Steeds meer automobilisten krijgen de komende jaren te maken met een belangrijke verandering op de automarkt. Volgens een nieuw sectorrapport van ING Research zal in 2027 voor het eerst meer dan de helft van alle nieuw verkochte auto’s in Nederland volledig elektrisch zijn.

Dat is geen toeval, maar vooral het gevolg van een nieuwe belastingmaatregel die werkgevers flink in de portemonnee kan raken wanneer zij werknemers een brandstofauto van de zaak geven.
Vanaf 1 januari gaat namelijk een nieuwe pseudo-eindheffing gelden voor niet-elektrische leaseauto’s. Werkgevers moeten hierdoor jaarlijks een extra heffing betalen over de cataloguswaarde van brandstofauto’s en zelfs hybride modellen.
Volgens ING Research zal die maatregel de zakelijke automarkt ingrijpend veranderen. Grote bedrijven zullen werknemers daardoor steeds vaker verplichten om elektrisch te rijden.
De gevolgen blijven waarschijnlijk niet beperkt tot zakelijke rijders. Ook de tweedehandsmarkt, de vraag naar elektrische occasions en zelfs de gemiddelde leeftijd van het Nederlandse wagenpark zullen hierdoor veranderen. De vraag is alleen: wat betekent deze nieuwe ontwikkeling precies voor automobilisten?
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Elektrische auto krijgt enorme impuls
Volgens het nieuwste rapport van ING Research groeit het aandeel volledig elektrische auto’s in de nieuwverkoop volgend jaar naar ongeveer 55 procent. Daarmee wordt voor het eerst de grens van de helft overschreden.
Dit jaar bestaat naar verwachting ongeveer 40 procent van alle nieuw verkochte auto’s uit volledig elektrische modellen. Dat aandeel stijgt dus in korte tijd met ongeveer vijftien procentpunten.
Volgens sectoreconoom Rico Luman is daar één belangrijke reden voor: de nieuwe belastingmaatregel die werkgevers vanaf 1 januari moeten betalen wanneer zij kiezen voor een auto met een verbrandingsmotor.
Omdat de zakelijke markt verantwoordelijk is voor een groot deel van alle nieuwe auto’s die in Nederland worden verkocht, heeft zo’n maatregel direct grote gevolgen voor de gehele automarkt.
Nieuwe heffing verandert de markt
De overheid voert vanaf januari een jaarlijkse pseudo-eindheffing in voor niet-elektrische auto’s van de zaak. Die bedraagt 12 procent van de cataloguswaarde van het voertuig.
Dat lijkt misschien abstract, maar in de praktijk lopen de bedragen snel op. Heeft een werknemer bijvoorbeeld een leaseauto met een cataloguswaarde van 50.000 euro en rijdt deze op benzine, diesel of is het een hybride model? Dan moet de werkgever jaarlijks 6.000 euro extra afdragen aan de Belastingdienst.
Volgens ING is dat bedrag simpelweg te hoog om te negeren. Veel werkgevers zullen daarom hun leasebeleid aanpassen en vrijwel uitsluitend nog elektrische auto’s aanbieden aan medewerkers.
Voor werknemers betekent dit dat de keuzevrijheid waarschijnlijk kleiner wordt. Waar nu nog regelmatig gekozen kan worden tussen een elektrische auto en een brandstofmodel, zal die keuze in veel bedrijven verdwijnen.
Werkgevers sturen op elektrisch
De nieuwe heffing is specifiek gericht op werkgevers. Zij betalen immers de extra belasting en zullen daarom proberen die kosten zoveel mogelijk te vermijden.
Voor veel bedrijven is de rekensom eenvoudig. Een volledig elektrische auto voorkomt duizenden euro’s aan extra lasten per voertuig. Zeker bij grote wagenparken kan dat jaarlijks miljoenen euro’s schelen.
Daardoor verwacht ING dat steeds meer organisaties overstappen op een volledig elektrisch leasebeleid. Werknemers die liever benzine of diesel blijven rijden, zullen mogelijk zelf alternatieven moeten zoeken.
Sommige bedrijven kiezen nu al voor uitsluitend elektrische leaseauto’s. De verwachting is dat deze ontwikkeling vanaf 2027 sterk zal versnellen.
Brandstofauto verdwijnt niet direct
Toch betekent dit niet dat benzine- en dieselauto’s ineens uit het straatbeeld verdwijnen. De maatregel heeft vooral invloed op nieuwe zakelijke leaseauto’s.
Particulieren blijven voorlopig veel terughoudender als het gaat om elektrisch rijden. Volgens ING zijn daar verschillende redenen voor.
De aanschafprijs van een nieuwe elektrische auto ligt nog altijd hoger dan die van veel vergelijkbare benzinemodellen. Daarnaast beschikken veel huishoudens niet over een eigen oprit, waardoor thuis opladen lastig blijft.
Ook bestaat onzekerheid over toekomstige wegenbelasting voor elektrische auto’s en maken sommige consumenten zich zorgen over de waardeontwikkeling van hun auto.
Juist die combinatie zorgt ervoor dat de overstap bij particulieren langzamer verloopt dan op de zakelijke markt.
Occasionmarkt profiteert mee
Waar de verkoop van nieuwe elektrische auto’s grotendeels door bedrijven wordt aangedreven, ziet ING ook een duidelijke verschuiving op de tweedehandsmarkt.
Elektrische occasions worden steeds populairder. Naarmate meer zakelijke leaseauto’s na enkele jaren worden ingeruild, groeit ook het aanbod op de occasionmarkt.
