Een Europees belastingplan van voormalig minister van Financiën en huidig Eurocommissaris Wopke Hoekstra kan grote financiële gevolgen hebben voor Nederland. Twee Leidse hoogleraren belastingrecht waarschuwen dat de Nederlandse schatkist op termijn mogelijk tot 8 miljard euro per jaar aan inkomsten misloopt als de voorgestelde Europese regels volledig worden ingevoerd.

Het opvallende is dat het plan juist bedoeld is om de Europese economie sterker te maken. Investeren over de grens moet eenvoudiger en goedkoper worden, zodat bedrijven meer geld steken in innovatie en groei.
Maar wat gunstig kan uitpakken voor investeerders en ondernemingen, kan tegelijkertijd een flink gat slaan in de Nederlandse begroting. Vooral de dividendbelasting, de belastingheffing op beleggingen via een bv en de renteaftrek voor bedrijven komen daarbij nadrukkelijk in beeld.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Belastingplan Hoekstra zorgt voor zorgen
De waarschuwing komt van Jan van de Streek en Jan Vleggeert, beiden hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Leiden. Zij hebben de mogelijke gevolgen van het Europese voorstel voor Nederland doorgerekend.
Hun analyse verschijnt in een vakblad voor fiscalisten. De bedragen die daaruit naar voren komen, zijn fors. Wanneer alle onderdelen uiteindelijk volledig van kracht worden, zou Nederland vanaf 2037 jaarlijks ongeveer 8 miljard euro kunnen mislopen.
Dat is geen eenmalige tegenvaller, maar volgens hun berekening een structureel verlies aan belastinginkomsten. Daarmee kan het voorstel uiteindelijk ook gevolgen krijgen voor de ruimte die toekomstige kabinetten hebben om geld uit te geven.
Het Europese plan draait vooral om het wegnemen van fiscale obstakels tussen EU-landen. Wie vanuit het ene EU-land investeert in een onderneming in een andere lidstaat, moet daarbij minder snel tegen belastingheffing aanlopen.
Europa wil investeren makkelijker maken
De gedachte achter het voorstel klinkt op het eerste gezicht logisch. De Europese Unie wil dat kapitaal gemakkelijker door Europa kan bewegen.
Een Nederlands bedrijf dat in Frankrijk, Duitsland of Spanje investeert, moet daarbij zo min mogelijk fiscale obstakels tegenkomen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor buitenlandse bedrijven die hun geld in Nederland willen steken.
Minder ingewikkelde belastingregels kunnen investeringen aantrekkelijker maken. Uiteindelijk zou dat meer economische activiteit, innovatie en groei moeten opleveren.
Het probleem zit volgens de Leidse hoogleraren vooral in de manier waarop sommige belastingregels daarvoor worden aangepast. Drie veranderingen kunnen voor Nederland bijzonder duur uitpakken.
Het gaat om dividendbelasting, de belasting over ontvangen dividenden en een verruiming van de renteaftrek voor bedrijven.
Dividendbelasting dreigt grotendeels te verdwijnen
Een van de belangrijkste onderdelen heeft betrekking op de Nederlandse dividendbelasting. Bedrijven die winst uitkeren aan aandeelhouders krijgen met deze belasting te maken.
Binnen de Europese Unie bestaan al regels om te voorkomen dat dezelfde bedrijfswinst meerdere keren wordt belast.
Wanneer een bedrijf een voldoende groot belang heeft in een onderneming in een ander EU-land, kan dividend daarom onder bepaalde voorwaarden worden vrijgesteld. Op Europees niveau ligt de relevante grens nu in beginsel op 10 procent.
Nederland hanteert in belangrijke situaties al een lagere grens van 5 procent. Een belang van die omvang wordt fiscaal niet meer gezien als zomaar een kleine belegging, maar als een deelneming in een ander bedrijf.
Daar zit een duidelijke gedachte achter.
