Het woningtekort in Nederland blijft een groot probleem en de zoektocht naar oplossingen levert regelmatig stevige discussies op. Ondernemer en opiniemaker Annemarie van Gaal heeft nu een opvallend voorstel gedaan.

Volgens haar moet Nederland veel kritischer kijken naar het inzetten van buitenlandse arbeidskrachten, zeker nu blijkt dat steeds meer Poolse arbeidsmigranten ons land verlaten. In plaats van nieuwe werknemers uit andere landen te halen, zouden Nederlandse bedrijven volgens haar eerst moeten kijken naar mensen die hier al wonen en kunnen werken.
Tijdens een uitzending van Nieuws van de Dag op SBS6 legde Van Gaal uit waarom zij daarin ook een mogelijke oplossing voor de woningnood ziet. Volgens haar zorgen arbeidsmigranten namelijk voor extra druk op de toch al overvolle woningmarkt.
Door meer Nederlanders aan het werk te helpen, zou de behoefte aan buitenlandse werknemers kunnen afnemen. Maar zo eenvoudig als het klinkt, is het natuurlijk niet. Want wie gaat al dat werk doen als bedrijven geen nieuwe arbeidsmigranten meer kunnen vinden?
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Annemarie van Gaal wil andere aanpak
Annemarie van Gaal staat bekend om haar uitgesproken mening over economische en maatschappelijke onderwerpen. Ook tijdens haar optreden in Nieuws van de Dag liet ze weinig twijfel bestaan over hoe Nederland volgens haar met het tekort aan werknemers en woningen zou moeten omgaan.
Aanleiding voor haar uitspraken was het nieuws dat voor het eerst sinds 2004 meer Poolse arbeidsmigranten Nederland hebben verlaten dan dat er nieuwe Poolse werknemers zijn bijgekomen. Dat is een opvallende ontwikkeling, omdat Poolse arbeidskrachten jarenlang een belangrijke rol hebben gespeeld in verschillende Nederlandse sectoren.
Veel bedrijven zijn afhankelijk van buitenlandse werknemers om vacatures op te vullen. Nu de instroom vanuit Polen afneemt, kijken sommige werkgevers naar andere landen om personeel te vinden.
Van Gaal vindt dat een verkeerde volgorde. Volgens haar zou Nederland eerst moeten onderzoeken hoeveel mensen die al in ons land wonen beschikbaar zijn voor werk. Pas daarna zou volgens haar naar nieuwe arbeidskrachten uit het buitenland moeten worden gekeken.
Steeds meer Polen verlaten Nederland
Het vertrek van Poolse arbeidsmigranten vormt de directe aanleiding voor de discussie. Polen is al jarenlang een belangrijke herkomstgroep van buitenlandse werknemers in Nederland, maar die ontwikkeling lijkt nu te veranderen.
Volgens de aangehaalde cijfers vertrokken er voor het eerst sinds 2004 meer Poolse arbeidsmigranten uit Nederland dan er bijkwamen. Dat betekent dat de groep niet langer automatisch blijft groeien.
Voor Nederlandse bedrijven kan dat gevolgen hebben. In verschillende sectoren worden arbeidsmigranten ingezet om werk uit te voeren waarvoor werkgevers niet altijd voldoende personeel kunnen vinden.
Wanneer minder werknemers uit Polen beschikbaar zijn, moeten bedrijven op zoek naar alternatieven. Dat kan betekenen dat ze andere buitenlandse werknemers proberen aan te trekken, maar ook dat ze meer investeren in het vinden of opleiden van personeel dat al in Nederland woont.
Juist dat laatste zou volgens Van Gaal veel meer aandacht moeten krijgen. Zij vindt het opmerkelijk dat werkgevers direct naar nieuwe landen kijken, terwijl er volgens haar nog een groot arbeidspotentieel binnen Nederland bestaat.
Nederlanders moeten volgens haar eerst werken
De kern van het voorstel van Annemarie van Gaal is eenvoudig: kijk eerst naar mensen die al in Nederland wonen en in staat zijn om te werken.
Tijdens de uitzending benadrukte ze dat Nederland volgens haar niet automatisch nieuwe arbeidsmigranten moet aantrekken zodra buitenlandse werknemers vertrekken. Ze noemt die manier van denken zelfs de omgekeerde wereld.
Volgens Van Gaal wordt er te weinig gekeken naar Nederlanders die momenteel niet werken, maar mogelijk wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Wanneer een groter deel van die groep aan de slag gaat, zouden bedrijven minder afhankelijk kunnen worden van nieuwe arbeidsmigranten.
Dat betekent overigens niet dat iedere persoon zonder baan zomaar iedere vacature kan vervullen. Er kunnen verschillen zijn in opleiding, gezondheid, beschikbaarheid, werkervaring en de locatie van het werk.
Toch vindt Van Gaal dat het bestaande arbeidspotentieel nadrukkelijker onderdeel moet worden van de oplossing. Daarmee koppelt ze twee grote Nederlandse problemen aan elkaar: het tekort aan werknemers en het tekort aan woningen.
