Op 19 februari wordt Pim Fortuyn vaak extra genoemd. Niet zo gek, want het is zijn geboortedag. En elke keer dat zijn naam weer opduikt, gebeurt er iets opvallends: oude emoties komen terug, discussies laaien opnieuw op en mensen zijn het meteen oneens.

Voor de één was hij de man die zei wat “niet gezegd mocht worden”. Voor de ander was hij iemand die het debat verhardde. Hoe je er ook naar kijkt: Fortuyn blijft één van de meest besproken politici uit de moderne Nederlandse geschiedenis.
Fortuyn was wetenschapper, publicist, bestuurder en uiteindelijk politicus. In een razend korte periode schopte hij het politieke landschap door elkaar. Hij zette onderwerpen op de kaart waar jarenlang omheen werd gepraat, en deed dat op een manier die niemand kon negeren.
Zijn flamboyante stijl, zijn scherpe one-liners en zijn gevoel voor media maakten hem uniek. En zijn moord in 2002 zorgde voor een litteken in de Nederlandse samenleving dat nog altijd niet is verdwenen.
De opkomst van “Professor Pim” kwam niet uit het niets
Fortuyn kwam niet uit de klassieke partijpolitiek als een doorsnee Kamerlid dat langzaam opklimt. Hij had al een carrière achter de rug in de wetenschap en bij organisaties waar beleid en bestuur samenkomen.
Hij doceerde, schreef boeken en columns en bouwde een reputatie op als iemand die de overheid fileerde op organisatie en effectiviteit.
Zijn kritiek ging vaak over bestuurlijke logheid: te veel bureaucratie, te weinig resultaat, te weinig gezag. Fortuyn vond dat de overheid op belangrijke dossiers niet leverde.
Zorg, veiligheid, onderwijs, integratie: volgens hem werd er veel gepraat, maar te weinig opgelost. Dat sloot aan bij een gevoel dat bij veel mensen leefde, ook al zei lang niet iedereen dat hardop.
Daar kwam bij dat hij een talent had om ingewikkelde thema’s terug te brengen tot iets dat direct binnenkwam. Soms scherp, soms provocerend, vaak heel stellig. En precies dat maakte hem tegelijk populair én omstreden.
Waarom Fortuyn zo’n groot publiek raakte
De aantrekkingskracht van Fortuyn zat niet alleen in wát hij zei, maar vooral in hóé hij het zei. Hij sprak in duidelijke taal, zonder de Haagse omwegen. Hij zette zichzelf neer als iemand buiten het “establishment” en maakte daar een strijd van: de burger tegenover de regenten, de straat tegenover de vergaderzaal.
Dat raakte een snaar. Niet alleen bij mensen die het inhoudelijk met hem eens waren, maar ook bij mensen die zijn stijl verfrissend vonden. Fortuyn straalde uit dat hij niet bang was. Hij kon charmant en geestig zijn, maar ook keihard in een debat. En hij speelde het spel met media beter dan veel gevestigde politici in die tijd.
Zijn openlijk homoseksuele identiteit, zijn luxe uitstraling en zijn zelfbewuste houding zorgden voor nog meer aandacht. Fortuyn paste niet in een standaard hokje. Hij was niet het stereotype van “rechts” of “links” zoals mensen dat gewend waren. Hij noemde zichzelf liever pragmatisch en stelde dat hij problemen wilde oplossen in plaats van ideologisch gelijk halen.
Islam, immigratie en integratie: het brandpunt van de controverse
Fortuyn werd vooral landelijk bekend door zijn stevige uitspraken over immigratie, integratie en de islam. Hij vond dat Nederland te veel problemen wegmoffelde en dat er te weinig eerlijk werd gesproken over spanningen in buurten, over criminaliteit en over botsende waarden.
Hij zette emancipatie van vrouwen en acceptatie van homoseksualiteit vaak neer als verworvenheden die beschermd moesten worden.
Daarmee werd hij een bliksemafleider. Tegenstanders vonden zijn woorden gevaarlijk, polariserend of kwetsend. Voorstanders vonden dat hij eindelijk benoemde wat anderen niet durfden te zeggen. Het resultaat: een debat dat explosief werd, met harde etiketten en felle media-aandacht.