Dubbele belasting moet worden voorkomen
Stel dat een dochterbedrijf winst maakt en daarover belasting betaalt. Vervolgens wordt een deel van die winst als dividend doorgestuurd naar het moederbedrijf.
Wanneer dat moederbedrijf daar vervolgens opnieuw volledig belasting over moet betalen, kan dezelfde winst meerdere keren worden belast.
Daarom bestaan er deelnemingsvrijstellingen en andere Europese afspraken. Het systeem moet voorkomen dat concernstructuren binnen Europa fiscaal worden benadeeld puur omdat bedrijven over verschillende landen zijn verspreid.
Hoekstra’s voorstel zou volgens de analyse echter veel verder gaan. De bestaande ondergrens zou uiteindelijk naar nul kunnen gaan.
In dat geval zou in principe iedere investering van een bedrijf in een onderneming uit een andere EU-lidstaat onder de vrijstelling kunnen vallen, hoe klein het aandelenbelang ook is.
Drempel kan helemaal naar nul
Juist die stap heeft volgens Van de Streek en Vleggeert enorme consequenties voor Nederland.
Nederlandse beleggers kunnen ingehouden dividendbelasting doorgaans al verrekenen via hun belastingaangifte. Daardoor vormt de heffing voor hen uiteindelijk vaak geen definitieve belastinglast.
Bij buitenlandse beleggers met een klein aandelenbelang ligt dat anders. Juist bij deze groep levert de dividendbelasting de Nederlandse schatkist daadwerkelijk geld op.
Wanneer Nederland vanwege nieuwe Europese regels geen dividendbelasting meer mag heffen over uitkeringen aan bedrijven in andere lidstaten, valt een belangrijk deel van die inkomsten weg.
De hoogleraren schatten de structurele schade alleen op dit onderdeel al op ongeveer 4 miljard euro per jaar.
Constructies kunnen verlies verder vergroten
Op papier zouden de nieuwe regels vooral betrekking hebben op dividenduitkeringen aan bedrijven. Daarmee lijkt er nog een duidelijke scheiding te bestaan met particuliere beleggers.
De onderzoekers verwachten echter dat die grens in de praktijk minder stevig kan blijken.
Banken, brokers en andere financiële partijen zouden constructies kunnen ontwikkelen waardoor ook particuliere beleggers indirect gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheden. Als dat eenvoudig en financieel aantrekkelijk wordt, kan het bereik van de vrijstelling veel groter worden.
Daarmee ontstaat een bekend probleem binnen belastingwetgeving. Een regel die voor een specifieke groep is bedoeld, kan via financiële constructies uiteindelijk veel breder worden gebruikt.
Juist daarom verwachten de hoogleraren dat Nederland zijn huidige dividendbelasting moeilijk overeind kan houden wanneer de Europese drempel daadwerkelijk volledig verdwijnt.
Ook beleggen via bv wordt aantrekkelijker
Het tweede grote probleem zit aan de andere kant van de dividendstroom. Niet alleen buitenlandse bedrijven die Nederlands dividend ontvangen krijgen mogelijk een vrijstelling.
Nederlandse bedrijven zouden ook geen winstbelasting meer hoeven te betalen over bepaalde dividenden die zij ontvangen uit beleggingen in andere EU-landen.
Daarbij ontstaat vervolgens een nieuw probleem. Wanneer buitenlandse beleggingen fiscaal gunstiger worden behandeld dan Nederlandse beleggingen, worden Nederlandse ondernemingen feitelijk aangemoedigd hun geld buiten Nederland te investeren.
Om zo’n ongelijk speelveld te voorkomen, ligt het volgens de analyse voor de hand dat dezelfde behandeling uiteindelijk ook voor binnenlandse beleggingen gaat gelden.
En juist daar kan een interessante route ontstaan voor particuliere beleggers: beleggen via een eigen bv.
Box 3 kan hierdoor worden uitgehold
Nederland werkt al jarenlang aan een nieuw systeem voor box 3. Daarbij moet uiteindelijk zoveel mogelijk het werkelijke rendement op vermogen worden belast.