Arbeidsmigranten zorgen volgens Van Gaal voor woningdruk
Volgens Van Gaal heeft de inzet van buitenlandse werknemers namelijk niet alleen gevolgen voor de arbeidsmarkt. Mensen die naar Nederland komen om te werken, hebben vanzelfsprekend ook woonruimte nodig.
En juist daar wringt volgens haar de schoen. Nederland kampt al jarenlang met een tekort aan beschikbare woningen, waardoor veel mensen moeite hebben om een betaalbaar huis te vinden.
Tijdens de uitzending stelde Van Gaal dat 55 procent van de arbeidsmigranten in reguliere woningen verblijft. Dat percentage gebruikt zij om duidelijk te maken dat arbeidsmigratie volgens haar rechtstreeks invloed heeft op de woningmarkt.
Wanneer minder nieuwe arbeidsmigranten naar Nederland komen, zou de extra vraag naar woonruimte volgens haar kunnen afnemen. En wanneer arbeidsmigranten vertrekken, kan in sommige gevallen woonruimte vrijkomen.
Dat is de redenering achter haar voorstel. Het genoemde percentage is echter een uitspraak van Van Gaal tijdens de uitzending en wordt in de aangeleverde informatie niet verder onderbouwd.
Bovendien hangt het effect op de woningmarkt af van meerdere factoren, waaronder het soort huisvesting, de regio en de vraag of vrijkomende woonruimte daadwerkelijk beschikbaar komt voor andere woningzoekenden.
Van Gaal noemt 1,2 miljoen Nederlanders
Een van de opvallendste uitspraken van Annemarie van Gaal ging over het aantal mensen dat volgens haar nog beschikbaar zou kunnen zijn voor werk.
Tijdens het gesprek stelde ze dat Nederland ongeveer 1,2 miljoen mensen aan onbenut arbeidspotentieel heeft. Daarmee doelt ze op mensen die momenteel niet werken, maar volgens haar mogelijk wel een bijdrage aan de arbeidsmarkt kunnen leveren.
Het klinkt als een enorme groep, zeker wanneer dat aantal wordt afgezet tegen de personeelstekorten waar werkgevers mee te maken hebben. Toch is het belangrijk om onderscheid te maken tussen mensen die niet werken en mensen die direct beschikbaar zijn voor een specifieke baan.
Niet iedereen binnen zo’n brede groep kan onmiddellijk aan de slag. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld aanvullende scholing nodig, terwijl anderen door persoonlijke omstandigheden slechts beperkt beschikbaar zijn.
Daarnaast bevinden vacatures zich niet altijd in dezelfde regio als de mensen die werk zoeken. Ook kunnen werkgevers specifieke vaardigheden verlangen die niet iedereen bezit.
Het genoemde aantal betekent daarom niet automatisch dat er 1,2 miljoen mensen klaarstaan om de banen van vertrekkende arbeidsmigranten over te nemen. Wel vormt het volgens Van Gaal een belangrijke reden om eerst naar de mogelijkheden binnen Nederland te kijken.
Presentator stelt belangrijke vraag
Tijdens de uitzending kreeg Van Gaal ook een kritische vraag van presentator Thomas van Groningen. Want wanneer arbeidsmigranten Nederland verlaten, verdwijnen de werkzaamheden die zij uitvoeren natuurlijk niet automatisch.
Bedrijven hebben nog steeds personeel nodig. Producten moeten worden gemaakt, bestellingen moeten worden verwerkt en werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Minder arbeidsmigranten betekent dus niet vanzelf dat de personeelstekorten verdwijnen.
Van Groningen wilde daarom weten wie al die banen moet gaan invullen wanneer buitenlandse werknemers terugkeren naar hun eigen land.
Van Gaal verwees daarop opnieuw naar het grote aantal Nederlanders dat volgens haar nog beschikbaar is voor werk. In haar ogen ligt daar een belangrijk deel van de oplossing.
Daarmee werd ook meteen het belangrijkste discussiepunt zichtbaar. Het idee om eerst Nederlandse werkzoekenden aan het werk te helpen klinkt overzichtelijk, maar de praktische uitvoering vraagt om meer dan alleen het aanwijzen van een beschikbare groep mensen.
Niet iedere vacature is eenvoudig op te vullen
De discussie raakt aan een probleem waar veel werkgevers al langer tegenaan lopen. Een vacature betekent niet automatisch dat er in de directe omgeving iemand beschikbaar is die het werk kan of wil uitvoeren.
Sommige banen vragen specifieke vaardigheden of ervaring. Andere functies hebben onregelmatige werktijden, vereisen fysiek zwaar werk of bevinden zich op locaties die lastig bereikbaar zijn.
Daarnaast kan het voorkomen dat mensen die niet werken eerst begeleiding, scholing of ondersteuning nodig hebben voordat ze een baan kunnen aannemen.
Dat maakt het vervangen van arbeidsmigranten door Nederlandse werknemers ingewikkelder dan het simpelweg tegenover elkaar zetten van twee aantallen.
