Het kabinet-Jetten heeft richting Prinsjesdag een serieus probleem met de Nederlandse kiezer. Uit een nieuwe peiling van Ipsos I&O blijkt dat nog maar 18 procent van de kiezers tevreden is over het beleid van het kabinet. Sinds Rob Jetten in februari als premier aantrad, stond de tevredenheid niet eerder zo laag.

Tegelijkertijd is de onvrede juist naar een nieuw hoogtepunt gestegen. Zeven op de tien kiezers geven aan ontevreden te zijn over het kabinet. Opvallend genoeg beperkt die kritiek zich niet tot oppositiekiezers. Ook bij de achterban van regeringspartijen D66, CDA en VVD neemt het enthousiasme af. Vooral het vertrouwen dat het kabinet grote problemen daadwerkelijk kan oplossen, is bijzonder laag.
Mis geen artikelen! Volg TrendyVandaag in Google →
Onvrede over kabinet-Jetten groeit
De cijfers uit de nieuwste peiling zijn duidelijk. Slechts 18 procent van de ondervraagden is momenteel tevreden over het gevoerde kabinetsbeleid. Daarmee bereikt het kabinet-Jetten het laagste niveau sinds zijn aantreden in februari.
Aan de andere kant geeft ongeveer 70 procent aan ontevreden te zijn. Dat percentage lag bij de vorige meting in juli nog op 63 procent. Destijds was 26 procent van de ondervraagden tevreden. In relatief korte tijd is het sentiment dus behoorlijk verslechterd.
Voor het kabinet komt die ontwikkeling op een vervelend moment. Prinsjesdag staat over ongeveer anderhalve week voor de deur en juist dan wil een regering normaal gesproken haar plannen voor het komende jaar overtuigend presenteren.
Ook coalitiekiezers worden kritischer
Misschien nog opvallender is dat de dalende tevredenheid bij vrijwel alle politieke partijen zichtbaar is. Het zijn dus niet alleen PVV-, Forum- of andere oppositiekiezers die weinig vertrouwen hebben in de regering.
Zelfs onder D66-kiezers is nog maar iets meer dan de helft tevreden over het kabinet. Dat is opvallend, aangezien premier Rob Jetten zelf afkomstig is van D66. Normaal gesproken zou juist bij zijn eigen achterban relatief veel steun verwacht mogen worden.
Bij het CDA ligt de tevredenheid volgens Ipsos I&O op 43 procent. Onder VVD-kiezers is het beeld nog somberder: daar zegt slechts 32 procent tevreden te zijn over het kabinetsbeleid. Dat betekent dat zelfs binnen de eigen politieke achterban de coalitie bepaald niet op brede tevredenheid kan rekenen.
Begrotingsonderhandelingen zorgen voor irritatie
Volgens de onderzoekers speelt vooral de gang van zaken rond de begrotingsonderhandelingen een belangrijke rol bij het dalende vertrouwen. De coalitiepartijen hebben de afgelopen weken uitgebreid onderhandeld over de financiële plannen.
Onderling zijn de partijen uiteindelijk tot overeenstemming gekomen. Daarmee is het politieke probleem echter nog niet opgelost. Het kabinet beschikt namelijk niet over een meerderheid in zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer.
Voor belangrijke plannen is daardoor steun vanuit de oppositie nodig. En juist daar zit de onzekerheid. Het is nog niet duidelijk of voldoende oppositiepartijen bereid zijn de begrotingsplannen te steunen.
Voor kiezers kan dat het beeld creëren van een kabinet dat wel plannen maakt, maar nog niet weet of die plannen daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden.
VVD krijgt opvallend vaak de schuld
Uit het onderzoek van Ipsos I&O blijkt dat kiezers vooral kritisch zijn op de rol van de VVD. Die partij krijgt relatief veel schuld toegeschoven voor de ontstane situatie rond de begroting.
Waarom kiezers precies de VVD aanwijzen, wordt in de beschikbare onderzoeksinformatie niet uitgebreid uiteengezet. Wel past het in een breder beeld waarin de coalitie moeite heeft om gezamenlijk vertrouwen uit te stralen.
Dat is politiek gezien een probleem. Wanneer kiezers niet alleen ontevreden zijn over resultaten, maar ook het gevoel krijgen dat partijen elkaar in de weg zitten, kan het vertrouwen snel verder dalen.
En dat vertrouwen blijkt inmiddels bijzonder beperkt.
