Koning Willem-Alexander krijgt volgend jaar opnieuw meer geld. Uit de cijfers voor 2027 blijkt dat zowel zijn inkomen als het bedrag voor personele en materiƫle uitgaven omhooggaat. Vooral wanneer alle bedragen bij elkaar worden opgeteld, gaat het om een flinke som geld.

De stijging komt naar voren in de begrotingsstukken voor 2027. Niet alleen Willem-Alexander krijgt een grondwettelijke uitkering. Ook koningin MĆ”xima, prinses Beatrix en prinses Amalia ontvangen bedragen vanuit de begroting. Bij elkaar loopt dat in 2027 op tot miljoenen euroās.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google ā
Willem-Alexander krijgt hoger inkomen
Het inkomen van koning Willem-Alexander komt in 2027 uit op ongeveer 1,2 miljoen euro. Dat is volgens de begrotingscijfers zoān 34.000 euro meer dan in 2026.
Daar blijft het niet bij. Naast zijn inkomen is er een veel groter bedrag beschikbaar voor personele en materiƫle uitgaven die samenhangen met de uitoefening van het koningschap. Dat bedrag stijgt naar ruim 6,3 miljoen euro.
Vergeleken met een jaar eerder gaat het daarbij om een stijging van ongeveer 136.000 euro. Opgeteld komen het inkomen en deze vergoeding daarmee boven de 7,5 miljoen euro uit.
Dat betekent overigens niet dat Willem-Alexander ruim 7,5 miljoen euro als persoonlijk salaris op zijn bankrekening ontvangt. Het onderscheid tussen inkomen en het bedrag voor personele en materiƫle uitgaven is belangrijk.
Miljoenen voor personele kosten
De ruim 6,3 miljoen euro naast het inkomen is bedoeld voor kosten die voortkomen uit de uitvoering van de functie. Denk daarbij aan personele en andere materiƫle uitgaven die bij het koningschap horen.
Dat bedrag kan daardoor niet simpelweg worden gezien als extra persoonlijk inkomen voor de koning. Het inkomen zelf vormt een apart onderdeel van de grondwettelijke uitkering.
Juist dat onderscheid raakt in discussies over de financiƫn van het Koninklijk Huis nog weleens ondergesneeuwd. Wie alleen alle bedragen bij elkaar optelt, krijgt al snel de indruk dat het volledige bedrag rechtstreeks naar Willem-Alexander persoonlijk gaat.
De begroting maakt echter duidelijk onderscheid tussen die verschillende onderdelen.
Koninklijk Huis krijgt 12,9 miljoen
Ook andere leden van het Koninklijk Huis hebben recht op een grondwettelijke uitkering. Volgens de nieuwe cijfers gaat het totale bedrag voor de betreffende leden in 2027 naar ongeveer 12,9 miljoen euro.
Een jaar eerder lag dat bedrag op ongeveer 12,6 miljoen euro. Daarmee stijgt ook het totaal.
Het gaat daarbij om koning Willem-Alexander, koningin MƔxima, prinses Beatrix en prinses Amalia. De hoogte en opbouw van de bedragen verschillen per persoon.
Vooral rond Prinsjesdag krijgen deze cijfers traditioneel veel aandacht. De begrotingsstukken maken namelijk concreet zichtbaar hoeveel geld voor het koningschap wordt gereserveerd.
Ook MƔxima gaat erop vooruit
Koningin MƔxima ontvangt in 2027 eveneens meer geld. Volgens de cijfers gaat haar totale uitkering met ongeveer 32.000 euro omhoog.
Daarmee komt het bedrag voor MƔxima volgend jaar uit rond de 1,3 miljoen euro. Ook bij haar bestaat de uitkering uit verschillende onderdelen.
Het gaat dus niet uitsluitend om persoonlijk inkomen. Een deel heeft betrekking op personele en materiƫle uitgaven die horen bij haar positie en werkzaamheden.
De bedragen liggen aanzienlijk lager dan bij Willem-Alexander. Dat heeft onder meer te maken met de verschillende rollen die zij binnen het Koninklijk Huis vervullen.
Beatrix ontvangt ongeveer twee miljoen
Ook prinses Beatrix ontvangt in 2027 een hoger bedrag. Haar uitkering komt volgend jaar uit op ongeveer 2 miljoen euro.
Dat is bijna 50.000 euro meer dan een jaar eerder.
Hoewel Beatrix in 2013 afstand deed van de troon, ontvangt zij als voormalige koningin nog altijd een grondwettelijke uitkering. Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen inkomen en kosten die samenhangen met haar positie.
Bij elkaar zorgt dit ervoor dat de totale uitgaven voor de leden van het Koninklijk Huis die deze uitkering ontvangen opnieuw stijgen.
Bijzondere situatie rond prinses Amalia
Bij prinses Amalia ligt de situatie anders. Zij heeft sinds haar achttiende recht op een grondwettelijke uitkering als vermoedelijke opvolger van de koning.
Amalia besloot aanvankelijk echter om het geld terug te storten. Dat deed ze meerdere jaren.
