Twee keer per jaar is het weer raak: Nederlanders kijken naar de klok en vragen zich af welke kant die ook alweer op moet. In oktober 2026 is het opnieuw tijd voor de overgang naar de wintertijd.
Dat betekent een extra uur in de nacht, maar ook een verandering die je de dagen daarna verrassend goed kunt merken. Van je slaapritme tot het moment waarop het buiten donker wordt: de klok een uur verzetten heeft meer gevolgen dan alleen een ander tijdstip op je telefoon.
Wie alvast wil voorkomen dat hij op de verkeerde tijd opstaat, doet er goed aan de datum in de agenda te zetten. De overgang vindt plaats in het laatste weekend van oktober. En ja, dit keer is het de gunstige variant: de klok gaat een uur terug.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Wanneer gaat de wintertijd in?
De wintertijd begint in 2026 in de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober. Om precies 03.00 uur wordt de klok teruggezet naar 02.00 uur. Daardoor duurt deze nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen is dat het prettigste van de twee jaarlijkse wisselmomenten. Waar in het voorjaar een uur wordt ingeleverd, krijg je dat uur in oktober als het ware weer terug.
Wie normaal gesproken acht uur slaapt, kan die nacht dus in theorie negen uur in bed liggen terwijl er op de klok slechts acht uur voorbijgaat. Natuurlijk levert dat alleen extra slaap op wanneer de normale bedtijd wordt aangehouden.
De klok gaat dus achteruit
De bekende twijfel is ieder jaar hetzelfde. Moet de klok in oktober nou vooruit of achteruit? In het najaar gaat de klok één uur terug.
Een handig ezelsbruggetje is dat de klok in het voorjaar vooruitgaat en in het najaar achteruit. Een andere manier om het te onthouden: bij de overgang naar de wintertijd krijg je een uur terug.
In maart gebeurt precies het tegenovergestelde. Dan begint de zomertijd en wordt een nacht juist een uur korter.
Telefoons passen zichzelf meestal aan
Voor de meeste mensen is het verzetten van de klok tegenwoordig een stuk eenvoudiger dan vroeger. Smartphones, computers, tablets, slimme horloges en veel televisies passen de tijd automatisch aan.
Wie op zondagochtend wakker wordt en op zijn telefoon kijkt, hoeft normaal gesproken dus niets te doen. Het apparaat heeft de verandering gedurende de nacht al verwerkt.
Toch is het verstandig om te controleren of de automatische tijdinstelling actief is. Vooral apparaten waarop handmatig een tijdzone is ingesteld, kunnen soms achterblijven.
Ook zijn er in vrijwel ieder huishouden nog genoeg klokken die niet automatisch meegaan. Denk aan de oven, magnetron, thermostaat, wandklok of een oudere autoradio. Die moeten meestal nog gewoon met de hand worden aangepast.
Een extra uur in de nacht
Het grote voordeel van de overgang naar wintertijd is natuurlijk dat de nacht een uur langer duurt. Wie zijn normale ritme aanhoudt, kan daardoor wat extra slaap pakken.
Dat betekent overigens niet automatisch dat iedereen de volgende ochtend volledig uitgerust wakker wordt. De biologische klok trekt zich weinig aan van wat er op een digitaal scherm staat.
Wie normaal gesproken rond 07.00 uur wakker wordt, kan daardoor na de overgang naar wintertijd ineens het gevoel hebben dat het al veel later is. Vooral de eerste dagen kan het lichaam even moeten wennen.
Voor ouders met jonge kinderen is dat extra uur bovendien niet altijd een cadeautje. Een peuter die volgens zijn biologische ritme wakker wordt, kijkt tenslotte niet eerst naar de klok.
Hetzelfde geldt voor huisdieren. Een hond of kat die iedere ochtend rond hetzelfde moment eten krijgt, kan na het verzetten van de klok ineens opvallend vroeg naast het bed staan.
Waarom hebben we wintertijd?
Wintertijd wordt ook wel de standaardtijd genoemd. Wanneer in het najaar de zomertijd eindigt, keren we dus eigenlijk terug naar onze gewone tijd.
Een belangrijk effect daarvan is dat het in de ochtend volgens de klok eerder licht wordt. Dat sluit in de donkere maanden beter aan bij het moment waarop veel mensen opstaan, naar school gaan of naar hun werk vertrekken.
Daar staat tegenover dat de zon aan het einde van de middag volgens de klok ook eerder ondergaat. Vooral in november en december kan het daardoor voelen alsof het al vroeg op de dag avond wordt.
Voor mensen die na het werk nog buiten willen sporten of wandelen, is dat waarschijnlijk het minst aantrekkelijke onderdeel van de wintertijd.
Avonden worden plots eerder donker
De overgang is eind oktober direct merkbaar. Op zondagavond lijkt het ineens veel eerder donker te worden dan een dag daarvoor.
Dat komt natuurlijk niet doordat de zon van de ene op de andere dag opeens veel sneller ondergaat. De officiële tijd is simpelweg een uur verschoven.
Toch kan het verschil behoorlijk groot aanvoelen. Wie gewend was om aan het einde van de middag nog even naar buiten te gaan, merkt dat daar ineens veel minder daglicht voor beschikbaar is.
Daar staat tegenover dat het ochtendlicht juist eerder verschijnt. Voor vroege fietsers, treinreizigers en schoolgaande kinderen kan dat prettig zijn.
Je biologische klok merkt verschil
Hoewel één uur niet bijzonder veel klinkt, kan het lichaam er wel degelijk op reageren. Het slaap-waakritme wordt namelijk niet alleen bepaald door een klok aan de muur.