Slechts 9 procent verwacht oplossingen
Misschien is dit wel het pijnlijkste cijfer uit de hele peiling: slechts 9 procent van de kiezers heeft er vertrouwen in dat het kabinet problemen kan oplossen.
Dat is iets anders dan simpelweg ontevreden zijn over een specifieke maatregel. Een kiezer kan het bijvoorbeeld oneens zijn met belastingbeleid en tegelijkertijd geloven dat een kabinet bestuurlijk competent is. Bij deze peiling lijkt juist dat bredere vertrouwen onder druk te staan.
Als slechts ongeveer één op de elf ondervraagden vertrouwen heeft in het probleemoplossend vermogen van het kabinet, ligt er voor premier Jetten een flinke uitdaging.
Prinsjesdag wordt daardoor meer dan alleen een presentatie van financiële plannen. Het kabinet zal ook moeten proberen uit te stralen dat het die plannen daadwerkelijk kan realiseren.
Prinsjesdag wordt belangrijk voor Jetten
Normaal gesproken biedt Prinsjesdag een kabinet de kans om het politieke initiatief terug te pakken. De begroting voor het komende jaar wordt gepresenteerd en bewindspersonen kunnen duidelijk maken welke keuzes zij willen maken.
Voor het kabinet-Jetten ligt daar mogelijk een kans. Tegelijkertijd zit er een risico aan. Wanneer de plannen direct worden overschaduwd door onenigheid of onzekerheid over steun vanuit de oppositie, kan het tegenovergestelde gebeuren.
Omdat de coalitie geen eigen meerderheid heeft, kan het kabinet niet uitsluitend naar de eigen partijen kijken. Er zullen voortdurend afspraken met andere fracties gemaakt moeten worden.
Dat maakt regeren ingewikkelder en voor kiezers mogelijk ook minder overzichtelijk.
PRO profiteert in nieuwe peiling
De politieke onvrede heeft ondertussen gevolgen voor de virtuele zetelverdeling. Wanneer er nu Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO volgens Ipsos I&O de grootste partij van Nederland worden.
PRO is het voormalige GroenLinks-PvdA en komt in de peiling uit op 26 zetels. Daarmee zou de partij een flinke stap vooruit zetten ten opzichte van de twintig zetels die zij bij de verkiezingen van vorig jaar behaalde.
Met 26 zetels zou PRO bovendien uitkomen op hetzelfde aantal zetels dat D66 en PVV bij die Tweede Kamerverkiezingen wisten te behalen.
Dat maakt de strijd om de positie van grootste partij opnieuw bijzonder spannend.
D66 levert flink wat zetels in
Voor D66 ziet de virtuele uitslag er minder gunstig uit. De partij van premier Jetten zou volgens de peiling uitkomen op twintig zetels.
Dat zijn zes zetels minder dan de 26 die D66 bij de verkiezingen van vorig jaar behaalde. Hoewel twintig zetels nog altijd een stevige vertegenwoordiging zou betekenen, is de richting voor de partij duidelijk negatief.
De combinatie van dalende tevredenheid over het kabinet en zetelverlies voor de partij van de premier zal binnen D66 waarschijnlijk nauwlettend worden gevolgd.
Tegelijkertijd blijft een peiling natuurlijk een momentopname. Er zijn op dit moment geen verkiezingen en politieke verhoudingen kunnen in korte tijd veranderen.
Ook PVV verliest zetels
Niet alleen D66 zou bij nieuwe verkiezingen terrein verliezen. Ook de PVV komt lager uit dan bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen.
Volgens Ipsos I&O zou de partij nu 17 zetels behalen. Bij de verkiezingen van vorig jaar waren dat er nog 26. Daarmee zou de PVV dus negen zetels verliezen.
Dat betekent tegelijkertijd dat de onvrede over het kabinet niet automatisch volledig bij de PVV terechtkomt. Kiezers lijken zich over meerdere partijen te verspreiden.
Aan de rechterkant van het politieke spectrum profiteren bijvoorbeeld JA21 en Forum voor Democratie.
JA21 en Forum stijgen
De stijgers op rechts zijn volgens de peiling JA21 en Forum voor Democratie. De exacte zetelaantallen van deze partijen worden in de beschikbare informatie niet genoemd, maar duidelijk is dat beide partijen virtueel vooruitgaan.