Sinds 2025 is daar verandering in gekomen. Ze stort haar inkomensdeel nog terug, maar ontvangt wel het bedrag dat bedoeld is voor personele en materiƫle uitgaven.
Voor 2027 gaat het bij dat laatste onderdeel volgens de begrotingscijfers om ongeveer 1,7 miljoen euro.
Daarmee kan zij kosten betalen die voortkomen uit haar positie als Prinses van Oranje en haar voorbereiding op een toekomstige rol als staatshoofd.
Waarom stijgen deze bedragen?
De bedragen voor leden van het Koninklijk Huis worden niet ieder jaar willekeurig opnieuw vastgesteld. Er bestaat een wettelijk systeem voor de grondwettelijke uitkeringen.
Daardoor kunnen de bedragen veranderen wanneer bijvoorbeeld lonen en andere relevante kosten stijgen. Het resultaat daarvan is zichtbaar in de begroting voor 2027.
Bij Willem-Alexander stijgt zijn inkomen met ongeveer 34.000 euro. Tegelijkertijd neemt het bedrag voor personele en materiƫle uitgaven met ongeveer 136.000 euro toe.
Bij elkaar is dat een stijging van ongeveer 170.000 euro ten opzichte van het voorgaande jaar.
Bedragen zorgen vaak voor discussie
Zodra de nieuwe begroting voor het Koninklijk Huis bekend wordt, ontstaat er vrijwel ieder jaar discussie. Voorstanders van het koningshuis wijzen daarbij vaak op de bijzondere constitutionele en representatieve rol van de koning.
Critici kijken juist naar de hoogte van de bedragen en vragen zich af of dergelijke uitgaven nog passen bij deze tijd.
Die discussie wordt versterkt doordat de bedragen groot zijn wanneer ze worden vergeleken met een doorsnee inkomen. Alleen het inkomensdeel van Willem-Alexander bedraagt volgend jaar al ongeveer 1,2 miljoen euro.
Tegelijkertijd is het belangrijk om niet alle bedragen die in de begroting bij zijn naam staan als persoonlijk inkomen te presenteren. Het grootste gedeelte van de ruim 7,5 miljoen euro bestaat uit geld voor personele en materiƫle uitgaven.
Prinsjesdag zet cijfers in schijnwerpers
De nieuwe bedragen zijn bekend geworden rond Prinsjesdag. Op dat moment presenteert het kabinet de financiƫle plannen voor het komende jaar en wordt duidelijk waar de overheid geld aan wil uitgeven.
De Miljoenennota 2027 en de Rijksbegroting geven een breed overzicht van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Daarbinnen is ook een aparte begroting voor de Koning opgenomen.
Het koningschap vormt financieel gezien slechts een klein onderdeel van de volledige Rijksbegroting. Toch krijgen de bedragen voor het Koninklijk Huis vaak relatief veel aandacht.
Dat komt mede doordat ze eenvoudig te vergelijken zijn met de bedragen van een jaar eerder en omdat het om bekende personen gaat.
Meer dan alleen persoonlijk inkomen
Bij berichten over de financiƫn van koning Willem-Alexander is het daarom belangrijk om goed naar de verschillende bedragen te kijken.
Zijn inkomen stijgt in 2027 naar ongeveer 1,2 miljoen euro. Daarnaast is er ruim 6,3 miljoen euro beschikbaar voor personele en materiƫle uitgaven. Samen gaat het dus om meer dan 7,5 miljoen euro, maar slechts een gedeelte daarvan is het persoonlijke inkomensdeel.
Hetzelfde principe geldt voor andere leden van het Koninklijk Huis die een grondwettelijke uitkering ontvangen.
Daarom kan de indruk dat al deze miljoenen rechtstreeks als salaris naar de koning gaan een vertekend beeld geven. De begroting maakt duidelijk onderscheid tussen het inkomen en de kosten die bij de uitoefening van de functie horen.
Koninklijke uitgaven stijgen in 2027
Onderaan de streep is wel duidelijk dat er in 2027 meer geld naar de grondwettelijke uitkeringen gaat dan een jaar eerder. Willem-Alexander krijgt een hoger inkomen en een hoger bedrag voor personele en materiƫle uitgaven.
Ook MƔxima en Beatrix zien de bedragen stijgen, terwijl Amalia haar inkomensdeel nog terugstort maar haar vergoeding voor personele en materiƫle uitgaven wel ontvangt.
Gezamenlijk komt het bedrag voor de betreffende leden van het Koninklijk Huis volgens de nieuwe cijfers uit op ongeveer 12,9 miljoen euro, tegenover circa 12,6 miljoen euro een jaar eerder.
Daarmee zijn de koninklijke financiƫn opnieuw een onderwerp waar na Prinsjesdag volop over gesproken kan worden. Want hoewel het om verschillende soorten uitgaven gaat, spreken bedragen van miljoenen rond het Koninklijk Huis vrijwel altijd tot de verbeelding.











