De discussie over parttime werken laait opnieuw op. VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans vindt dat Nederland zich niet kan permitteren dat jonge mensen al aan het begin van hun loopbaan kiezen voor drie of vier werkdagen per week. Volgens hem moet een werkweek van vijf dagen veel meer als norm worden gezien, zeker bij jongvolwassenen die net zijn afgestudeerd, geen kinderen hebben en gezond zijn.

Tijdens de jaarlijkse Binnenhoflezing koppelde Brekelmans die boodschap aan een veel breder probleem: Nederland kampt met grote personeelstekorten, terwijl tegelijkertijd honderdduizenden mensen een uitkering ontvangen of arbeidsongeschikt zijn.
Zijn conclusie is stevig: als er minder wordt gewerkt, komt volgens hem steeds meer druk te liggen op sectoren die nu al mensen tekortkomen. Tegelijkertijd wil hij juist fors snijden in het aantal ambtenaren en pleit hij voor vacaturestops bij de overheid.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Brekelmans wil vijfdaagse werkweek terug
Brekelmans richtte zich in zijn speech opvallend nadrukkelijk op jonge werknemers. Volgens hem ziet hij steeds vaker dat mensen direct na hun studie al aangeven maximaal vier dagen per week te willen werken. Sommige jongeren zouden zelfs maar drie dagen willen werken.
Daar heeft de VVD-fractievoorzitter grote moeite mee. Hij noemt specifiek mensen zonder kinderen en zonder gezondheidsproblemen, omdat hij vindt dat er in die levensfase weinig praktische redenen zijn om niet voltijds te werken. Zijn boodschap is dat Nederland meer arbeidsuren nodig heeft om economische groei en publieke voorzieningen overeind te houden.
De uitspraak raakt een gevoelige snaar, omdat juist jongere generaties steeds vaker waarde hechten aan een andere balans tussen werk en privéleven. Voor sommigen is een kortere werkweek geen kwestie van luiheid, maar een bewuste keuze voor vrije tijd, mentale rust of andere activiteiten naast het werk.
Gen Z werkt volgens VVD te weinig
Hoewel Brekelmans niet letterlijk zegt dat alle jongeren te weinig werken, richt zijn kritiek zich duidelijk op een ontwikkeling die vaak met Gen Z wordt geassocieerd. Jongvolwassenen zouden minder vanzelfsprekend bereid zijn om vijf dagen per week op kantoor of op de werkvloer te staan.
Volgens Brekelmans kan Nederland zich die houding niet veroorloven. Er staan nog ruim 400.000 vacatures open en in meerdere sectoren wordt al jarenlang geklaagd over personeelstekorten. Denk aan de zorg, techniek, woningbouw en defensie.
Vanuit dat perspectief stelt hij dat meer uren werken geen individuele kwestie meer is, maar een maatschappelijk belang. Wie minder werkt, draagt volgens die redenering ook minder bij aan het oplossen van het tekort aan arbeidskrachten.
Tegenover dat argument staat dat productiviteit niet uitsluitend wordt bepaald door het aantal gewerkte uren. Voorstanders van kortere werkweken wijzen er juist op dat werknemers in minder uren soms evenveel kunnen produceren, maar Brekelmans zet in zijn speech duidelijk een ander accent.
Meer dan 400.000 vacatures open
De aantallen die Brekelmans noemt, vormen de basis voor zijn betoog. Volgens hem staan er in Nederland nog altijd meer dan 400.000 vacatures open.
Dat betekent dat werkgevers in verschillende sectoren moeite hebben om voldoende personeel te vinden. Tegelijkertijd zitten volgens de VVD’er ongeveer 200.000 mensen in de WW en circa 400.000 mensen in de bijstand.
Daarnaast zijn er volgens hem ongeveer 880.000 mensen die arbeidsongeschikt zijn. Brekelmans vindt dat Nederland met zulke aantallen opnieuw moet kijken naar hoeveel mensen daadwerkelijk aan het werk zijn en hoeveel uren zij werken.
Hij gebruikt die cijfers om duidelijk te maken dat de krapte op de arbeidsmarkt volgens hem niet uitsluitend kan worden opgelost door nieuwe arbeidsmigranten of technologie. Ook Nederlanders zelf zouden meer moeten werken.
VVD’er haalt China als voorbeeld aan
Een van de opvallendste passages uit de lezing was zijn vergelijking met Chinese technologiebedrijven. Brekelmans wees erop dat werknemers daar soms zes dagen per week werken van 9.00 uur ’s ochtends tot 21.00 uur ’s avonds.