Dat maakt het politieke landschap opnieuw behoorlijk versnipperd. Waar PRO volgens de peiling de grootste partij zou worden, blijft ook die partij met 26 zetels ver verwijderd van een meerderheid.
Zelfs een duidelijke verkiezingswinnaar heeft in Nederland daardoor meerdere andere partijen nodig om een regering te kunnen vormen.
De huidige problemen rond het vinden van meerderheden zouden na nieuwe verkiezingen dus niet automatisch verdwijnen.
Geen meerderheid maakt regeren lastiger
De situatie van het kabinet-Jetten laat precies zien waarom een minderheidspositie ingewikkeld kan zijn. De coalitie kan onderling afspraken maken, maar daarmee is een voorstel nog niet automatisch door het parlement.
Voor ieder belangrijk dossier moet worden gekeken welke oppositiepartijen bereid zijn steun te geven. Daarbij kunnen partijen aanvullende eisen stellen of wijzigingen verlangen voordat zij instemmen.
Dat hoeft niet per definitie slecht te zijn. Een kabinet dat steun buiten de eigen coalitie moet zoeken, kan worden gedwongen om breder gedragen compromissen te sluiten.
Maar voor de buitenwereld kan het tegelijkertijd rommelig overkomen, zeker wanneer onderhandelingen lang duren of partijen elkaar publiekelijk verwijten maken.
Kiezers willen vooral resultaten zien
De peiling suggereert dat veel Nederlanders momenteel weinig vertrouwen hebben in het vermogen van de regering om daadwerkelijk resultaten te boeken.
Dat slechts 9 procent vertrouwen heeft in het probleemoplossend vermogen van het kabinet is daarbij een belangrijk signaal. Voor Jetten en zijn ministers ligt de uitdaging daarom niet alleen bij het uitleggen van beleid, maar vooral bij het laten zien dat besluiten ook uitgevoerd kunnen worden.
Politieke communicatie kan onvrede tijdelijk verzachten, maar uiteindelijk kijken kiezers vooral naar wat er concreet verandert.
Juist daarom kunnen de komende begrotingsdebatten belangrijk worden voor het verdere beeld van het kabinet.
Peiling is wel een momentopname
Bij alle opvallende percentages hoort ook een belangrijke kanttekening. Een politieke peiling voorspelt niet exact hoe Nederlanders bij toekomstige verkiezingen zullen stemmen.
De enquête is in de afgelopen dagen uitgevoerd door Ipsos I&O voor het WNL-programma Café Kockelmann. Iets meer dan 2100 mensen namen deel aan het onderzoek.
Peilingen laten vooral zien hoe het politieke sentiment op een bepaald moment is. Nieuwsgebeurtenissen, economische ontwikkelingen, politieke conflicten en succesvolle maatregelen kunnen ervoor zorgen dat kiezers later weer anders naar partijen kijken.
De cijfers zijn dus geen verkiezingsuitslag, maar ze geven wel een duidelijk signaal over de huidige stemming.
Kabinet staat voor cruciale weken
Voor het kabinet-Jetten breekt daarmee een belangrijke periode aan. De tevredenheid is sinds februari naar het laagste niveau gezakt, terwijl de onvrede juist een recordniveau binnen deze kabinetsperiode bereikt.
Daar komt bij dat de eigen achterban van de coalitiepartijen minder enthousiast wordt. Slechts iets meer dan de helft van de D66-kiezers is tevreden, bij het CDA gaat het om 43 procent en bij de VVD om slechts 32 procent.
Tegelijkertijd ontbreekt een parlementaire meerderheid en moet het kabinet voor zijn financiële plannen steun zoeken bij oppositiepartijen. Dat maakt de komende periode politiek spannend.
PRO lijkt daar voorlopig het meeste van te profiteren en zou met 26 zetels de grootste partij worden als er nu verkiezingen waren. D66 zakt naar twintig zetels en de PVV naar zeventien, terwijl JA21 en Forum voor Democratie op rechts terrein winnen.
Voor premier Rob Jetten ligt de grootste uitdaging echter misschien niet eens bij die zetelpeiling. Veel fundamenteler is het cijfer van 9 procent: zo klein is momenteel de groep die erop vertrouwt dat zijn kabinet problemen kan oplossen. Met Prinsjesdag voor de deur krijgt het kabinet een uitgelezen kans om dat beeld te veranderen, maar gezien de huidige cijfers zal dat bepaald geen eenvoudige klus worden.