Dat maakt elektrisch rijden bereikbaar voor een grotere groep consumenten. Bovendien spelen de hoge brandstofprijzen hierbij een belangrijke rol.
Veel automobilisten ontdekken dat een gebruikte elektrische auto financieel aantrekkelijk kan zijn. De kosten voor opladen liggen in veel gevallen lager dan tanken en ook het onderhoud is vaak goedkoper. Volgens ING zal de vraag naar elektrische occasions de komende jaren dan ook hoog blijven.
Nieuwverkoop loopt juist terug
Opvallend genoeg verwacht ING tegelijkertijd dat de totale verkoop van nieuwe auto’s juist verder daalt.
Voor dit jaar rekent de bank op ongeveer 380.000 nieuw verkochte auto’s. Dat is ongeveer twee procent minder dan vorig jaar. Ook in 2027 zal de nieuwverkoop waarschijnlijk verder afnemen. Dat heeft meerdere oorzaken.
Sommige werknemers zullen ervoor kiezen om helemaal geen zakelijke leaseauto meer te nemen en overstappen op private lease of een tweedehands auto. Daarmee vermijden werkgevers de nieuwe heffing en besparen werknemers mogelijk op andere kosten.
Volgens ING zorgt dat ervoor dat de verkoop van nieuwe auto’s onder druk blijft staan.
Nederlandse auto’s worden ouder
Door de dalende nieuwverkoop veroudert ook het Nederlandse wagenpark. Nederland telt momenteel ongeveer 9,4 miljoen auto’s. Slechts vier procent daarvan wordt jaarlijks vervangen door een nieuw voertuig.
Dat percentage ligt aanzienlijk lager dan in verschillende buurlanden. In België bedraagt de jaarlijkse instroom van nieuwe auto’s ongeveer zes procent, terwijl Duitsland zelfs op zeven procent zit.
Het gevolg is dat Nederlandse auto’s gemiddeld steeds ouder worden. Inmiddels is bijna dertig procent van alle auto’s ouder dan vijftien jaar. Dat aandeel ligt ongeveer vijftig procent hoger dan tien jaar geleden.
Waarom particulieren afwachten
Hoewel elektrisch rijden steeds populairder wordt, blijven veel consumenten nog twijfelen. Een belangrijke reden is de relatief hoge aanschafprijs. Zelfs met subsidies zijn veel elektrische auto’s duurder dan vergelijkbare benzinemodellen.
Daarnaast speelt de laadinfrastructuur een grote rol. Niet iedereen beschikt over een eigen laadpaal of woont in een buurt waar voldoende openbare laadpunten beschikbaar zijn.
Ook de onzekerheid over toekomstige regelgeving houdt sommige kopers tegen. Er bestaan vragen over wegenbelasting, afschrijving en de restwaarde van elektrische auto’s.
Voor mensen die slechts weinig kilometers rijden, is het financiële voordeel bovendien kleiner dan voor zakelijke veelrijders.
Hoge brandstofprijzen spelen mee
Tegelijkertijd worden de voordelen van elektrisch rijden steeds zichtbaarder. Brandstofprijzen blijven relatief hoog en schommelen regelmatig door internationale spanningen, olieprijzen en belastingmaatregelen.
Daardoor vergelijken steeds meer automobilisten de totale gebruikskosten van hun auto in plaats van alleen de aanschafprijs.
Voor veel mensen blijkt elektrisch rijden op langere termijn goedkoper te zijn, zeker wanneer thuis geladen kan worden tegen een relatief laag stroomtarief.
Dat verklaart volgens ING waarom vooral elektrische occasions steeds sneller worden verkocht.
Wat betekent dit voor werknemers?
Voor werknemers met een leaseauto kunnen de veranderingen merkbaar zijn.
Veel werkgevers zullen hun autoregeling aanpassen om de extra belasting te voorkomen. Daardoor kan het aanbod van benzine- en dieselauto’s flink worden beperkt.
Wie toch graag in een brandstofauto wil blijven rijden, zal mogelijk moeten kiezen voor een privéauto, private lease of een gebruikte occasion.
Daarmee verschuift een deel van de kosten en keuzes van werkgevers naar werknemers.
Of alle bedrijven daadwerkelijk volledig overstappen op elektrisch rijden, zal de praktijk moeten uitwijzen. Wel lijkt duidelijk dat de nieuwe belastingmaatregel een krachtige financiële prikkel vormt.
Automarkt staat voor grote omslag
Volgens ING Research vormt 2027 een belangrijk kantelpunt voor de Nederlandse automarkt. Niet omdat consumenten massaal uit zichzelf overstappen op elektrisch rijden, maar vooral omdat werkgevers nauwelijks nog om de nieuwe belastingmaatregel heen kunnen.
Daardoor zal het aandeel elektrische auto’s in de nieuwverkoop waarschijnlijk voor het eerst boven de vijftig procent uitkomen. Tegelijkertijd blijven particuliere kopers terughoudender en zal de occasionmarkt een steeds belangrijkere rol gaan spelen.
Ondertussen veroudert het Nederlandse wagenpark verder doordat minder nieuwe auto’s worden verkocht dan voor de coronapandemie. De komende jaren lijken daarom niet alleen in het teken te staan van meer elektrische auto’s, maar ook van een duidelijke tweedeling tussen de zakelijke en particuliere automarkt.
De nieuwe heffing kan daarmee uitgroeien tot één van de belangrijkste veranderingen voor automobilisten van de afgelopen jaren.