Die periode liet ook zien hoe snel politieke tegenstellingen persoonlijk kunnen worden. Fortuyn kreeg te maken met demonisering, maar ook met fanatisme rondom zijn persoon. Zijn aanhang was loyaal, zijn tegenstand fel. De temperatuur van het debat ging omhoog, en Nederland was daar niet op voorbereid.
De breuk met Leefbaar Nederland en de bliksemstart van de LPF
In 2001 werd Fortuyn lijsttrekker van Leefbaar Nederland, maar dat huwelijk hield kort stand. Na ophef over uitspraken en interne spanningen werd hij als lijsttrekker aan de kant gezet. In plaats van te verdwijnen, deed Fortuyn het tegenovergestelde: hij richtte zijn eigen partij op, de Lijst Pim Fortuyn (LPF).
Dat was een politieke sprint zonder precedent. In enkele maanden tijd groeide de LPF uit tot een serieuze factor. Tegelijk behaalde Leefbaar Rotterdam, waar Fortuyn ook een rol speelde, een enorme overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het gevoel ontstond: dit kan echt groot worden.
Fortuyn werd het middelpunt van de verkiezingsstrijd van 2002. Alles draaide om hem. Debatten, talkshows, krantenkoppen: Nederland zat in een politieke storm die elke dag harder ging waaien.
De moord op 6 mei 2002 veranderde Nederland voorgoed
Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord op het Media Park in Hilversum. Het was de eerste politieke moord in Nederland sinds de zeventiende eeuw. De schok was enorm. Mensen stonden stil op straat, er kwamen herdenkingen, bloemenzeeën en een collectief gevoel van onwerkelijkheid.
Die moord veranderde niet alleen een verkiezingscampagne, maar ook het vertrouwen in veiligheid en vrijheid in Nederland. Er kwam een brede discussie op gang over de grenzen van het debat, over haat, over demonisering en over de vraag hoe woorden kunnen bijdragen aan een klimaat waarin geweld denkbaar wordt.
Negen dagen later waren de verkiezingen. De LPF haalde een historische uitslag en kwam met een grote fractie de Tweede Kamer binnen. Het was een uitzonderlijk moment: een partij zonder ervaring die in één klap een machtsfactor werd. Maar zonder Fortuyn ontbrak de lijm die alles bijeenhield, en dat bleek al snel.
Fortuynisme: een erfenis die overal doorheen loopt
Na 2002 verdween Fortuyn als persoon, maar niet als invloed. Zijn thema’s bleven. Zijn kritiek op bestuur, zijn focus op immigratie, zijn aanval op bureaucratie en zijn pleidooi voor sterker gezag kwamen in allerlei vormen terug bij andere partijen en politici.
In het publieke debat wordt daarom vaak gesproken over de “Fortuyn-revolte” of “Fortuynisme”: het idee dat hij een omslagpunt markeerde. Sindsdien is het debat over immigratie en integratie veel centraler geworden. Ook de toon in politiek en media veranderde. Directer, harder, persoonlijker. Niet iedereen vindt dat positief, maar het is wel onderdeel van de realiteit geworden.
Wat Fortuyn ook blijvend maakte, is dat hij een vraag stelde die nog steeds speelt: wie luistert er naar burgers, en wie bepaalt de richting? Voorstanders zien hem als iemand die het volk een stem gaf. Tegenstanders zien hem als iemand die complexiteit versimpelde. Maar beide kanten erkennen meestal hetzelfde: hij zette de boel op scherp.
Waarom Fortuyn nog steeds wordt herdacht en besproken
Fortuyn blijft een symbool. Voor verandering, voor conflict, voor een breuklijn in de Nederlandse politiek. Zijn levensverhaal is bovendien dramatisch: razendsnelle opkomst, extreme aandacht, politieke aardverschuiving, en een moord die het land stil kreeg.
Daarom keert zijn naam steeds terug, op zijn geboortedag en vooral rond 6 mei. Omdat zijn verhaal niet alleen over één persoon gaat, maar over Nederland in een periode waarin vertrouwen, identiteit en politiek onder spanning stonden.
En misschien is dat de kern: Fortuyn is niet alleen geschiedenis. Hij is ook een spiegel. Een herinnering aan hoe snel politiek kan kantelen, hoe scherp woorden kunnen snijden en hoe één persoon een land maandenlang in de ban kan houden.