Voor aandelenbeleggers is het uitgangspunt dat daadwerkelijk behaalde rendementen worden belast, waarbij in de plannen een tarief van 36 procent een belangrijke rol speelt.
Dat nieuwe stelsel kent al een ingewikkeld probleem. Vermogende beleggers kunnen gaan kijken of beleggen via een bv aantrekkelijker is dan privé beleggen in box 3.
Als Europese regels beleggen via een bv nóg gunstiger maken, kan die overstap volgens de onderzoekers veel aantrekkelijker worden.
De winst op bepaalde beleggingen kan dan binnen de bv langer buiten de directe heffing blijven. Belasting komt pas nadrukkelijk in beeld wanneer geld uiteindelijk vanuit de onderneming naar privé wordt gehaald.
Vlucht naar box 2 dreigt
In Nederland vallen inkomsten uit een aanmerkelijk belang in een eigen bv onder box 2. Dat is fiscaal een compleet andere wereld dan privévermogen in box 3.
De vrees bestaat al langer dat wijzigingen in box 3 ervoor zorgen dat meer mensen hun vermogen in een bv onderbrengen.
Het Europese voorstel kan dat effect volgens de hoogleraren verder versterken. Zij spreken over een mogelijke ‘vlucht naar box 2’.
Wanneer voldoende beleggers daarvoor kiezen, kan de schatkist opnieuw een aanzienlijk bedrag mislopen. De grove schatting bedraagt ongeveer 1 miljard euro per jaar.
Daarmee komt het mogelijke verlies door de eerste twee onderdelen samen al op ongeveer 5 miljard euro.
Renteaftrek kan miljarden extra kosten
Daar blijft het echter niet bij. Het derde grote onderdeel gaat over de rente die bedrijven mogen aftrekken van hun belastbare winst.
Bedrijven lenen regelmatig geld om investeringen, overnames of andere activiteiten te financieren. De rente die zij daarover betalen, kan onder voorwaarden als kostenpost worden afgetrokken.
Daardoor blijft minder belastbare winst over en betaalt een onderneming dus minder winstbelasting.
Om te voorkomen dat ondernemingen extreem veel schulden aangaan of via financiële constructies hun belastbare winst kunstmatig verlagen, zijn daar beperkingen aan verbonden.
In Nederland geldt een maximum dat de renteaftrek beperkt. In de analyse wordt daarbij een grens van 24,5 procent genoemd.
Het Europese voorstel zou lidstaten dwingen aanzienlijk meer renteaftrek toe te staan.
Nederland kan nog miljarden mislopen
Ook deze verandering kan volgens de Leidse hoogleraren een behoorlijk prijskaartje krijgen.
Zij ramen de lagere Nederlandse belastingopbrengsten als gevolg van de ruimere renteaftrek op nog eens ongeveer 2 tot 3 miljard euro per jaar.
Wanneer alle onderdelen bij elkaar worden opgeteld, komt het totale potentiële verlies daarmee in de buurt van 8 miljard euro per jaar.
Dat volledige bedrag zou niet onmiddellijk verdwijnen. De berekening gaat uit van een situatie waarin de maatregelen uiteindelijk volledig zijn ingevoerd. Volgens de onderzoekers zou dat vanaf 2037 het geval kunnen zijn.
Het gaat bovendien om ramingen van de mogelijke effecten. Hoe groot het daadwerkelijke verlies uiteindelijk wordt, hangt af van de definitieve Europese wetgeving, de Nederlandse uitwerking en de manier waarop bedrijven en beleggers daarop reageren.
Acht miljard is een enorm bedrag
Een structurele tegenvaller van 8 miljard euro is voor een Nederlandse begroting bepaald geen detail.
Wanneer een overheid jaarlijks miljarden minder aan belasting binnenkrijgt, moet dat verschil uiteindelijk ergens worden opgevangen. Dat kan via andere belastingen, lagere uitgaven, extra economische groei of een combinatie daarvan.
