Rond het rijbewijs in 2026 doen veel verhalen de ronde. Online wordt gesproken over ingrijpende wijzigingen, strengere examens en zelfs het verdwijnen van het fysieke rijbewijs. In werkelijkheid ligt het genuanceerder.

Er staan wel degelijk veranderingen op stapel, maar van een plotselinge revolutie is geen sprake. Het gaat vooral om een verdere modernisering die al langer in gang is gezet.
Een deel van de plannen is nationaal beleid, een ander deel komt voort uit Europese afspraken.
De uitvoering ligt onder meer bij instanties zoals het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen en de overheid. Hieronder staat wat er concreet speelt en wat vaak te zwaar wordt aangezet.
Digitaal rijbewijs komt erbij, maar vervangt het fysieke niet
Een van de meest besproken veranderingen is het digitale rijbewijs. Vanaf 2026 wordt gewerkt aan een digitale variant die op de smartphone kan worden opgeslagen.
Dit gebeurt in Europees verband en maakt deel uit van een bredere digitale identiteit, ook wel de Europese digitale wallet genoemd.
Belangrijk detail: het fysieke rijbewijs verdwijnt niet. Het digitale rijbewijs wordt een aanvullende optie, geen vervanging.
Bestuurders blijven hun plastic pasje gewoon houden. De digitale versie is vooral bedoeld voor extra gemak, bijvoorbeeld bij controles of administratieve handelingen.
De invoering verloopt bovendien stap voor stap. Acceptatie en handhaving verschillen per land en per situatie. Verwacht dus geen moment waarop iedereen verplicht digitaal moet overstappen.
Theorie-examen verandert van focus, niet van zwaarte
Er wordt vaak gezegd dat het theorie-examen in 2026 veel moeilijker wordt. Die uitspraak klopt niet helemaal. Het examen verandert inhoudelijk, maar niet met als doel om meer kandidaten te laten zakken.
De verschuiving richting verkeersinzicht en risicobewustzijn is al jaren bezig en zet zich voort. Minder nadruk op het letterlijk uit het hoofd leren van regeltjes, meer aandacht voor het herkennen van gevaarlijke situaties en verantwoord gedrag in het verkeer.
Dat vraagt om een andere voorbereiding, maar niet per se om meer kennis. Kandidaten die begrijpen waarom regels bestaan en hoe verkeer zich ontwikkelt, zijn juist beter voorbereid dan wie alleen oefent op trucjes.
Duurzaam rijgedrag krijgt vaste plek in de opleiding
Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in mobiliteit en dat is ook zichtbaar in de rijopleiding. In 2026 wordt energiezuinig en anticiperend rijgedrag nadrukkelijker meegenomen in de lesstof.
Dat betekent niet dat iedereen examen moet doen in een elektrische auto. Ook technische kennis over accu’s of laden is geen vereiste. De focus ligt op rijstijl: rustig optrekken, vooruitkijken, onnodig remmen vermijden en efficiënt omgaan met verkeer.
Wie nu al leert rijden met overzicht en rust, sluit automatisch aan bij deze ontwikkeling. Het is vooral een bevestiging van wat goede rijinstructeurs al langer onderwijzen.
Praktijkexamen wordt realistischer en zelfstandiger
Het praktijkexamen ondergaat geen plotselinge verandering in 2026, maar de lijn is duidelijk. Examinatoren kijken steeds meer naar zelfstandig rijden, verkeersinzicht en omgaan met onverwachte situaties.
Vaste examenroutes maken vaker plaats voor navigatieopdrachten en wisselende trajecten. Daarmee wordt beter zichtbaar hoe iemand zich in het echte verkeer gedraagt. Niet het afvinken van vaste handelingen staat centraal, maar het totaalbeeld van veilig en verantwoord rijgedrag.
Kandidaten die alleen vertrouwen op ingestudeerde routes of standaardmanoeuvres, lopen sneller tegen problemen aan. Wie leert begrijpen wat er op de weg gebeurt, staat sterker.
Wat betekenen deze veranderingen voor leerlingen
Voor wie in 2025 begint met rijlessen, is er geen reden tot paniek. Exameneisen veranderen niet halverwege een traject zonder overgangsperiode.
Rijscholen krijgen tijd om hun lesprogramma’s aan te passen zodra nieuwe richtlijnen officieel worden ingevoerd.
Start iemand in 2026 met lessen, dan sluit de opleiding automatisch aan op de geldende eisen. Verhalen over “nu snel beginnen voordat het onmogelijk wordt” zijn vooral bedoeld om druk te zetten, niet gebaseerd op beleid.
De kern van goed rijgedrag blijft hetzelfde: inzicht, rust en verantwoordelijkheid.
Strengere aandacht voor bestuurders van 75 jaar en ouder
Voor automobilisten van 75 jaar en ouder verandert het verlengingsproces geleidelijk. Waar een medische keuring vroeger soms als formaliteit werd gezien, komt er meer nadruk op individuele beoordeling.
Dat betekent niet dat oudere bestuurders automatisch worden afgekeurd. Wel kan het verlengingsproces meer tijd vragen en kunnen aanvullende onderzoeken nodig zijn. In sommige gevallen wordt het rijbewijs korter geldig verklaard, bijvoorbeeld voor één of drie jaar in plaats van vijf.
Het doel is niet om ouderen van de weg te halen, maar om risico’s beter in te schatten en ongelukken te voorkomen.
Veilig blijven rijden staat centraal
De overheid benadrukt dat verkeersveiligheid leidend is bij deze aanscherping. Door tijdig medische signalen te herkennen, kunnen bestuurders langer veilig blijven rijden of tijdig worden begeleid bij het aanpassen van hun mobiliteit.
Voor veel 75-plussers verandert er weinig, behalve dat het proces iets formeler en zorgvuldiger wordt.
Geen revolutie, maar een duidelijke evolutie
Alles bij elkaar genomen wordt het rijbewijs in 2026 moderner en beter afgestemd op het huidige verkeer. Digitaal waar het kan, realistischer waar het moet. De basisprincipes van verkeersveiligheid blijven echter hetzelfde.
Wie leert rijden met inzicht, rust en verantwoordelijkheidsgevoel, merkt weinig negatieve gevolgen van deze aanpassingen. Sterker nog, veel veranderingen sluiten juist aan bij wat in de praktijk al als goed rijgedrag wordt gezien.
De discussie hierover blijft levendig, vooral op sociale media. Ervaringen en praktijkverhalen verschillen nu eenmaal van beleidsplannen op papier.
Eén ding is duidelijk: het rijbewijs verandert mee met de tijd, maar zonder plotselinge schokken of verborgen agenda’s.