Dat komt neer op 72 uur per week. Hij voegde daar meteen aan toe dat Nederland volgens hem absoluut geen tweede China moet worden. Toch gebruikt hij het voorbeeld om duidelijk te maken hoe groot het verschil is met discussies in Nederland over juist minder werken.
Vakbonden pleiten volgens hem op sommige plekken voor een beweging van 36 naar 32 uur per week. Brekelmans vraagt zich hardop af hoe Nederland met zulke kortere werkweken tegelijkertijd bedrijven moet laten groeien, ouderen moet verzorgen, huizen moet bouwen en de krijgsmacht moet versterken.
De vergelijking is bewust scherp gekozen en zal ongetwijfeld weerstand oproepen. Een werkweek van 72 uur geldt in Nederland immers niet als realistisch of wenselijk uitgangspunt. Brekelmans gebruikt het voorbeeld vooral om het contrast met de Nederlandse discussie over arbeidsduur te benadrukken.
32-urige werkweek ligt onder vuur
Juist de 32-urige werkweek is de afgelopen jaren steeds vaker onderwerp van discussie. Voorstanders zien een kortere werkweek als manier om werknemers productiever, gezonder en tevredener te houden.
Brekelmans bekijkt het vanuit een ander perspectief. Voor hem staat centraal hoeveel werk er in Nederland gedaan moet worden en hoeveel mensen daarvoor beschikbaar zijn. Als iedereen minder uren gaat draaien terwijl de vraag naar personeel stijgt, ontstaat volgens hem simpelweg een groter probleem.
Daarmee kiest de VVD-fractievoorzitter duidelijk voor een klassieke economische benadering: een land met veel openstaande vacatures heeft volgens hem meer gewerkte uren nodig, niet minder.
Dat wil overigens niet zeggen dat iedere parttime werknemer automatisch meer zou moeten gaan werken. In de praktijk spelen kinderopvang, mantelzorg, gezondheid, werkdruk en persoonlijke omstandigheden allemaal een rol. Brekelmans richt zijn kritiek vooral op jonge gezonde werknemers die volgens hem zonder duidelijke noodzaak al direct voor minder uren kiezen.
Tegelijk wil VVD minder ambtenaren
Opvallend genoeg wil Brekelmans niet overal méér mensen aan het werk hebben. Bij de overheid wil hij juist het tegenovergestelde.
Volgens hem is het aantal ambtenaren de afgelopen jaren te sterk gegroeid. Een kleinere overheid betekent volgens de VVD-fractievoorzitter daarom ook letterlijk minder personeel.
Hij pleit ervoor om per ministerie en overheidsinstelling harde besparingsdoelen vast te leggen. Daarbij moeten vacaturestops serieus worden overwogen op plekken waar dat volgens hem mogelijk is.
De VVD profileert zich traditioneel als partij die de overheid kleiner en efficiënter wil maken. De opmerkingen van Brekelmans passen daardoor goed binnen de bredere politieke lijn van de partij.
Overheid volgens Brekelmans te traag
Brekelmans is vooral kritisch op de manier waarop overheidsorganisaties functioneren. Meer personeel betekent volgens hem niet automatisch betere dienstverlening.
Integendeel, hij stelt dat extra werknemers ook leiden tot meer overleg, meer afstemming en meer interne processen. Daardoor zou de overheid juist trager zijn geworden.
Hij noemt de overheid zelfs een grote “procesfabriek”. Daarmee bedoelt hij dat te veel tijd zou verdwijnen in vergaderen, procedures en interne controles in plaats van in concrete resultaten.
Het is een kritiek die vaker klinkt in de politiek. Tegelijkertijd wijzen ambtenarenorganisaties en vakbonden er regelmatig op dat de overheid ook steeds meer taken en regels moet uitvoeren. Minder personeel betekent dus niet automatisch dat dezelfde dienstverlening probleemloos kan worden voortgezet.
AI moet overheid efficiënter maken
Een belangrijk onderdeel van de oplossing ziet Brekelmans in kunstmatige intelligentie. Overheidsorganisaties zouden volgens hem veel meer gebruik moeten maken van AI.
Hij spreekt zelfs over een efficiencyverbetering van minstens 20 procent. Door administratieve taken te automatiseren en medewerkers te ondersteunen met slimme systemen, zou volgens hem met minder personeel meer werk kunnen worden gedaan.
Daarnaast verwacht hij dat AI het werk ook leuker kan maken. Routinematige taken kunnen mogelijk worden overgenomen, zodat werknemers meer tijd overhouden voor complexere werkzaamheden.
Of een verbetering van 20 procent overal haalbaar is, is niet duidelijk. Verschillende overheidstaken lenen zich bovendien veel beter voor automatisering dan andere. Toch maakt Brekelmans duidelijk dat technologische vernieuwing volgens hem noodzakelijk is als de overheid kleiner moet worden zonder volledig vast te lopen.