Licht, donkerte, maaltijden, beweging en vaste dagelijkse routines helpen het lichaam bepalen wanneer het tijd is om wakker te zijn en wanneer het tijd is om te slapen.
Wanneer de officiële tijd plotseling een uur verandert, lopen die twee ritmes tijdelijk niet helemaal gelijk. Dat kan aanvoelen als een zeer lichte vorm van een jetlag.
Sommige mensen merken vrijwel niets. Anderen zijn een paar dagen eerder moe, worden op een ongebruikelijk tijdstip wakker of hebben moeite om ’s avonds op hun gebruikelijke tijd in slaap te vallen.
Kinderen merken omslag vaak sneller
Bij jonge kinderen kan de overgang extra duidelijk zijn. Een kind dat normaal gesproken iedere ochtend op ongeveer hetzelfde biologische moment wakker wordt, kan na de klokwissel opeens erg vroeg klaarwakker zijn.
Ook etenstijden en bedtijd kunnen tijdelijk vreemd aanvoelen. Voor ouders kan het daarom helpen om het dagelijkse schema niet in één keer drastisch te veranderen.
Door enkele dagen rond de overgang kleine verschuivingen aan te brengen, kan het nieuwe ritme wat geleidelijker worden ingevoerd.
Hetzelfde principe kan werken voor volwassenen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaapritme.
Zo kun je vooraf wennen
Wie ieder jaar moeite heeft met het verzetten van de klok, kan een paar dagen voor 25 oktober al beginnen met aanpassen.
Een mogelijkheid is om bedtijd en het moment van opstaan iedere dag ongeveer een kwartier te verschuiven. Daardoor hoeft het lichaam niet in één nacht het volledige uur te overbruggen.
Ook andere vaste momenten kunnen worden meegenomen. Denk aan ontbijt, avondeten, sporten en het laatste kopje koffie van de dag.
Daglicht speelt daarbij een belangrijke rol. Na het opstaan de gordijnen openen of even naar buiten gaan, helpt het lichaam om te herkennen dat de dag begonnen is.
Ochtendlicht wordt belangrijker
Juist in de donkere maanden kan voldoende daglicht prettig zijn. Het verschil tussen een donkere slaapkamer en buitenlicht helpt je biologische klok om onderscheid te maken tussen nacht en dag.
Daarom kan een wandeling in de ochtend of rond lunchtijd een eenvoudige manier zijn om zoveel mogelijk natuurlijk licht mee te pakken.
Dat wordt naarmate november en december dichterbij komen steeds relevanter. De dagen worden immers nog een tijd korter nadat de wintertijd is begonnen.
Wie overdag vrijwel uitsluitend binnen zit, kan daardoor relatief weinig natuurlijk licht zien. Even naar buiten gaan is dan een eenvoudige manier om dat te doorbreken.
Let ook op de avond
Niet alleen de ochtend telt. Ook de avondroutine kan invloed hebben op hoe gemakkelijk iemand aan het nieuwe ritme went.
Veel fel licht en langdurig naar schermen kijken kan ervoor zorgen dat iemand zich ’s avonds langer wakker voelt. Een rustige afsluiting van de dag kan juist helpen om richting bedtijd te schakelen.
Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Lampen wat dimmen, een boek lezen of de telefoon een tijdje wegleggen kan al onderdeel zijn van een vaste avondroutine.
Een donkere, rustige en niet te warme slaapkamer kan eveneens helpen om de omstandigheden voor slaap zo aangenaam mogelijk te maken.
Niet alle klokken veranderen automatisch
Op zondag 25 oktober is het verstandig om even een rondje door het huis te maken. Juist doordat telefoons automatisch omschakelen, worden andere klokken gemakkelijk vergeten.
De magnetron is een klassiek voorbeeld. Hetzelfde geldt voor de oven, een losse wekker en de klok in een oudere auto.
Ook thermostaten en tijdschakelaars verdienen aandacht. Wanneer die niet automatisch overschakelen, kan de verwarming opeens op een ander moment aanslaan dan bedoeld.
Dat kan dagenlang onopgemerkt blijven, totdat iemand zich afvraagt waarom het huis ’s ochtends nog koud is of juist veel te vroeg wordt verwarmd.
Discussie over afschaffen blijft bestaan
Al jarenlang wordt in Europa gesproken over het stoppen met het halfjaarlijks verzetten van de klok. Het idee om uiteindelijk één vaste tijd te gebruiken is dus zeker niet nieuw.
Voorlopig verandert de praktijk echter niet. Zolang er geen nieuwe gezamenlijke regeling is ingevoerd, blijven zomer- en wintertijd elkaar afwisselen.
Dat betekent dat Nederlanders ook in 2026 gewoon twee keer met de klok te maken krijgen. In oktober volgt de overgang naar wintertijd en in het voorjaar gaat de klok weer vooruit.
Wanneer begint zomertijd weer?
De wintertijd duurt tot het laatste weekend van maart. Dan vindt de omgekeerde beweging plaats en wordt de klok weer een uur vooruitgezet.
Daarmee worden de avonden volgens de klok opnieuw langer licht, maar leveren we tijdens de overgang wel een uur in.
Voor nu is vooral zondag 25 oktober 2026 belangrijk om te onthouden. In de nacht ervoor gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.
Wie telkens twijfelt, hoeft uiteindelijk maar één eenvoudige regel te onthouden: voorjaar vooruit, najaar achteruit. In oktober krijgen we dus een uur terug. En hoewel smartphones dat tegenwoordig grotendeels voor ons regelen, kan het lichaam er iets langer over doen om dezelfde omschakeling te maken.