Tegelijkertijd betekent dat niet dat het onmogelijk is om meer mensen aan het werk te helpen. Werkgevers kunnen bijvoorbeeld kijken naar betere begeleiding, aangepaste werktijden of aanvullende opleidingen.
De vraag is vooral hoeveel van de huidige vacatures op die manier daadwerkelijk kunnen worden ingevuld en hoeveel tijd daarvoor nodig is.
Woningtekort kent meerdere oorzaken
Hoewel Van Gaal vooral de nadruk legt op arbeidsmigratie, is het Nederlandse woningtekort een probleem met verschillende oorzaken.
Er worden al langere tijd minder woningen toegevoegd dan nodig is om aan de totale vraag te voldoen. Daarnaast spelen onder meer veranderingen in de samenstelling van huishoudens, beschikbare bouwlocaties, bouwkosten en procedures rond woningbouw een rol.
Arbeidsmigratie kan de vraag naar woonruimte vergroten, maar is daarmee niet automatisch de enige of belangrijkste verklaring voor de woningnood.
Ook wanneer er minder arbeidsmigranten naar Nederland zouden komen, blijft er behoefte aan nieuwe woningen. Starters, gezinnen, alleenstaanden en ouderen zoeken immers eveneens naar geschikte huisvesting.
Daarom is het onzeker hoeveel invloed het voorstel van Van Gaal uiteindelijk op het totale woningtekort zou hebben. Het effect hangt onder meer af van hoeveel arbeidsmigranten daadwerkelijk vertrekken, hoeveel nieuwe werknemers worden aangetrokken en wat er met hun huisvesting gebeurt.
Het voorstel kan dus worden gezien als één mogelijke manier om de druk op de woningmarkt te beïnvloeden, maar niet als een gegarandeerde oplossing voor het volledige tekort.
Van Gaal deed eerder vergelijkbare oproep
Het is niet de eerste keer dat Annemarie van Gaal zich uitspreekt over de combinatie van arbeidsmigratie en mensen die in Nederland niet werken.
In december stelde ze al dat mensen met een uitkering mogelijk werkzaamheden zouden kunnen overnemen die nu door arbeidsmigranten worden uitgevoerd.
Die uitspraak deed ze in een periode waarin politieke partijen spraken over het vormen van een kabinet en het terugdringen van arbeidsmigratie onderdeel was van de discussie.
Haar nieuwste opmerkingen sluiten daarbij aan, maar leggen een ander accent. Dit keer richt Van Gaal zich nadrukkelijk op de mogelijke gevolgen voor de woningmarkt.
Volgens haar kan Nederland twee problemen tegelijk aanpakken door bestaande inwoners beter te betrekken bij de arbeidsmarkt en minder snel nieuwe werknemers uit het buitenland te halen.
Dat blijft vooralsnog haar visie op het vraagstuk. Er is in de aangeleverde informatie geen sprake van een concreet regeringsplan dat haar voorstel op deze manier gaat uitvoeren.
Discussie over arbeidsmigratie blijft actueel
De uitspraken van Annemarie van Gaal raken aan een bredere vraag die Nederland de komende jaren waarschijnlijk blijft bezighouden: hoe kunnen bedrijven voldoende personeel vinden zonder dat de druk op de woningmarkt verder toeneemt?
Voor werkgevers is het belangrijk dat vacatures worden ingevuld en werkzaamheden kunnen doorgaan. Voor woningzoekenden is het juist van belang dat er voldoende betaalbare huizen beschikbaar zijn.
Die belangen kunnen elkaar raken, maar hoeven niet altijd tegenover elkaar te staan. Arbeidsmigranten leveren immers ook een bijdrage aan de Nederlandse economie, terwijl extra inwoners tegelijkertijd woonruimte nodig hebben.
Van Gaal vindt dat de overheid en werkgevers eerst beter moeten kijken naar mensen die al in Nederland wonen. Haar redenering is dat daardoor minder nieuwe arbeidsmigranten nodig zijn en de woningmarkt mogelijk wordt ontlast.
Of dat in de praktijk voldoende effect heeft, hangt af van de mogelijkheden om mensen aan het werk te helpen en de mate waarin werkgevers hun vacatures daarmee kunnen invullen.
De afname van het aantal Poolse arbeidsmigranten heeft de discussie in ieder geval opnieuw aangewakkerd. Waar sommige bedrijven inmiddels naar werknemers uit andere landen kijken, stelt Van Gaal juist de vraag waarom Nederland niet eerst het beschikbare arbeidspotentieel in eigen land benut.
Daarmee legt ze een gevoelig onderwerp op tafel. Want zolang Nederland tegelijkertijd kampt met personeelstekorten en woningnood, blijft de vraag hoe beide problemen het beste kunnen worden aangepakt. Haar voorstel biedt een duidelijke richting, maar of het daadwerkelijk een groot verschil maakt voor de Nederlandse woningmarkt, zal afhangen van de praktische uitvoering en de uiteindelijke resultaten.