Prinsjesdag speelt op achtergrond mee
De timing van de Binnenhoflezing is interessant. De lezing vindt ieder jaar plaats vlak voor Prinsjesdag en politici gebruiken het moment regelmatig om alvast richting te geven aan het politieke debat.
Brekelmans heeft als VVD-fractievoorzitter bovendien invloed gehad op plannen die binnenkort verder worden gepresenteerd. Zijn opmerkingen over vacaturestops bij de overheid kunnen daardoor worden gezien als een mogelijk voorproefje op maatregelen die later concreter worden.
Of er daadwerkelijk brede vacaturestops komen, is op basis van zijn speech nog niet duidelijk. Hij spreekt vooral over het overwegen daarvan waar het kan.
Wel is duidelijk dat de VVD de komende periode nadrukkelijk wil praten over arbeidsproductiviteit, het aantal gewerkte uren en de omvang van de overheid.
Discussie over parttime werken barst los
De uitspraken over jonge parttimers zullen waarschijnlijk meer emoties oproepen dan het technische verhaal over ambtenaren en efficiency.
Nederland staat internationaal bekend als een land waar relatief veel mensen in deeltijd werken. Voor veel werknemers is dat een bewuste keuze en een belangrijke reden waarom zij werk en privé kunnen combineren.
Brekelmans zet daar een economisch argument tegenover. Als Nederland meer huizen wil bouwen, de zorg op peil wil houden, defensie wil uitbreiden en bedrijven wil laten groeien, moeten volgens hem meer mensen meer uren gaan werken.
Daar zit precies de politieke discussie: hoeveel mag de overheid of politiek eigenlijk verwachten van de individuele werknemer? Is een vijfdaagse werkweek een maatschappelijke norm, of is het aan werknemers zelf om te bepalen hoeveel zij willen werken zolang zij financieel zelfstandig zijn?
Brekelmans kiest duidelijk voor het eerste perspectief.
Vijf dagen werken weer de norm?
De kans is klein dat Nederland binnenkort wettelijk verplicht wordt om vijf dagen per week te werken. Daar pleit Brekelmans ook niet letterlijk voor.
Zijn boodschap is vooral cultureel en economisch bedoeld. Hij wil dat voltijd werken weer vanzelfsprekender wordt, zeker onder jonge mensen zonder grote zorgtaken.
Daarbij hoopt de VVD waarschijnlijk ook werkgevers en werknemers aan het denken te zetten over de manier waarop Nederland omgaat met de structurele krapte op de arbeidsmarkt.
Of jongeren zich daardoor massaal laten overtuigen om een extra dag te gaan werken, is een andere vraag. Voor veel Gen Z’ers is vrije tijd juist een belangrijk onderdeel van hun levenskeuzes en carrièreplanning.
Arbeidsmarkt wordt groot politiek thema
De uitspraken van Ruben Brekelmans maken duidelijk dat de hoeveelheid gewerkte uren waarschijnlijk een steeds groter politiek onderwerp wordt. Nederland vergrijst, heeft in meerdere sectoren personeelstekorten en wil tegelijkertijd grote ambities uitvoeren op het gebied van woningbouw, defensie en zorg.
Volgens de VVD kan dat niet wanneer steeds meer mensen minder uren gaan werken. Zeker jonge, gezonde werknemers zouden volgens Brekelmans opnieuw vaker voor een vijfdaagse werkweek moeten kiezen.
Tegelijkertijd wil hij bij de overheid juist duizenden arbeidsuren besparen door minder mensen aan te nemen, processen eenvoudiger te maken en AI in te zetten. Daarmee ontstaat een opvallend contrast: in het bedrijfsleven en maatschappelijke sectoren moet meer worden gewerkt, terwijl de overheid zelf volgens hem juist met minder mensen toe moet kunnen.
De discussie zal daarmee voorlopig niet verdwijnen. Voorstanders van meer werken zullen wijzen op de honderdduizenden openstaande vacatures en de groeiende druk op zorg en andere publieke diensten. Tegenstanders zullen benadrukken dat kwaliteit van leven, productiviteit en keuzevrijheid minstens zo belangrijk zijn als simpelweg zoveel mogelijk uren maken.
Brekelmans heeft zijn positie in ieder geval duidelijk gemaakt: wie jong, gezond en net afgestudeerd is, zou volgens hem niet automatisch moeten beginnen met een werkweek van drie of vier dagen. Als Nederland zijn ambities wil waarmaken, moet vijf dagen werken wat hem betreft weer veel normaler worden.











