd zijn op aantoonbare overtredingen, het niet naleven van voorwaarden of andere objectieve tekortkomingen.
Anders ontstaat al snel de indruk dat een omroep wordt verwijderd omdat haar geluid een politieke meerderheid niet aanstaat. Dat zou een gevaarlijk precedent kunnen vormen voor toekomstige regeringen en omroepen.
Publieke omroep onder vergrootglas
De discussie over Ongehoord Nederland speelt bovendien op een moment waarop het hele publieke bestel kritisch wordt bekeken. Er is al langer debat over bezuinigingen, de rol van de NPO, het grote aantal omroepen en de vraag hoe de publieke omroep toekomstbestendig moet worden gemaakt.
Daardoor gaat de kwestie niet alleen over één omroep. Het debat raakt ook aan de bredere vraag wat een publieke omroep precies moet zijn en hoeveel ruimte er moet bestaan voor uitgesproken politieke of maatschappelijke geluiden.
Pluriformiteit is een belangrijk uitgangspunt, maar journalistieke betrouwbaarheid en samenwerking zijn dat eveneens. Juist de spanning tussen die waarden maakt de zaak rond ON zo gevoelig.
Na de zomer volgt duidelijkheid
De komende maanden worden bepalend voor Ongehoord Nederland. Eerst wordt de reactie van de NPO verwacht, waarna minister Letschert haar positie verder kan bepalen. Op 24 september zal de Tweede Kamer tijdens het mediadebat opnieuw uitgebreid over de kwestie spreken.
Een meerderheid lijkt inmiddels voorstander van een vertrek van ON uit het publieke bestel. Toch is daarmee nog niet gezegd dat de omroep daadwerkelijk op korte termijn verdwijnt. De minister moet een zorgvuldig en juridisch houdbaar besluit nemen.
Voor Ongehoord Nederland staat veel op het spel. Blijft de omroep binnen de NPO, dan zal waarschijnlijk worden geëist dat zij haar werkwijze structureel aanpast. Valt het besluit negatief uit, dan moet ON buiten het publieke bestel verder.
Daarmee is het politieke oordeel duidelijker dan ooit, maar ligt de uiteindelijke beslissing nog altijd bij de minister.