Tegelijkertijd moet ook het doel van de Europese hervormingen worden meegenomen. Wanneer lagere fiscale drempels daadwerkelijk tot veel extra investeringen en economische groei leiden, kunnen daar op andere plekken weer hogere belastinginkomsten tegenover staan.
De berekening van de hoogleraren richt zich vooral op de directe fiscale gevolgen van de voorgestelde veranderingen.
De grote politieke vraag wordt daarom of de economische voordelen van een vrijere Europese kapitaalmarkt opwegen tegen de belastinginkomsten die afzonderlijke lidstaten mogelijk verliezen.
Hoekstra wil Europese economie versterken
Het plan van Hoekstra moet in een bredere Europese discussie worden gezien. Europa maakt zich al langere tijd zorgen over zijn concurrentiepositie tegenover onder meer de Verenigde Staten en China.
Europese bedrijven hebben toegang tot een enorme interne markt, maar lopen nog altijd tegen nationale regels en verschillen tussen belastingstelsels aan.
Daardoor is investeren over de grens binnen Europa soms ingewikkelder dan de term ‘interne markt’ doet vermoeden.
Door fiscale obstakels te verminderen, wil Brussel geld gemakkelijker terecht laten komen bij bedrijven die het kunnen gebruiken voor innovatie en uitbreiding.
Voor Nederland ontstaat alleen een lastige afweging. Het land kan profiteren van een sterkere Europese economie, terwijl tegelijkertijd miljarden aan bestaande belastingopbrengsten op het spel staan.
Voorstel kan nog veranderen
Daarbij is belangrijk dat een Europees voorstel niet automatisch betekent dat alle beschreven gevolgen morgen werkelijkheid worden.
Europese belastingregels zijn politiek gevoelig. Lidstaten hebben grote belangen bij hun eigen belastingstelsel en zullen nauwkeurig bekijken wat hervormingen voor hun schatkist betekenen.
De waarschuwing van de Leidse hoogleraren komt dan ook op een belangrijk moment. Door de mogelijke Nederlandse gevolgen vroeg zichtbaar te maken, kan het onderwerp onderdeel worden van het politieke debat voordat alle regels definitief zijn.
Voor Nederland gaat het immers niet alleen om technische fiscale details.
Als de berekeningen ook maar bij benadering uitkomen, heeft het voorstel uiteindelijk gevolgen voor miljarden euro’s aan overheidsinkomsten.
Belastingplan kan grote gevolgen krijgen
Het opvallende aan de kwestie is uiteindelijk de tegenstelling tussen het doel en de mogelijke uitkomst voor Nederland.
Hoekstra wil investeren binnen Europa gemakkelijker maken, economische groei stimuleren en bedrijven minder laten vastlopen in fiscale grenzen tussen lidstaten. Daar kunnen Europese ondernemingen en beleggers duidelijk voordeel van hebben.
Maar volgens Van de Streek en Vleggeert kan Nederland daarvoor een forse rekening gepresenteerd krijgen.
Ongeveer 4 miljard euro kan verdwijnen door veranderingen rond de dividendbelasting. Een mogelijke verschuiving van particuliere beleggers van box 3 naar beleggen via een bv kan nog eens circa 1 miljard euro kosten. Ruimere renteaftrek voor bedrijven kan daar volgens de berekeningen nog 2 tot 3 miljard euro bovenop leggen.
Zo ontstaat uiteindelijk het opvallende bedrag van maximaal ongeveer 8 miljard euro per jaar vanaf 2037.
Of het werkelijk zover komt, moet nog blijken. Maar één ding is duidelijk: een technisch klinkende hervorming van Europese belastingregels kan uiteindelijk rechtstreeks invloed hebben op de Nederlandse schatkist. En bij bedragen van miljarden per jaar zal Den Haag het voorstel van Hoekstra ongetwijfeld met bovengemiddelde belangstelling gaan bekijken.











